Les 30 – Alma 40–42

“Het grote plan van gelukzaligheid”

1 – Een weelde aan leerstellige woorden: waar komen ze vandaan?
2 – Σωτηρία – Redding (+ redden, gered, Redder)
3 – Μακαριος – Gelukkig, gezegend
4 – Een ingrijpend taalgebeuren in het Engels
5 – Nieuwe Bijbelvertalingen en betekenis voor het mormonisme
6 – En nog veel meer soteriologische termen…
7 – Alma: nog een blik op zijn tekstarchitectuur
8 – Gestructureerd lezen

Lees de bestudeerde hoofdstukken hier.

 

1 – Een weelde aan leerstellige woorden: waar komen ze vandaan?

Het curriculum gaf aan deze les de titel “Het grote plan van gelukzaligheid”, om de kern van de drie hoofdstukken voor deze les, Alma 40, 41 en 42, uit te drukken. In deze hoofdstukken verstrekt Alma inderdaad een uitgebreide uitleg over het doel van het leven en de plaats van het offer van Christus. Het zijn rijke hoofdstukken. Alma gebruikt er 89 termen met een doctrinale betekenis:

aanspraak, aard, afgesneden, barmhartigheid, beërven, bekeren, bekering, bestraffing, bevredigen, bevrijd, bitterheid, boeien, boetvaardigen, cherubs, Christus, doden, dood, droefenis, duivels, eindeloos, eisen, ellende, gal, geest, geestelijk, geluk, gerechtigheid, gered, gewetenswroeging, God, goddelozen, gramschap, heilsplan, hemelvaart, Heer, herenigd, herstelling, herstellingsplan, koninkrijk, kwaad, lankmoedigheid, leven, lichaam, mens, mensdom, natuurlijk, ongehoorzaamheid, ongerechtigheid, onnatuurlijk, onrechtvaardigen, onsterfelijkheid, onverderfelijkheid, oordelen, opgewekt, opstanding, paradijs, plan, proefstaat, proeftijd, rechtvaardig, rechtvaardigheid, rust, sterfelijk, sterfelijkheid, sterven, stof, stoffelijk, straf, tegenwoordigheid, teruggewonnen, uitrusten, val, vallen, verbolgenheid, verborgenheid, verderfelijkheid, verlossingsplan, verlost, vernietigd, verootmoedigen, verzoening, vleselijk, vrede, waarheid, ziel, zinnelijk, zondaar, zonde, zwaard

Aangezien we hier over het Boek van Mormon spreken, is elk van die woorden een vertaling uit het Engels. In die Engelse woorden bracht Joseph Smith over wat op de platen stond. Hij deed dit onder inspiratie in de taal van zijn tijd. Hier valt meteen iets bijzonders op te merken. Een groot deel van die Engelse religieuze woordenschat komt rechtstreeks uit het Oudfrans (met dank aan Willem de Veroveraar, zie verder). Het Oudfrans had die woorden op zijn beurt direct uit het Latijn. Dat geldt dus ook voor veel van de 89 doctrinale woorden die we in Alma 40–42 tegenkomen, in het Engels: appease, ascension, carnal, claimeth, conscience, consignation, corruption… om ons maar tot de eerste letters van het alfabet te beperken. Elk van die woorden gaat terug naar een oorspronkelijk Latijns woord: adpacare, ascensio, carnalis, clamat, conscientia, consignatio, corruptio... Een aantal van die Latijnse woorden dateren uit de tijd van de apostelen en werden toen uit het Grieks, Aramees of Hebreeuws vertaald. Alvast Paulus predikte met die Latijnse woorden. Dat betekent dat we in het Engels voor een groot aantal woorden met een heel korte “taalstamboom” werken. Dat komt correct begrip ten goede.

Bijvoorbeeld, het Engelse werkwoord to save komt via het Oudfrans sauver (nog steeds zo in modern Frans) uit het Latijn salvare (redden), dat zelf van salvus (gered) is afgeleid, met als basiswoord salus (redding). Salus is op zijn beurt de precieze vertaling van het Griekse woord σωτηρία (soteiría), zoals het frequent in het Nieuwe Testament voorkomt en letterlijk redding betekent. Door de studie van de woorden zie je dan ook meteen dat het Engels woord salvation (uit het Latijn salvatio) letterlijk (de actie van de) redding betekent.

 

Textus Receptus NewTestamentGreek-De oudste Griekse manuscripten bevatten de tekst die het nauwst bij die van de evangelisten en de apostelen staat. Een nauwkeurige studie ervan verduidelijkt de betekenis van fundamentele woorden.

 

Maar waar komen dan onze Nederlandse woorden zaligheid en heil vandaan, die als vertaling voor salvation dienen? Waarom niet redding? Alvast opmerkelijk: al in 1980 verwijderde de herziene Duitse vertaling van het Boek van Mormon alle vormen van Seligkeit en Heil om enkel nog Errettung (= redding) te gebruiken. Terecht. Daar kom ik verder nog  op terug.

Voor deze les neem ik u graag mee op een speurtocht om de oorsprong en betekenis van enkele centrale woorden te verkennen. “Onderzoekt de Schriften” is een opdracht uit de Schriften zelf (Johannes 5:39). Dat is meer dan gewoon lezen. Wie echt de Schriften wil “onderzoeken” moet ook bereid zijn de taalvormen en hun geschiedenis te verkennen. Speurders die zo het taalspoor van de Schriften volgen, van de originele tekst tot in het eigen boek, verwerven meer inzicht in de leer en in vertaalproblematiek.

Ik ga in volgende onderdelen (2 tot en met 5) alleen maar in op enkele woorden die in Alma 40–42 centraal staan. Zo’n speurtocht kun je voor elk van de 89 doctrinale woorden in Alma 40–42 doen.

Wie geen Griekse letters kan lezen, nodig ik uit dit al voor een stukje te leren met de enkele woorden die we gaan behandelen. Het is niet moeilijk en het brengt je met eigen ogen in de wereld van het Nieuwe Testament, met de letters zoals de evangelisten en de apostelen die schreven. In het begin zal ik de Nederlandse transcriptie er herhaaldelijk naast zetten, maar na een tijdje niet meer of nog maar sporadisch. Het lukt zeker iedereen Grieks te lezen! Met excuus als uw browser geen Griekse letters ondersteunt.

 

2 – Σωτηρία – Redding (+ redden, gered, Redder)

In het Engels: salvation (+ to save, saved, Savior)

Van Grieks naar Latijn
Naar andere talen: de uitdaging voor de Germaanse groep

Ik gebruik substantief voor zelfstandig naamwoord (de zaligheid, het heil) en adjectief voor bijvoeglijk naamwoord (zalig, heilig).

 

Van Grieks naar Latijn

We starten in de originele Griekse tekst van het Nieuwe Testament. Ons beginpunt is het werkwoord σῴζειν (sodzein = redden) dat in zijn verschillende vormen 104 keer voorkomt in het Nieuwe Testament. Het gaat nagenoeg steeds om “gered worden” in religieuze zin, maar soms ook in een letterlijke betekenis, zoals in de spot van de Romeinen “Red uzelf!” (Lukas 23:37) of in de context van een schipbreuk (Handelingen 27:31).

Het afgeleid substantief is σωτηρία (soteiría), met de basisbetekenis redding. Ook dit komt overvloedig in het Nieuwe Testament voor (45 keer), van de evangelies tot in Openbaring. Een belangrijk verwant woord is uiteraard Σωτήρ (Soteir = Redder) als naam van Christus, dat 24 keer voorkomt, bijvoorbeeld in Lukas 2:11.

Als ik σωτηρία (soteiría) telkens door redding vertaal, dan lees je enkele van die 45 zinnen zo:

  • “…om Zijn volk kennis van de redding te geven in de vergeving van hun zonden” (Lukas 1:77).
  • “En de redding is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij gered moeten worden” (Handelingen 4:12).
  • “De redding is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!” (Openbaring 7:10)

 

HNestle_Acts 4-12-page-001andelingen 4:10–12 in de Nestle-Aland editie. Deze Grieks-Latijnse editie is de standaardreferentie voor dit soort taalstudie. Mijn werkexemplaar is de 25e editie.

 

Volgens de context kan het woord σωτηρία (soteiría) op verschillende momenten betrekking hebben — redding op het moment van bekering en wedergeboorte, redding in de vervolmaking tijdens het aardse leven, en de uiteindelijke redding in het nabestaan. Je merkt al meteen dat de vertaalkeuze voor zaligheid hier problemen oplevert, want je bereikt geen “zaligheid” op het moment zelf van de bekering. De vele Schriftteksten waarin σωτηρία gebruikt wordt duiden inderdaad op verschillende invalshoeken en fasen.[1] Het kan om de actie van het redden gaan, maar ook om het bereikte resultaat (gered zijn).

