Wat is er verschillend in jullie kerk?

28 september 2018

Laatst zat ik een zondagschoolles waar de leerkracht dit scenario opperde: “Je buur vraagt je naar het verschil tussen jouw kerk en andere kerken. Waarop wijs je dan?” Het onderwerp van de les was “profeten”, dus daar doelde de vraag vooral op. Een van de verschillen met anderen is inderdaad dat wij profeten hebben. Op die basis ging de les verder.

Zelf had ik bij de vraag kort het volgende voorgesteld: de buur eerst vertellen wat wij en andere christelijke kerken gemeen hebben, eerder dan meteen over verschillen te beginnen. Er is daar in de les niet verder op ingegaan, want dat was ook niet het onderwerp. Daarom ga ik er hier even op in.

Wat kan het probleem zijn als we meteen focussen of wat ons onderscheidt van anderen? Dat we dan vaak amper iets zeggen over de essentie van ons geloof: Jezus Christus, de verzoening, naastenliefde, de Bergrede, geloof, bekering, doop, gave van de Heilige Geest, opstanding en eeuwig leven. Allemaal fundamentele elementen waar andere christenen ook principieel in geloven.

Als we enkel focussen op verschillen is het risico groot dat de buur de volgende flarden als kenmerkend voor het mormonisme onthoudt: geen alcohol, geen tabak, geen koffie of thee, geen beroepsclerus, jonge zendelingen, genealogie … Als leerstellingen aan bod komen gaat het dan meestal over de afval en de herstelling, hedendaagse profeten, geen drie-eenheid, een lichamelijke God, het voorbestaan en het eeuwig huwelijk. We zetten die verschillen in de verf, maar beseffen daarbij niet hoe onvolledig en hoe vertekend we het herstelde evangelie dan soms overbrengen. Veel van de essentie ontbreekt immers, gegevens die voor ons zo evident zijn dat we ze niet vermelden.

Een betere invalshoek kan telkens met de zin: “Net zoals andere christenen geloven wij …” of zelfs verbredend naar universele waarden: “Net zoals alle gelovigen wereldwijd geloven wij …”

Joseph Smith leerde: “Wij vragen niemand om het goede dat zij bezitten weg te werpen; wij vragen ze enkel om meer te bekomen”.[1] Het is in dat “meer” dat we dan de nuances kunnen overbrengen, voor zover nodig.

Zo zou een gesprek met de buur kunnen lopen:

  • Net zoals andere christenen geloven wij in Jezus Christus als Heiland. Wij zien hem zelfs als de Jehova van het Oude Testament en als de Schepper van hemel en aarde.
  • Net zoals voor andere gelovigen is naastenliefde onze belangrijkste opdracht, zoals Jezus leert in de Bergrede. Onze kerk helpt ons dat in praktijk te brengen door dienstbetoon, welzijnszorg en humanitaire projecten.
  • Net zoals andere gelovigen wereldwijd geloven wij in de kracht van geloof en van bekering. Zo hopen wij met alle mensen van goede wil een betere wereld te bouwen.
  • Net zoals andere christenen hebben wij de doop. Bij ons gebeurt die door onderdompeling en pas vanaf de leeftijd van acht jaar.
  • Net zoals andere christenen geloven wij in Christus’ verzoening voor onze zonden. We geloven echter niet dat de mens verantwoordelijk is voor de erfzonde.
  • Net zoals andere christenen herdenken wij het offer van Christus door het avondmaal. Bij ons gebeurt dat ’s zondags waarbij brokjes brood en bekertjes water worden rondgediend.
  • Net zoals andere christenen geloven wij in de opstanding en het eeuwige leven. Wij geloven daarbij dat we eeuwig met onze geliefden kunnen zijn en dat het huwelijk eeuwig is. Daarom doen wij ook aan genealogie.
  • Net zoals andere christenen geloven wij dat Christus zijn kerk organiseerde. Wij geloven in dezelfde organisatie en ambten zoals toen, met apostelen en profeten.
  • Net zoals andere christenen aanvaarden wij de Bijbel. We hebben ook andere Schriftuur zoals het Boek van Mormon om ons meer inzicht te verschaffen.

En meer…

Sommigen onder ons putten hun overtuiging vooral uit het “anders-zijn” dan andere kerken. Dat was inderdaad de sfeer die sommige kerkleiders in de twintigste eeuw hebben gevoed. “De grote afval” was toen een hoofdthema: bij andere kerken zat zowat alles verkeerd na de dood van de eerste apostelen; bij ons was alles volmaakt hersteld. Die invalshoek is veranderd.[2] Over “de grote afval” hoor je niet meer prediken op algemene conferenties. Wat de “grote en gruwelijke kerk” is wordt nu anders uitgelegd dan vroeger (zie pdf hier). Vanaf de jaren 1990 stak kerkpresident Gordon B. Hinckley een open hand uit naar andere kerken. Onze kerk begon samen te werken met katholieke en islamitische hulporganisaties voor humanitaire projecten. Mormoonse kerkleiders nemen nu deel aan interkerkelijke conferenties, zoals op het recente G20 Interfaith Forum. Zo leren zij van ons en wij van hen. In feite keren we zo terug naar de oorspronkelijke houding van Joseph Smith die zei: “Bezitten de Presbyterianen enige waarheid? Ja. Hebben de Baptisten, Methodisten, enz. enige waarheid? Ja. Ze hebben allen waarheid vermengd met dwaling. Wij moeten alle goede en ware beginselen in de wereld verzamelen en als schatten koesteren, of we worden geen ware mormonen”.[3]

Betekent dit dat we onze eigenheid opgeven? Natuurlijk niet. Maar we werken aan een betere wereld als we minder onze verschillen benadrukken en meer wat ons verbindt.

 

[1]     Teachings of Presidents of the Church: Joseph Smith (Salt Lake City: Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, (2007), 155.

[2]     Zie onder meer Eric Dursteler, “Inheriting the ‘Great Apostasy’: The Evolution of Mormon Views on the Middle Ages and the Renaissance,” Journal of Mormon History 28, no. 2 (2002), 23–59; Miranda Wilcox, John D. Young (eds.), Standing Apart: Mormon Historical Consciousness and the Concept of Apostasy (Oxford University Press, 2014).

[3]     B. H. Roberts (ed.) History of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints – Period I. History of Joseph Smith, the Prophet. By himself (Salt Lake City: Deseret Book, 1949, rpt 1970), vol. 5: 517.