Tussen stof en stof

Geschreven bij het afscheid van een ongelovige vriend
Verschenen in Dietsche Warande en Belfort (1976)

Tussen stof en stof
het zoekende bewegen
van vinger en verstand:
de omloop van een leven
het rijpen van de Vraag:
Is het dan toch een keren
naar het ongebonden zand?

Dag aan dag de Vraag herkauwen
tussen tong en trage tanden —
soms wat zekerheden zaaien
op de hongerige stranden
van een slapeloze nacht.

En wat dan nog, als het waarheen
scherper dan de oorsprong krijst?

Als achter ’t stof niets wordt volbracht,
als ons geen enkel kiemvrij feest
op ’t einde van het zijnde wacht,
dan was dit wonder hemel:
Iemand te zijn geweest.

 

Vorig gedicht