[ Weetje: later gaf σωτηρία ook zijn naam aan een tak van de christelijke theologie, soteriologie, “de leer over de redding van de ziel van de mens”. Alle woorden die met dit onderwerp te maken hebben — zie de 89 woorden uit Alma 40–42 hiervoor vermeld – noemen we soteriologische termen. ]

De volgende stap was de vertaling van σωτηρία naar het Latijn, wat vrij snel gebeurde door apostelen die ook in het Latijn predikten, waaronder Paulus. De natuurlijke keuze om σωτηρία te vertalen was  het substantief salus, het sinds lang overeenstemmende Latijnse woord voor redding. Volgens de context kon dit woord ook veiligheid, gezondheid, welzijn betekenen, wat dan op een meer statische toestand wijst. Het afgeleide werkwoord is salvare (redden) en het afgeleide adjectief salvus (gered, veilig, gezond). Σωτήρ (Soteir = Redder) werd Salvator in het Latijn. De gebiedende wijs Salve! was ook een manier om te groeten, met de betekenis Welzijn aan u! Allemaal weetjes die ons later van pas gaan komen.

Vanaf de tweede eeuw verspreidde het christendom zich verder over het Middellandse Zeebekken. Het ontplooide zich ook institutioneel. Rome en Constantinopel werden elk het centrum van een hele kerkelijke hiërarchie. De zogenaamde “kerkvaders” zorgden voor het behoud en het kopiëren van de oudste teksten. Zij introduceerden ook specifieke woorden om concepten scherper te omlijnen. In de Roomse kerk gebeurde dat in wat men het ecclesiastisch Latijn of Kerklatijn noemde. Dit is belangrijk om weten, omdat een groot deel van de huidige Engelse religieuze termen daar rechtstreeks van komen. Daar komen we zo meteen aan.

 

church_fathers_kievan_11thcentury“Kerkvaders” in een miniatuur van de elfde eeuw uit het Kievse Rijk. Zie hier voor meer informatie over de kerkvaders  van de christelijke kerk in de eerste eeuwen.

 

Het uitdenken van iets ingewikkelder woorden met een meer specifieke betekenis is een typische intellectuele tendens. Dat kennen we ook in het Nederlands. Men begint bij een gewoon substantief, zoals rede of nota. Daar hoort een afgeleid werkwoord bij, redeneren en noteren, en dan vormt men daar weer zelfstandige naamwoorden op die de actie uitdrukken: redenering of redenatie, notering of notatie. Zo gebeurde het ook eeuwen geleden met tal van eenvoudige Latijnse woorden die omgevormd werden tot “kerkelijke” woorden. Dat was het geval met salus. Het afgeleide werkwoord salvare gaf vervolgens het substantief salvatio. Het betekende nog steeds redding, bevrijding, maar werd enkel nog in de religieuze betekenis gebruikt en legde duidelijker de nadruk op de actie van het redden. Dat patroon van salus –> salvare –> salvatio vind je in veel woorden terug — en je merkt meteen hoe zij later in het Engels terechtkwamen —, zoals

  • ordo –> ordinare –> ordinatio
  • sanctus –> sanctificare –> sanctificatio
  • vox –> vocare –> vocatio

Noem het “verkerkelijking” van woorden, en dat woord zelf volgt hetzelfde principe: kerk –> verkerkelijken –> verkerkelijking.

Te onthouden:

Grieks substantief σωτηρία (soteiría) = Latijn salus of salvatio = redding. Engels: salvation.

 

Naar andere talen: de uitdaging voor de Germaanse groep

Vanaf de vierde en vijfde eeuw begon het christendom zich verder over West-Europa te verspreiden. Nu moesten termen ook in andere talen vertaald worden. Talen waren in die tijd nog niet zo formeel gescheiden als nu, maar vloeiden van het ene dialect in het andere over. In de Zuid-Europese landen overheerste sinds de Romeinse dominantie de Italisch-Romaanse taalgroep, met tientallen streektalen die deels uit volkslatijn waren gegroeid of ermee verwant waren. In die gebieden hevelden de Latijnse woorden met hun nieuwe christelijke betekenis makkelijk over. Zo vinden we een woord als salus of salvatio nog steeds herkenbaar terug in de Franse, Spaanse, Portugese en Roemeense vorm: salut, salvación, salvação, salvare.

De noordelijke West-Europese gebieden hoorden echter tot een andere grote taalgroep, de Germaanse, eveneens met vele verwante streektalen waaruit later de huidige Germaanse hoofdtalen zouden groeien. De eerste christelijke zendelingen stonden dus voor de opdracht om typisch christelijke concepten van het Latijn in de lokale Germaanse taalvormen uit te drukken. Daarvoor wendden ze zoveel mogelijk woorden aan die deze mensen al gebruikten en gaven die een christelijke inhoud. Woorden als God, geest, hel, hemel, heilig, die in alle Germaanse dialecten in verwante vormen voorkwamen, werden aldus, vanuit hun “barbaarse” achtergrond, met een christelijke betekenis bekleed.

 

Lebuinus predikt het christendom in OverijsselLebuinus, een Angelsaksische missionaris uit de achtste eeuw, predikt het christendom in Overijssel. Voorstelling in de Statenzaal te Zwolle naar ontwerp van G. Sturm (ca. 1900). 

 

Het was niet altijd makkelijk om duidelijke Germaanse equivalenten voor Latijnse woorden met een specifieke religieuze betekenis te vinden, te meer omdat de zendelingen niet altijd zelf wisten wat sommige lokale Germaanse woorden nog aan bijkomende connotaties hadden. De zendelingen waren ook geen theologen of taalkundigen, maar in de eerste plaats predikers die deze “barbaren” de blijde boodschap over Christus kwamen brengen. De geest van de boodschap en het aanvaarden van de doop waren belangrijker dan conceptuele finesses.

En zo komen we bij de volgende stap in ons speuren: hoe konden de zendelingen best salus, salvus en salvatio vertalen? Welk Oudgermaans basiswoord zou daar best voor passen?

Uit de oudste middeleeuwse teksten waarover we beschikken blijkt dat salus als heil (hēl, hǣl, heill) vertaald werd, in de betekenis van een statisch welzijn of voorspoed, maar niet als dynamische redding.[2] Het woord heil leunde direct aan bij het adjectief heel in de betekenis van volledig, ongebroken, onaangetast, gezond. In het Engels vinden we het nu terug  in hale, whole en health, in het Nederlands in heel, geheel en helen. Heil had daarenboven bij de Germanen een religieuze betekenis van gunstig voorteken, wat wellicht de keuze voor het woord heil bepaald heeft. Net zoals vele oude volkeren vroegen onze “barbaren” zich vaak af wat de toekomst zou brengen en zochten die toekomst in voortekenen: heil beloofde een gunstige toekomst. Verder, net zoals in het Latijn met Salve!, was Heil! ook een begroeting die een wens voor welzijn uitdrukte. (En die groet vinden we nog steeds in onze Hallo! in het Engelse Hail! Hello! en Hi! en in het sindsdien vervloekte Duitse Heil!)[3]

Nicoline van der Sijs schrijft over de ontwikkeling van heil naar de betekenis redding:

“Het christelijke begrip heil ‘redding, verlossing uit de macht der zonde’ is een latere betekenisuitbreiding van het oude ‘voorteken, geluk, voorspoed’, dat in het Nederlands vooral nog te zien is in onheil. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Duits, waarin het zn. Heil ‘geluk’ zelfs een element in alledaagse begroetingen is, heeft het Nederlandse woord nog steeds vooral een enigszins spirituele betekenis, getuige vele samenstellingen zoals heilsoldaatheilbede en de wensuitdrukking veel heil en zegen. De algemene betekenis ‘geluk, voorspoed’ komt nog wel voor in enkele vaste verbindingen, bijv. ergens geen heil meer in zienzijn heil ergens anders zoeken.”[4]

Men kan het vreemd vinden dat de vroege predikers geen binding legden met het Oudgermaanse concept van redden, dat vanaf de negende eeuw geattesteerd is (retten, erretten, āhreddian, hradjan) en dus al vroeger bestond, maar blijkbaar werd dat woord toen niet met religie geassocieerd, in tegenstelling met het “barbaarse” heil, dat wel een godsdienstige dimensie had. Zeker is evenwel dat heil de dimensie van het redden grotendeels miste.

 

3 – Μακαριος – Gelukkig, gezegend

In het Engels: happy, blessed.  

