Het vergeten gebod

Ik zag hem zitten in een gleuf
achter het rek met lofzangboeken
tussen plank en muur genepen.

Het was een klein gebod
venijnig in zijn soort
zo’n kneedbaar ding
opblaasbaar en fervent.

Voor hij eruit kon komen
of voor een ander hem zou vinden
heb ik gehaast de gleuf gedicht
met plaaster en cement
en niemand ingelicht.

 

Vorig gedicht         Volgend gedicht