Eerst weer van Grieks naar Latijn
En opnieuw de uitdaging voor de Germaanse groep – het wordt glibberiger
Happ en blôdisôjan

 

Eerst weer van Grieks naar Latijn

Een ander Grieks woord dat we voor onze speurtocht moeten volgen is het adjectief μακαριος (makarios), met de betekenis gelukkig, gezegend, voorspoedig. Het komt 49 keer voor in het originele Griekse Nieuwe Testament. In het Latijn werd het als beatus vertaald, het voltooid deelwoord van het werkwoord beō (gelukkig maken), en wordt dus ook als adjectief gebruikt. We kennen het vooral uit de Bergrede en ik citeer het hier opzettelijk met gelukkig, zoals het destijds begrepen werd: “Gelukkig wie nederig van hart zijn … Gelukkig de treurenden … Gelukkig de zachtmoedigen …” (Mattheüs 5:3–5). In het Latijn begint elk van die zinnen met “Beatus…”, vandaar dat ze ook de beatitudes worden genoemd.

 

Joos de Momper, 1564-1635, Bergrede_ Antwerpse schilder“De bergrede” door Joos de Momper, Antwerps schilder (1564-1635)

 

In het Nederlands zeggen wij ook de zaligsprekingen omdat in de oudere Bijbelvertalingen deze zinnen beginnen met “Zalig de …” Maar μακαριος (makarios) betekent niet “zalig” in de religieuze zin van “gered” — want ons al meteen waarschuwt voor het glibberig pad van afwijkende begrippen. Op andere plaatsen in het Nieuwe Testament verwijst μακαριος gewoon naar “gelukkig”, zoals wanneer Paulus meent dat een weduwe “gelukkiger” (μακαριωτερα) blijft als ze niet hertrouwt (1 Korintiërs 7:40). Of wanneer Paulus voor Agrippa staat en verklaart: “Ik prijs mijzelf gelukkig (μακαριον) dat ik kan antwoorden…” (Handelingen 26:2).

Anderzijds voegt de context aan μακαριος (makarios) soms een connotatie van gezegend toe, als “door God begunstigd”. Zoals wanneer Jezus tegen Petrus zegt: “Gezegend (μακαριος) bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is” (Mattheüs 16:17). Of wanneer Hij tot de menigte zegt: “Gezegend (μακαριοι) zijn zij die het Woord van God horen en het bewaren” (Lukas 11:28).

 

En opnieuw de uitdaging voor de Germaanse groep – het wordt glibberiger

Alle evidente gevallen van μακαριος werden in het Latijn door beatus vertaald. Met dat Latijnse woord trokken de christelijke zendelingen West-Europa binnen. Opnieuw hadden ze geen moeite om het in het Italisch-Romaanse taalgebied ingang te doen vinden. We vinden het nu nog terug in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens als béat, beato, beata, beatitudine… Maar wat in de Germaanse wereld? Welk Germaans woord zou best voor beatus passen?

Uit de oudste fragmenten van Schriftvertalingen blijkt dat beatus als sālig vertaald werd. Salig betekende gewoon gelukkig en dat stemde goed overeen met de Latijnse betekenis. Het woord blijft als salich, saleg, selech… verder in middeleeuws Nederlands voorkomen, tot het in onze moderne spelling zalig wordt. In het Duits werd het selig. Maar opgelet, zalig is dus geen vertaling van het Latijnse salvus (gered), maar van beatus, met de basisbetekenis gelukkig. We spreken nu nog van zalig slapen, een zalig weertje. Gezellig is een directe afleiding van de oude vorm van zalig.

Maar in bepaalde contexten liggen de betekenissen gelukkig en gezegend dicht bij een hogere geestelijke staat. Langzaamaan werd zalig ook begrepen als de hemelse, “gelukzalige” staat na de dood. Omstreeks 1200 kreeg zalig er een afgeleid substantief bij: zaligheid.[5] Dat substantief nam de betekenis van het Latijnse salus en salvatio (redding) over, temeer omdat de drie eerste letters een binding deden veronderstellen. Dat was een normale evolutie omdat heil (de oorspronkelijke vertaling van salus) die religieuze betekenis nooit goed had uitgedrukt. Die evolutie is een belangrijk element in ons sporenonderzoek. Gedurende de rest van de middeleeuwen zouden de termen zalig en zaligheid, als uiting van de ultieme vreugde in de hemel, zich door vaste gebeden en liturgische teksten in het collectief geheugen van de mensen vasthaken en zo diep ingeprent worden.

Heil verminderde in frequentie en diende op de duur gewoon als synoniem van zaligheid. Anderzijds leverde heil een adjectief op dat een heel eigen leven zou leiden, namelijk heilig. Dat diende dan voor de vertaling van het Latijnse sanctus. En het leidde ook tot Heiland als een titel van Christus (oorspronkelijk alleen gebruikt in Oost-Nederlandse dialecten).

Omdat zalig steeds meer de betekenis van de ultieme vreugde uitdrukte, namen in het dagelijks Nederlands taalgebruik de woorden gelukkig en gezegend de oorspronkelijke betekenissen van beatus over (en dus zonder de connotatie van de hogere staat van gelukzaligheid).

  • Geluk is van Oudgermaanse oorsprong. In de dertiende eeuw verwijst gheluc naar “een voorspoedig lot”. Het Engels nam het over als luck, lucky.
  • Zegen heeft dan weer Kerklatijn als basis, namelijk signare, een (kruis)teken maken, afleiding van signum (teken), dat ook sein in het Nederlands gaf.

Je merkt opnieuw hoe we in de Germaanse talengroep ver van de voordelen van de Romaanse talengroep zitten, die voor al die woorden netjes op het Latijn kon aansluiten en de betekenissen door de eeuwen heen vrij stabiel kon houden. Terwijl  de Germaanse talengroep het met een “ongeveer”-woord moest doen (zoals salig voor beatus), dat na jaren een andere religieuze betekenis kreeg (gelukzalig in de hemel), en andere woorden de eerste betekenis overnamen (gelukkig, gezegend voor beatus). Het volgende illustreert datzelfde fenomeen  ook goed.

 

Happ en blôdisôjan

Wat gebeurde er met beatus bij de Angelsaksische stammen over het Kanaal? In de vroege middeleeuwen werd ook daar het Oudgermaanse salig gebruikt, dat we in Oudengelse spelling als seoly, seli, sely terugvinden, met de betekenissen gelukkig, gezegend. Met de tijd krijgt het daar echter bijkomende connotaties van argeloos en naïef. In de zestiende eeuw evolueert de betekenis naar waardeloos, onbeduidend, om uiteindelijk als silly (dwaas) over te blijven.[6]

Als alternatief voor de betekenis gelukkig verschijnt vanaf het eind van de veertiende eeuw het Engelse adjectief happy, van een vermoedelijk Oudscandinavische oorsprong, namelijk happ (lot, iets dat je overkomt, meestal ten goede, “chance”) en dat ook het Engels to happen opleverde.[7] De evolutie naar ook een religieuze dimensie nam vele jaren. De volgende stap was happiness dat wij in het Nederlands als geluk, vreugde omzetten.

Voor de betekenis gezegend in beatus, nam het Angelsaksisch christendom ook een ander “heidens” woord over, bless en blessed, dat teruggaat naar een Oudgermaans basiswoord, *blôdisôjan, letterlijk “met bloed bezegelen”. Die praktijk om iets met bloed te heiligen, meestal door het offeren van een dier, zit diep in oeroude culturen. De Israëlieten in Egypte besprenkelden de deurpost met het bloed van een lam om de Engel des Doods te laten voorbijgaan. Vriendschap en verbonden werden met het vermengen van enkele druppels bloed bezegeld. Zo wist men dat men goed over elkaar dacht. Zo werden in de vroege middeleeuwen bless en blessed ook gebruikt om het christelijk Latijn benedicere (“goed-spreken over iemand”) en benedictus (“wel-over-gesproken”) weer te geven. Die woorden komen ook frequent in de Schriften voor, vanuit het Griekse ευλογημενος (eulogeimenos, met eu voor goed en logos voor woord). In het Nederlands vermengde het zich met het begrip “gezegend”. We vinden het in bekende zinnen als “Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!” (Mattheüs 29:39). Daardoor had blessed ook de betekenis van vervuld met vreugde, bijzonder gelukkig. Je merkt hoe mistig de grenzen tussen die woorden liggen.

Dus in het Engels hebben zowel happy, happiness als bless, blessed, blessing een lange taalstamboom met heel wat “barbaarse” voorgeschiedenis.

Te onthouden:

Grieks adjectief μακαριος (makarios) = Latijn beatus = Nederlands zalig met de betekenissen gelukkig, gezegend; Engels: happy, blessed.

 

4 – Een ingrijpend taalgebeuren in het Engels

In dit onderdeel 4 blijven we nog even in Engeland, maar wel voor een ontwikkeling met een grote taalimpact, op termijn ook op het mormonisme. In onderdeel 5 sluiten we terug aan met het Nederlands, wanneer vanaf de zestiende eeuw de boekdrukkunst een hele nieuwe tijd inluidt.

Van de vijfde tot de elfde eeuw had de kerstening van de Angelsaksers in Engeland een Germaans-christelijke woordenschat opgebouwd en ingeburgerd, net zoals bij ons in de Lage Landen en in andere Germanofone gebieden.

Maar dan vond een ingrijpend taalgebeuren plaats. In 1066 veroverde de Normandische koning Willem de Veroveraar Engeland. Vanaf dan zou het openbaar leven in Engeland gedurende bijna vier eeuwen beheerst worden door een Frans-Normandische hofhouding, met ambtenaren en geestelijken die hun eigen taal, het Oudfrans, oplegden. Ik besprak dit in dit onderdeel van les 22. Door die overheersing zijn nagenoeg alle klassieke religieuze, politieke, juridische, administratieve en economische termen, die het modern Engels nu nog gebruikt, van Oudfranse oorsprong.

Bayeux-Landing

Willem de Veroveraar steekt met zijn vloot het kanaal over. Met hem ook zijn woordenschat. Tapijt van Bayeux, borduurwerk van 70 meter lang en 50 cm hoog.

Voor de religieuze termen kwam alles via het Oudfrans uit het Latijn. Alleen de laatste letter of laatste letters wijzen op verengelsing: consecration, conversion, ordination, salvation…; authority, charity, eternity…; judgment, punishment, sacrament…; carnal, eternal, spiritual, temporal…; justice, malice, sacrifice…; deliverance, existence, ordinance, repentance… en tientallen andere.

Al die woorden verhuisden later ook naar de Verenigde Staten en kwamen zo in ons mormoons taalgebruik terecht. Dat heeft echter een groot voordeel: de basis van elk van die woorden is Latijn en staat zo dichter bij de Griekse bron dan de Oudgermaanse omzettingen, zoals zalig en heil, die onzeker en glibberig zijn om de juiste waarden van de oorspronkelijke Griekse woorden weer te geven.

Een van die Engelse woorden is salvation, via het Oudfrans salvaciun, rechtstreeks van het Latijn salvatio, via salvare afgeleid van salus met de betekenis redding. Zo raakten ook safe (gered, veilig) en to save (redden) in de Engelse woordenschat. Die betekenissen zaten van bij aanvang muurvast en bleven het tot op heden.

Doubletten

De Frans-Normandische golf spoelde niet alle Germaans-Angelsaksische woorden met godsdienstige inslag weg. Sommige van de diep-ingewortelde termen bleven gebruikt: God, ghost, hell, heaven, holy… Het Oudfrans had daar echter ook zijn woorden voor en hevelde die over in het Engels. Dat zorgde op termijn voor doubletten in het taalgebruik, het ene Germaans van oorsprong, het andere Latijns: godly – divineghost – spirithellish – infernalheavenly – celestialholy ­– saintbelief – faith, en talrijke andere.

In vele van de oorspronkelijk Angelsaksische woorden zien we alsnog de binding met ons eigen Nederlands, aangezien onze talen uit een zelfde Oudgermaanse bron spruiten. Woorden in Alma 40–42 zoals bitter, dark, dead, devil, fall, God, sin, soul… — vinden we daarom ook terug in het Nederlands: bitter, donker, dood, duivel, val, God, zonde, ziel…

 

5 – Nieuwe Bijbelvertalingen en betekenis voor het mormonisme

Erasmus en de Textus Receptus
De “KJV” – The King James Version
Van Luther naar de Einheitsübersetzung en de mormoonse aansluiting
Nederland: van oude Statenvertaling naar NBG, NBV, HSV en mormoonse keuzes
Waar komt dat mormoons “heilsplan” vandaan?
Besluit en aanbeveling

 

De boekdrukkunst, de Renaissance, de Reformatie… De zestiende eeuw bracht een kentering in de taalkundige studie van de Schriften. Humanisten keerden terug naar de oorspronkelijke Griekse, Aramese en Hebreeuwse teksten. Vanaf nu zouden honderden Bijbelversies het licht zien in miljoenen exemplaren. Dit had uiteraard een grote impact op de vertaling  van Schriftuurlijke woordenschat, waaronder σωτηρία en μακαριος.

 

Erasmus_Hans Holbein de JongeErasmus en de Textus Receptus

Erasmus door Hans Holbein de jonge (1497-1553)

 

Desiderius Erasmus besloot het Nieuwe Testament, dat men enkel kende vanuit de Latijnse tekst en dito vertalingen, opnieuw uit te geven in het Grieks, rechtstreeks vanuit de studie van Grieks-Byzantijnse manuscripten. De eerste editie verscheen in 1516, gevolgd door andere. Erasmus’ werk werd door de gevestigde machten met achterdocht bekeken. Velen voelden aan dat hier het zaad werd gelegd voor heel wat vraagtekens over de juistheid van traditionele Schriftvertalingen. De katholieke kerk verloor haar greep op de Vulgata, de normgevende Latijnse tekst. Het protestantisme kreeg een voedingsbodem.

Erasmus’ uitgave, de zogenaamde Textus Receptus, werd de basis voor drie nationale Bijbelvertalingen, los van de katholieke greep: de Duitse Bibel van Luther (in 1522), de Engelse King James Version (in 1611) en de Nederlandse Statenvertaling (in 1637). Naast een enorme religieuze impact zorgde elk van die Bijbels ook nog eens voor de standaardisering van elke taal, het Duits, het Engels en het Nederlands.

Hoe vertaalden zij σωτηρία (soteiría = redding) en μακαριος (makarios = gelukkig, gezegend)? En wat betekenen deze Bijbelvertalingen voor mormoonse lezers?[8]

 

De “KJV” – The King James Version

De King James Version , voor het eerst verschenen in 1611, had de makkelijkste opdracht omdat die kon terugvallen op de vele termen die al vanuit het Latijn via het Oudfrans ingeburgerd waren. Zo werd elk voorkomen van σωτηρία vertaald door salvation, een precieze weergave van redding.  Voor μακαριος hield de  vertaling zich aan het ondertussen diep  ingeburgerde blessed, wat toen ook de betekenis van “supremely happy” inhield, geassocieerd met bliss.[9] Eenvoudig en coherent. De “KJV” werd de Bijbel van de Angelsaksische wereld. De mormoonse kerk houdt er nog steeds sterk aan vast. De woordenschat ervan sluit inderdaad ook nauw aan op The Book of Mormon, want Joseph Smith dicteerde de tekstomzetting van de platen met het religieus lexicon van zijn tijd. Dat was doordrongen van KJV-woordenschat en stijl.

 

De Duitse en Nederlandse Bijbelvertalingen, die we nu bespreken, zaten echter met een moeilijker Oudgermaanse erfenis voor de woordkeuzes, zoals hierboven ingeleid.

Van Luther naar de Einheitsübersetzung en de mormoonse aansluiting

Martin Luther was de eerste om van Erasmus’ werk gebruik te maken. De eerste editie van zijn Bibel verscheen al zes jaar na de Textus Receptus, in 1522.

Lutherbibel (1)Voor zijn vertaling had Martin Luther niet veel moeite met μακαριος. Daar gebruikte hij het al ingeburgerde selig voor, in de oorspronkelijke betekenis van gelukkig. Maar met σωτηρία stond hij voor een theologische keuze. Luthers fundamentele visie is dat σωτηρία een vrije gave van God is die Hij schenkt aan zondige mensen. Je kunt dat als mens niet verdienen. Voor het Griekse werkwoord σῴζειν (sodzein = redden) koos Luther seligmachen (zaligmaken). Door die woordkeuze lag de actie duidelijker bij God: Hij maakt mensen zalig, hij laat hen zalig worden. Σωτηρία vertaalde Luther zowel door Seligkeit (zaligheid) als door Heil.[10] Hij beschouwde ze als synoniem en gebruikte “Heil und Seligkeit” vaak als één uitdrukking in toespraken.[11] Daarmee kwam hij ook tegemoet aan een eeuwenlange traditie om die twee woorden te gebruiken. Luther bewandelde immers een delicaat pad in het vertalen en uitgeven van de Bijbel, los van de gevestigde machten.

De dubbele vertaling van σωτηρία in de Duitse Luther-Bibel, soms als Seligkeit en soms als Heil, speelde die vertaling daarna eeuwenlang parten. Het irriteert Schriftkenners dat er twee woorden voor hetzelfde originele Griekse woord zijn. Daarenboven raakten Seligkeit en Heil beladen met een zware controversiële erfenis in de eindeloze discussies over predestinatie tussen protestantse facties. Bij latere revisies van de Luther-Bibel opteerde men er soms voor om alles coherent te maken en overal σωτηρία door hetzelfde woord te vertalen, bijvoorbeeld Seligkeit. Maar een aantal decennia erna betreurden anderen dat Heil niet meer aan bod kwam en pleitten ze voor wederinvoering. Bij een volgende editie werden dan alle voorkomens van Seligkeit door Heil vervangen. Dat irriteerde dan weer gebruikers die aan één woordkeuze gewoon waren en zo ging de ronde verder.[12]

Van 1962 tot 1980 werkten katholieke en evangelische theologen aan een nieuwe Duitse Bijbelvertaling: dat werd de Einheitsübersetzung (Eenheidsvertaling). Naast vele andere punten, werd het eeuwenlange dilemma over Seligkeit en Heil opgelost: σωτηρία werd overal door Rettung (=redding) vertaald. Seligmacher en Heiland werden overal Retter, conform de originele Griekse tekst. Het was zeer ingrijpend, maar volkomen terecht.

Voor de Duitssprekende leden aanvaardde de mormoonse kerk de Einheitsübersetzung als haar Bijbel. De nieuwe vertaling van Das Buch Mormon normeerde zich daar meteen naar en voerde Seligkeit, Heil en Heiland bijgevolg af. Het Engels salvation werd nu overal Errettung, en Savior werd overal Erretter, conform met het Engelse Book of Mormon, met de KJV en met de betekenissen in het oorspronkelijke Grieks.[13] Voor μακαριος stelde zich geen probleem: “Blessed art thou …” werd al langer vertaald met “Gesegnet bist du …”, en zoals de uitdrukking ook in de Einheitsübersetzung luidt.

 

Nederland: van oude Statenvertaling naar NBG, NBV, HSV en mormoonse keuzes

 De oude Statenvertaling (1637)

In 1618 gaf de Synode van Dordrecht, kerkvergadering van de Gereformeerde kerk en sterk onder calvinistische invloed, opdracht een eigen Nederlandse Bijbelvertaling te maken.[14] Er bestonden al Nederlandse vertalingen vanuit de Luther-Bibel, maar de Synode vond er teveel lutherse invloeden in (!). Het vertaalwerk vatte aan in 1626. Voor het Nieuwe Testament gebruikten de vertalers de Textus Receptus van Erasmus. In 1637 verscheen dan de Statenvertaling  (zo genoemd omdat het politiek college van de Staten-Generaal de vertaling financierde).

Wat met σωτηρία (soteiría) en μακαριος (makarios) in het Nieuwe Testament van de Statenvertaling? Een eenduidige aanpak: σωτηρία werd overal door zaligheid vertaald en μακαριος door zalig. De invloed van de Luther-Bibel was onmiskenbaar, alsook de eeuwenoude traditie om zalig en zaligheid te gebruiken. Vertrouwdheid met religieuze woorden verander je niet zo makkelijk. De woorden zalig en zaligheid komen duizenden malen voor in de uitleggingen en predikingen van het calvinisme, en van het protestantisme in het algemeen. Het woord heil komt in het Nieuwe Testament van de Statenvertaling niet voor. Toch bleef de term ruim gebruikt in predikingen en Schriftcommentaren, zowel in lutherse als calvinistische kringen.

Mormoonse bekeerlingen in Nederland — de eersten vanaf de jaren 1860 — waren met deze begrippen vanuit hun christelijke opvoeding opgegroeid. Het gebruik van de woorden zaligheid, heil, Zaligmaker en Heiland was dus voor hen natuurlijk. Maar ook de protestantse verbetenheid om over deze begrippen te redetwisten en vanuit vooroordelen gelijk te willen halen zat er bij sommigen wel wat in. Dat zou parten spelen bij de besprekingen om naar andere Bijbelversies over te stappen.

De revisies en herzieningen van de Statenvertaling, zoals de Jongbloed-editie van 1888, de NBG-Statenuitgave van 1977 en de Herziene Statenvertaling (HSV) van 2010, behouden allemaal zalig en zaligheid. Heil en Heiland komen er niet in voor, maar die termen bleven ingeburgerd in de prediking en commentaren.

 

De NBG ­– De “Nieuwe Vertaling” van het Nederlands Bijbelgenootschap (1951)

Een (kleine) breuk kwam er met de “Nieuwe Vertaling” van het Nederlands Bijbelgenootschap in 1951, de zogenaamde NBG-1951, die ook jarenlang de standaardbijbel voor de mormoonse kerk in Nederland en Vlaanderen werd. Voor μακαριος gebruikt de NBG-1951 nog systematisch zalig. Maar voor de voorkomens van σωτηρία in het Nieuwe Testament zijn er nu vier verschillende vertalingen: zaligheid (24x), behoud of behoudenis (15x), redding (4x) en heil (3x). Bijvoorbeeld:

  • “… daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen” (1 Petrus 1:9)
  • “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek” (Romeinen 1:16)
  • “En Jezus zeide tot hem: Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham is” (Lukas 19:9)
  • “… want mijn ogen hebben uw heil gezien” (Lukas 2:30)

De keuze voor vier uiteenlopende vertalingen voor σωτηρία toont dat men bewust was van de particuliere waarde van dit woord en dat zaligheid niet echt paste voor elke context. Vooral het nieuwe gebruik van redding, ook al is het beperkt, is in deze editie van 1951 al een teken aan de wand. Men erkende de juiste waarde van de Griekse tekst, ook al ging een woord als redding tegen eeuwenlange gewoonten in. Heil, ook al komt het minimaal voor, lijkt op een echo van de Oudtestamentische sfeer en een tegemoetkoming aan bepaalde protestantse facties.

De overstap van de oude Statenvertaling naar de NBG, en de impact erop bij hervertalingen van het Boek van Mormon, zorgde voor wat spanningen binnen de mormoonse gemeenschap. Bij de keuze voor Schriftvertalingen spelen altijd tegenstrijdige wensen mee. De énen willen respect voor traditie, voor “de eigenheid van het Bijbelse spreken”, voor oude woorden die voor hen een bepaalde doctrinale waarde en betekenis hebben. De Bijbel is voor hen de oude vertrouwde huiskamer waarin ze zijn opgegroeid. Anderen willen in de eerste plaats vlotte leesbaarheid, ook denkend aan de velen die niet zo goed Nederlands kennen en aan jongeren die een eigentijdse taal nodig hebben om het Woord te begrijpen. Experten willen er bovenop een correcte en coherente vertaling. Aan al die laatste wensen wil de NBV als volgende vertaling tegemoet komen.

 

De NBV – De Nieuwe Bijbelvertaling (2004)

Een halve eeuw na de NBG-1951, in 2004, opteerde het Nederlands Bijbelgenootschap voor een grondiger ingreep met de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Zo nauwkeurig mogelijk vertalen vanuit de originele teksten werd gecombineerd met vlotte leesbaarheid: “brontekstgetrouw en doeltaalgericht” zijn hun sleutelwoorden. Ik heb die “brontekstgetrouwheid” gecheckt voor de woorden die we tot nu aandachtig gevolgd hebben: μακαριος en σωτηρία. Het resultaat is overtuigend:

In de NBV is elke μακαριος correct en coherent vertaald als gelukkig, soms gelukzalig. Zalig als zodanig is verdwenen. Bijvoorbeeld:

  • Gelukkig wie nederig van hart zijn…” (Mattheüs 5:3);
  • “Geven maak gelukkiger dan ontvangen” (Handelingen 20:35);
  • “…de majesteit van de gelukzalige God” (1 Timotheüs 1:11).

In de NBV is elke σωτηρία correct en coherent vertaald als redding of reddende kracht. Zaligheid is verdwenen. Bijvoorbeeld:

  • “… en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt” (Lucas 3:6)
  • “… omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding” (1 Petrus 1:9)
  • “… Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar” (Lucas 1:69)

Uiteraard is ook zaligmaken verdwenen in het voordeel van het correcte redden. Wat met Σωτήρ (Soteir = Redder) als naam van Christus, die 24 keer in het Nieuwe Testament voorkomt? In oudere Bijbelvertalingen gebruikte men Zaligmaker of Heiland, vanuit tradities uit vorige eeuwen. De NBV kiest resoluut: alle voorkomens van Σωτήρ zijn vertaald door Redder. Daarmee is er ook hier coherentie met de King James die in al die gevallen Savior gebruikt. De middeleeuwse erfenis van het Oudgermaans is opgedoekt en de juiste semantische waarden zijn hersteld.

Een groot voordeel van de NBV is de samenwerking tussen het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS).

Ook de katholieke Willibrordvertaling besloot om zowel heil als zalig, zaligmaking en Zaligmaker te weren en correct vanuit het Grieks te vertalen met redding, reddende kracht en Redder.

Wat besloot onze kerk voor een nieuwe Bijbelkeuze? Voor sommigen in mormoons Nederland ging de NBV te ver met z’n “vlotte leesbaarheid”. Vernieuwing is voor veel mensen altijd moeilijk. De meest traditionele protestantse facties in Nederland vinden de NBV trouwens een verschrikking. Ondanks hun tegenstand ging de NBV al meer dan een miljoen keer over de toonbank en is het de meest gelezen Bijbel in Nederland en Vlaanderen.

In Nederland kan men zich behoorlijk druk maken over Bijbelvertalingen. Uit Gereformeerde hoeken gaat men duchtig te keer tegen de vernieuwingen van het Nederlands Bijbelgenootschap. Dat fenomeen is Vlaanderen nagenoeg onbekend, enerzijds omdat Vlaanderen de protestantse versnippering en haar controverses niet kent, anderzijds omdat literalistische Bijbelstudie er geen traditie is. De Bijbel is in Vlaanderen altijd meer holistisch benaderd, met een sterke nadruk op het leven en de boodschap van Jezus in de vier evangelies.

 

De HSV – Herziene Statenvertaling (2010)

Om tegemoet te komen aan de traditionele protestantse hoeken verscheen in 2010 de Herziene Statenvertaling (HSV), die onze kerk dan als vervolg van de NBG aanvaardde. Σωτηρία is er nog steeds zaligheid. Μακαριος is er nog steeds zalig, zelfs in de Bergrede: “Zalig zijn de armen…”. Σωτήρ, de Redder, waar de Engelse KJV altijd Savior gebruikt, is in de HSV nog steeds het lutherse Zaligmaker.

 

Hoe hier voorlopig besluiten? Alle Nederlandse en Duitse Bijbelvertalingen die werk maken van “brontekstgetrouwheid” vertalen nu de oorspronkelijke Griekse woorden σωτηρία en μακαριος coherent door redding en door gelukkig of gezegend. De Engelse KJV heeft met die woorden nooit last gehad omdat salvation en blessed coherent σωτηρία en μακαριος weergeven. Het Engelse Book of Mormon sluit perfect aan met salvation en blessed in de geijkte zinnen.

Het is evident wat dit zou moeten betekenen voor de Nederlandse vertaling van het Boek van Mormon: diezelfde coherentie doortrekken voor de vertaling van salvation en blessed. Blessed vormt geen probleem, want dat is al steeds door gezegend vertaald. Maar de woorden op de stam sav* en sal*, to save, salvation, saved en Savior, vragen om woorden met de stam red*, redden, redding, gered en Redder. Precies zoals de Duitse vertaling in Das Buch Mormon heeft gedaan.

 

Waar komt dat mormoons “heilsplan” vandaan?

Alle vorige Nederlandse edities van het Boek van Mormon vertaalden salvation zowel door zaligheid als door heil, afhankelijk van de context of van persoonlijk taalgevoel van de vertaler. Als salvation uitgaat van God, lijkt de voorkeur naar heil te gaan — “En daarin zal Mijn evangelie, Mijn rots en Mijn heil zijn geschreven” (1 Nephi 13:36). “… en alle einden der aarde zullen het heil van de Vader zien” (3 Nephi 20:35). Maar we lezen evengoed in die oudere edities: “Ja, en de ganse aarde zal de zaligheid des Vaders zien” (1 Nephi 20:17). Als het perspectief de mens betreft, komen zowel zaligheid als heil aan bod, maar overwegend zaligheid (driemaal meer).

En dan kom je iets heel bevreemdends tegen voor de vertaling van het Engelse salvation: in plaats van zaligheid te vervangen door redding, waar alle studies naar vroegen, koos men (iemand?) ervoor om in de huidige vertaling van het Boek van Mormon alle voorkomens van zaligheid te vervangen door heil. En plan van zaligheid door heilsplan. Dat zet de klok eeuwen terug.

  • Heil was een primaire Oudgermaanse keuze die al in de middeleeuwen niet meer goed aansloeg en spoedig door zaligheid werd overvleugeld. Luther blies Heil nieuw leven in en gebruikte het als synoniem naast Seligkeit, of als versterking ervan (“Heil und Seligkeit”) wat ook in bepaalde Nederlandse protestantse kringen gebruikelijk werd. Maar nergens werd heil vooruit geschoven als vervanging van zaligheid en nooit, voor zover ik weet, werd heil de standaard voor σωτηρία in een Nederlandse Bijbelvertaling. Speelde, bij de keuze voor heil in de huidige versie van het Boek van Mormon, nog een lokaal luthers of calvinistisch fundamentalisme mee dat sterk aan heil houdt? Of een bekrompen antikatholicisme dat zalig te katholiek-klinkend vond?
  • Het viertal opeenvolgende Nederlandse Bijbelvertalingen, die de kerk over de jaren aanbeval, gebruiken zaligheid als standaardwoord voor σωτηρία, van de oude Statenvertaling tot de huidige Herziene Statenvertaling. In de HSV, die de kerk thans als norm gebruikt, komt heil in enkele contexten in het Oude Testament voor, maar nergens in het Nieuwe Testament voor de 45 voorkomens van σωτηρία. Daar is het nog steeds zaligheid. Met andere woorden: er is nu, voor de vertaling van salvation, een volkomen breuk tussen onze Bijbel en de huidige versie van het Boek van Mormon.
  •  Als het dan toch mogelijk werd om zaligheid door een ander woord te vervangen — wat op zich een significante en welkome beslissing is na meer dan een eeuw ingeburgerd gebruik van zaligheid —, dan was dat de gelegenheid om te conformeren op het Engelse salvation. Salvation vertaalt etymologisch en inhoudelijk als redding, een woord dat zowel het proces als het eindresultaat verwoordt en in alle contexten past. Daarom ook dat alle brontekstgetrouwe Bijbelvertalingen nu voor redding opteren en geen enkele voor heil.
  • Het Duitse Das Buch Mormon, de enige versie van het Boek van Mormon die Heil vanuit de lutherse traditie nog zou gebruiken, heeft dat woord in 1980 definitief geweerd: elk voorkomen van salvation in het Engels is nu in het Duits Errettung (redding), een woordkeuze die salvation letterlijk vertaalt en dus ook aansluit bij σωτηρία. En Savior is er nu overal Erretter.  

 

Besluit en aanbeveling

Hopelijk was het een boeiende en leerzame tocht in de wondere Bijbelse taalwereld van σωτηρία en μακαριος. Wat moeten we concluderen?

Zalig en heil dateren uit de vroegste middeleeuwen toen de eerste predikers een binding probeerden te leggen met “barbaarse” concepten. Zaligheid en heil zijn geen precieze weergave van het Grieks σωτηρία, dat letterlijk redding betekent. Het duidt zowel op een beweging, een proces dat de mens redt, als op het resultaat, de eigenlijke redding. Terwijl zaligheid en heil essentieel op een statische eindtoestand wijzen. Het Engels salvation, dat via het Latijn de precieze weergave van σωτηρία is, drukt zowel de beweging als het resultaat uit. De meest precieze vertaling van het Grieks σωτηρία en het Engels salvation in het Nederlands is redding.

Plan of salvation wordt dan plan van redding, zoals nu in het Duits Plan der Errettung. Het omzetten tot het samengesteld woord reddingsplan is mogelijk, maar vraagt, zoals elke nieuwe combinatie, wat gewenning. Principieel afwijzen omdat het “niet vertrouwd klinkt” is onverantwoord subjectief. Persoonlijk zou ik plan van redding aanbevelen, om zo dicht mogelijk bij het Engels te blijven en bij onze Duitse zustertaal.

Het is dus wenselijk dat een nieuwe editie van het Boek van Mormon geconformeerd wordt, in aansluiting met de originele Engelse tekst, zoals ook onze Duitse Mitglieder al in 1980 gedaan hebben. [15] 

Dit alles betekent geenszins dat we nu de woorden zalig, zaligheid, heil, Zaligmaker of Heiland moeten vermijden! Die zijn ingeburgerd, zitten in tal van vroegere publicaties en zingen we in onze lofzangen. Het gaat in het bovenstaande enkel om correct en coherent taalgebruik in de Schrift.

Ten slotte, nooit vergeten waar het uiteindelijk om gaat: beter vatten wat de Redder voor ons gedaan heeft en wat Hij van ons verwacht.

 

6 – En nog veel meer soteriologische termen…

Met de voorgaande bespreking van σωτηρία en μακαριος die aan de basis van de woorden gered en geluk in Alma’s tekst liggen, hebben we maar twee woorden van Alma’s 89 termen met een leerstellige betekenis voor de redding van de mens verkend.

Er is bijvoorbeeld het tweede grote concept van de soteriologie, namelijk dat van de verlossing, dat een even rijke verkenning van termen inhoudt — met een studie van de Hebreeuwse en Griekse woorden voor verlossen, losgeld en Verlosser. Ook hier gelden de pistes die we voor σωτηρία gevolgd hebben, ditmaal startend bij de Oudtestamentische titel van Verlosser, de betaler van een los-geld, die teruggaat op het Hebreeuws lexicon, in het Grieks vertaald als Λυτρωτής (Lytrotes), dan in het Latijn als Redemptor, en via het Oudfrans in het Engels als Redeemer. Van het Latijn redimere en redemptio kreeg het Engels ook, en weer via het Oudfrans, de woorden to redeem en redemption.[16]

Er is dus nog heel wat stof voor studie — zo dit soort analyses u interesseert. Zo ja, geef me via Contact of via mail een sein!

 

7 – Alma: nog een blik op zijn tekstarchitectuur

We mogen Alma 40 tot 42 niet verlaten zonder toch nog even de aandacht op zijn bijzondere stijl te vestigen.

Voor- en nadelen van de indeling in verzen
De hebraïsche stijlfiguren: weerspiegeling van Alma’s denkpatronen

 

Voor- en nadelen van de indeling in verzen

Dit onderwerp staat in direct verband met “tekstarchitectuur” vanuit de leeservaring.

Voor de verdeling in hoofdstukken in de oorspronkelijke editie van het Boek van Mormon in 1830 volgden Joseph Smith en Oliver Cowdery de originele groeperingen op de platen, zo die waren aangeduid. Dat was het geval voor het boek Alma, een erg verzorgd boek met originele indelingen (zie hierover dit onderdeel in les 21). Zo droegen de drie boodschappen van Alma aan elk van zijn zonen elk een eigen introductie op de platen: “De geboden van Alma aan zijn zoon…”. Joseph Smith respecteerde die verdeling voor de nummering in hoofdstukken: Alma’s geboden aan Helaman werden “Chapter XVII”, die aan Shiblon “Chapter XVIII” en die aan Corianton “Chapter XIX”. Wat wij nu, voor Corianton, over vier hoofdstukken en in verzen verdeeld lezen  (Alma 39–42), las men vroeger als één hoofdstuk van negen bladzijden, verdeeld over vier lange alinea’s van ongeveer twee bladzijden elk, zonder versnummers.

De huidige verdeling in deze kleinere hoofdstukken en in verzen dateert van 1879 (zie hierover dit onderdeel in les 14). Het voordeel van de huidige indeling is de mogelijkheid om snel te verwijzen naar een bepaald vers. Ook zijn er tal van verwijzingen in de tekst verwerkt, met voetnoten onderaan de pagina, wat Schriftstudie vooruit kan helpen. Een nadeel kan zijn dat we niet meer zo vloeiend lezen, omdat we elk vers als een soort inhoudelijke eenheid beschouwen. Een ander nadeel is dat we in lessen en toespraken makkelijk van het ene naar het andere vers geloodst worden, zonder veel aandacht voor de continuïteit van de tekst en zo vele stukken overslaan. Vanuit het oogpunt van de stijl kan de indeling in verzen passages breken die bij elkaar horen. Vandaar de hulp die stijlschema’s kunnen bieden.

 

De hebraïsche stijlfiguren: weerspiegeling van Alma’s denkpatronen

Voor wie taal en cultuur interessant vindt blijven de hebraïsche stijlfiguren een boeiend aspect van het Boek van Mormon. Al van bij de aanvang van de lessenreeks heb ik de aandacht geregeld gevestigd op die toch wel merkwaardige kenmerken, die de authenticiteit van het Boek van Mormon ondersteunen. Alma is een van de meest bedreven auteurs met deze stijlfiguren, wat duidelijk wijst op een uniek auteur die zich van anderen onderscheidt. Soms gaat het om kleine onderdelen die quasi natuurlijk in zijn retoriek schuilen, zoals kleine chiasmen, contrasten en parallelstructuren. Je ontmoet ze als vanzelf in de hoofdstukken die we voor deze les bestuderen:

“De ziel zal worden hersteld
tot het lichaam,
en het lichaam
tot de ziel.” (40:23)

“…opgewekt tot eindeloos geluk
om het koninkrijk Gods te beërven,
of tot eindeloze ellende
om het koninkrijk des duivels te beërven” (41:4)

Soms gaat het om rijker uitgebouwde gehelen. Deze voorbeelden verdienen een schema. De tekst hieronder werd geconformeerd op het Engels, omdat de huidige Nederlandse vertaling soms teveel afwijkt en de onderliggende structuren niet respecteert.

De passage van Alma 41:13–15 zit omkaderd in een inleiding en een slot (A-A) met “het woord herstelling” als anker. Van drie opsommingen (B1, B2 en B3) komen B1 en B2 in chiasme, B3 in parallel met B2 en in chiasme met B1. B1 geeft neutrale uitleg, B2 vermaant de uitleg toe te passen, B3 belooft het resultaat. Tussen B2 en B3 zit de scharnier (C-C), namelijk de voorwaarde en belofte waar alles aan vasthangt. Het bijwoord wederom loopt als een rode draad door het geheel.

L30_1

 

Typisch voor Alma’s bewijsvoeringen zijn redeneringen, waarbij de mekanismen van oorzaak en gevolg centraal staan. Voegwoorden, zoals daarom, tenzij, en nu, om, opdat markeren de stappen.

 

L30_2

Alma blijft verbazen.

 

8 – Gestructureerd lezen

Alma 40 – Vervolg van de woorden van Alma aan Corianton
Thema: de opstanding

Merk de voorzichtigheid van Alma op wanneer hij over leerstellingen spreekt: hij geeft toe dat hij nog niet alles weet, hij “veronderstelt” bepaalde zaken en verduidelijkt die nog gedeeltelijke onzekerheid.

1-5          Het principe:

  • de opstanding zal pas plaatsvinden na de komst van Christus.
  • God weet de tijd die daarvoor is vastgesteld.

6-14       Over de tijd tussen dood en opstanding: alle geesten worden huiswaarts geleid naar die God, Die hun het leven heeft gegeven = naar de geestenwereld.

  • rechtvaardigen: een staat van geluk, die paradijs wordt genoemd
  • goddelozen: worden uitgeworpen in de buitenste duisternis.

15-21     Bedenkingen bij de term “eerste opstanding”

  • 15-16 – in de tijd van Alma gebruikten sommigen die term blijkbaar als een omschrijving van de stap naar de geestenwereld; dit is niet correct, maar Alma toont eerst begrip voor het gebruik van de term: Ja, ik geef toe dat het een opstanding kan worden genoemd, dit opwekken van de geest.
  • 17-18 – vervolgens verduidelijkt Alma wel het juiste begrip: De eerste opstanding heeft betrekking op de hereniging van de geest met het lichaam van hen die zijn gestorven sedert de dagen van Adam tot de opstanding van Christus.
  • 19-20 – ten slotte verduidelijkt Alma wie volgens hem in aanmerking komt voor deze eerste opstanding: De geest en het lichaam der rechtvaardigen zullen bij de opstanding van Christus en Zijn hemelvaart (eerst) worden herenigd.

21-26     Het thema van de “herstelling” wordt aangekondigd:  Alle dingen zullen in hun eigen en volmaakte gedaante worden hersteld.

Alma 41 – Vervolg van de woorden van Alma aan Corianton
Thema: de herstelling

Opmerking: het gaat hier om de “her-stelling” in verband met de opstanding en het “terug ontvangen” van de aard van ons leven:

  • goed leven = gelukzaligheid in de opstanding
  • slecht leven = eindeloze ellende in de opstanding

1              Aankondiging van het onderwerp: opnieuw een antwoord op een verontruste vraag van Corianton.

2-5          Het principe: de rechtvaardigheid van God eist dat in de opstanding

  • wie goede werken heeft gedaan = eindeloze gelukzaligheid
  • wie boze werken heeft gedaan = eindeloze ellende

6-8          Maar ook: bij bekering en volharding, met rechtvaardigheid beloond. Echter niet vergeten: zij moeten zelf kiezen om óf goed óf kwaad te doen.

9-11       Persoonlijke conclusie gericht aan Corianton

12-15     Vragen en antwoorden over de betekenis van het woord herstelling

Zie het schema hierboven.

Alma 42 – Vervolg van de woorden van Alma aan Corianton
Thema: de rechtvaardigheid Gods. Eén van de bekendste hoofdstukken in het Boek van Mormon.

1              Aankondiging van het onderwerp: opnieuw een antwoord op een verontruste vraag van Corianton: is het niet onrechtvaardig dat de zondaar gestraft wordt? Alma legt in dit hoofdstuk het plan van zaligheid uit, opnieuw met toevoegingen die het nog duidelijker maken. Hier leren we meer over de plaats van de proeftijd en de toepassing van de wetten van rechtvaardigheid, offerande en barmhartigheid.

2-7          Gegevens over de val van Adam en de gevolgen daarvan: de lichamelijke en de geestelijke dood.

8-15       De noodzaak van een proeftijd. Zonder een proeftijd zou de rechtvaardigheid (= de gerechtigheid) de mensen voor immer van de tegenwoordigheid Gods afsnijden.

Maar door de verzoening kan God zijn barmhartigheid tonen en de eisen der gerechtigheid bevredigen.

Zie het schema hierboven voor verzen 12-15

16-22     Bekering tijdens de proeftijd is mogelijk omdat er ook een wet is, gekoppeld aan een straf.

23-26     Opnieuw:

  • de eisen van de gerechtigheid
  • de verzoening
  • de barmhartigheid indien de mens boetvaardig is
  • de opstanding en het oordeel.

27-31     Persoonlijke en diep doorvoelde oproep van Alma aan zijn zoon.

 

Voetnoten

[1]    Voor de ontwikkeling en de connotaties van σωτηρία, zie Norbert Brox, “Σωτηρία und Salus,” Evangelische Theologie 33 (1973): 253–279; Carl R. Holladay, John T. Fitzgerald, Gregory E. Sterling, and James W. Thompson, “‘Christ Jesus Came into the World to Save Sinners’: Soteriology in the Pastoral Epistles,” in Light from the Gentiles: Hellenistic Philosophy and Early Christianity (Leiden: Brill, 2013), 431–457; Alanna Nobbs, “The Idea of Salvation: The Transition to Christianity As Seen in Some Early Papyri,” Prudentia (1988): 59–63; Archbishop Michael Bland Simmons, Universal Salvation in Late Antiquity: Porphyry of Tyre and the Pagan-Christian Debate (Oxford University Press, 2015), in het bijzonder hoofdstuk 6, “The Meaning of Salvation in a Greco-Roman Milieu”, 107–125; Ernst Ochs, “Die Heiligen und die Seligen,” Beiträge zur Geschichte der deutschen Sprache und Literatur (PBB) 1921, no. 45 (1921): 102–112.

[2]    Erich Aumann, “Aus der Werkstatt des althochdeutschen Wörterbuchs. 13. Die Wortwahl der althochdeutschen Sprachdenkmäler bei der Übersetzung von salus,” Beiträge zur Geschichte der deutschen Sprache und Literatur (PBB) 1939, no. 63 (1939): 443–451; Arend Quak, “Das Leeuwardener Fragment der sogenannten Wachtendonkschen Psalmen,” Amsterdamer Beiträge zur Älteren Germanistik 5 (1973): 33–62.

[3]    Joachim Grzega, , “Hāl, Hail, Hello, Hi,” in Speech Acts in the History of English, Andreas H. Jucker and Irma Taavitsainen, eds., vol. 176 of Pragmatics & Beyond New Series (Amsterdam: John Benjamins, 2008), 165–193.

[4]    Nicoline van der Sijs (samensteller), Etymologiebank: ‘heil’ (2010), op http://etymologiebank.nl/

[5]    Vroegmiddelnederlands Woordenboek: Oudste attestatie voor zaligheid: Limburg, 1200. Aangetroffen spelling: saleched, salecheit, salechheid, salechheit, salegheid, salegheit, salichhed, salicheit, selecheit, selechheit, selegheit, zalechheid, zalichhed, zalicheyt. Morfologie: Van het bnw. salich ‘gelukkig, gelukzalig’ met het suffix -heit.

[6]    Gábor Györi, “Cultural Variation in the Conceptualisation of Emotions: A Historical Study,” in Speaking of Emotions: Conceptualisation and Expression, Angeliki Athanasiadou and Elżbieta Tabakowska, eds. (Berlin: Walter de Gruyter, 1998), 99–124. Zie ook EOD – English Oxford Dictionary, de etymologische entry voor seely.

[7]    Zie EOD – English Oxford Dictionary, de etymologische entry voor hap, n1. Ook voor de etymologie en waarden van andere woorden gebruikte ik de EOD. Verder over happy: C. Kingfisher, “Happiness: Notes on History, Culture and Governance,” Health, Culture and Society 5, no. 1 (2013): 67–82.

[8]    Opmerking. Erasmus gebruikte Byzantijnse mansucripten om zijn Textus Receptus van het Nieuwe Testament samen te stellen. Later zijn er echter nog oudere Griekse manuscripten ontdekt. Dat leidde in 1906 tot een nieuwe Grieks-Latijnse editie van het Nieuwe Testament, de zogenaamde Nestle-Aland-editie, die ondertussen al vele heredities heeft gekend en onmisbaar is voor Schriftvertalers en exegeten. Voor alle citaties van σωτηρία en μακαριος heb ik de “Nestle” geraadpleegd om zeker te zijn of nieuw ontdekte manuscripten enige invloed hadden op het gebruik van deze woorden in het Nieuwe Testament maar vond geen voorbeelden van afwijkingen. De woorden σωτηρία en μακαριος blijft stabiel in alle voorkomens.

[9]    Zie http://www.etymonline.com/ voor de entry blessed.

[10]  Wilhelm Wagner, “Über σῴζειν und seine Derivata im Neuen Testament,” Zeitschrift für die Neutestamentliche Wissenschaft und die Kunde der Älteren Kirche 6, no. 1 (1905) 205–235. Zie ook Ralf Luther, Grundworte des Neuen Testaments: Eine Einführung in Sprache und Sinn der urchristlichen Schriften (R. Brockhaus im SCM-Verlag, 2014), onder de entries Heil en Selig, Seligkeit.

[11]  Martin Luther, D. Martin Luther’s Tischreden oder Colloquia (Рипол Классик, 1845), 183, 200, 291, 408, 426.

[12]  Studies over die wijzigingen zijn talrijk, maar vooral te vinden in commissieverslagen. Zie Melanie Binder, Ein Vergleich der Syntax der Lutherbibel von 1534 mit der Revidierten Fassung von 1984, Seminararbeit (Universität Wien, Biblische Theologie, 2014; ook bij GRIN-Verlag, 2016); Regina Frettlöh, Die Revisionen der Lutherbibel in wortgeschichtlicher Sicht, vol. 434 Göppinger Arbeiten zur Germanistik (Göppingen: Kümmerle, 1986).

[13]  Zie voor een analyse Marcellus S. Snow, “The Challenge of Theological Translation: New German Versions of the Standard Works,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 17, no. 2 (1984): 133–149.

[14]  Doede Nauta, “Geschiedenis van het ontstaan der Statenvertaling,”in De Statenvertaling 1637 – 1937 (Haarlem: De Erven F. Bohn, 1937).

[15]  Wat al wél zou mogen, is een coherente vertaling van Savior als Redder in het Boek van Mormon, wat nu maar drie keer gebeurt (1 Nephi 21:26; 2 Nephi 6:18; Mosiah 3:20), tegen de twaalf voorkomens van Savior in de Engelse versie. Vertaalcoherentie is een gouden regel.

[16]  Stanley B. Marrow, “Principles for Interpreting the New Testament Soteriological Terms,” New Testament Studies 36, no. 2 (1990): 268–280.

Om terug te keren

1 – Een weelde aan leerstellige woorden: waar komen ze vandaan?
2 – Σωτηρία – Redding (+ redden, gered, Redder)
3 – Μακαριος – Gelukkig, gezegend
4 – Een ingrijpend taalgebeuren in het Engels
5 – Nieuwe Bijbelvertalingen en betekenis voor het mormonisme
6 – En nog veel meer soteriologische termen…
7 – Alma: nog een blik op zijn tekstarchitectuur
8 – Gestructureerd lezen