Types mormonen: een les in diversiteit (1-2)

Wilfried Decoo
31 mei 2017

Dit onderwerp is over verschillende delen gespreid. Hieronder het aanvangsdeel (delen 1 en 2).  Zie hier voor deel 3. Andere delen zijn in uitwerking.

1 Inleiding
2 Types naar mate en aard van overtuiging

2.1 IJzeren-roede-mormonen
2.2 Liahona-mormonen
2.3 Vrijdenkende mormonen
2.4 Culturele mormonen
2.5 Inactieven
2.6 Terugblik

Andrere delen:

3 Types naar mate en aard van kennis en inzicht
4 Types naar familiale achtergrond: in de kerk geboren of bekeerling?
5 Types naar hun heimat: van Utah of van elders?

 

1 Inleiding

In het onderdeel “Kennismaken” op deze website komen uiteenlopende “heiligen der laatste dagen” aan bod, in hun dagelijkse werkelijkheid voorgesteld. Sociologen hebben voor die types indelingen en benamingen bedacht naar mate en aard van overtuiging en deelname, naar mate en aard van kennis en inzicht, naar familiale origine en naar woonplaats. Geen enkele indeling is echt adequaat, want individuen overstijgen elke groepsdefinitie. Het een of ander kenmerk, typisch voor een groep, kun je al eens bij iemand van een andere groep vaststellen. Wie vertrouwd is met indelingen in het jodendom – ultraorthodox, orthodox, Israëlisch, conservatief, hervormd, reconstructionist, humanistisch en andere – zal deze overlappingen tussen types beter vatten. Bijkomend probleem is dat elke mens meestal een complexe persoonlijkheid herbergt. De oppervlakte kan makkelijk beschrijfbaar zijn, maar verhult verschillende subtiele en subjectieve lagen. Dat is des te meer het geval in een religieuze gemeenschap waar de meeste leden de verwachte rol van “goed lid” vervullen in een sfeer van wederzijdse beoordeling, maar daarbij evengoed hun afwijkende meningen of gedragingen kunnen camoufleren.

Bedoeld voor lezers die hier kennismaken met het mormonisme, kan deze typologie ook mormonen zelf wat leren over interne diversiteit in hun kerk. Kerkleden die enkel hun eigen wijk of ring kennen, waarin ze bovendien vooral met gelijkgestemden omgaan, leven in een besloten kring. Zij kunnen baat hebben bij wat verhelderende introspectie: ben ik een derde-generatie expansionist en liahona-mormoon, of ben ik eerder een literalist en ijzeren-roede bekeerling, of ben ik eerder een essentialist en culturele mormoon? Er zijn een aantal combinaties mogelijk. Ook kan zo’n inzicht geruststellend zijn voor wie minder aan het zogenaamde “ideale” profiel beantwoordt: je bent lang niet alleen met je vragen, je zoeken en je vrije mening.

Mensen van andere types beter leren kennen en waarderen in hun verscheidenheid is een oefening in charisma: hoe kunnen we onze evenmens, in zijn anders-zijn, liefhebben? Een typologie heeft niet de bedoeling anderen te beoordelen, maar wel ze beter te begrijpen en te waarderen, ook in hun minder aangename kanten.

“Parabel van de zaaier” door Thomas Bertram Poole

Gelovigen volgens criteria indelen is daarenboven Schriftuurlijk. Het Oude Testament en het Boek van Mormon beschrijven dergelijke groeperingen herhaaldelijk. Het Nieuwe Testament bevestigt die traditie. In de parabel van de zaaier verdeelt Jezus de mensen in vier groepen op vlak van geloof: de weifelaars, de niet-gewortelden, de verstikten en de vruchtdragers. In de parabel van de goede Samaritaan is sprake van een priester, een Leviet en een Samaritaan, elk met verschillende houdingen. De vermeldingen van Farizeeën, Sadduceeën, Samaritanen, Kanaänieten, Joden, Herodianen, priesters, Levieten en Schriftgeleerden belichten allerlei vormen van overtuiging, gedrag en origine. Dergelijke vormen vind je evengoed bij mormonen. Die diversiteit zelf wijst erop dat de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geen sekte is.

In de volgende typologie gebruik ik ook een aantal kenmerkende termen uit het mormoons-Amerikaanse jargon.

 

2 Types naar mate en aard van overtuiging

Net zoals in andere religies, staan ook mormonen op een continuüm wat overtuiging betreft: aan het ene uiterste wie rotsvast gelooft, aan het andere uiterste wie niet (meer) gelooft, maar toch nog op de ledenlijst staat. Daartussen liggen heel wat nuances. Van het ene naar het andere uiterste worden in analyses vaak vijf types onderscheiden: ijzeren-roede, liahona, vrijdenkend, cultureel en inactief.

 

2.1 IJzeren-roede-mormonen

In een toonaangevend artikel maakte analist Richard Poll het onderscheid tussen “Iron-rod” en “Liahona” mormonen.[1]

IJzeren-roede-mormonen vormen wat men elders de (zeer) conservatieve groep zou noemen. De uitdrukking verwijst naar een beeld uit het Boek van Mormon: de ijzeren roede is een muurvaste reling die langs een smal pad naar de boom des levens leidt en dus zekerheid en houvast biedt. Zelfs in “de mist van duisternis”, zoals het Boek van Mormon verhaalt, kun je, door je vast te klampen aan de reling, langs het pad het uiteindelijk hemels doel bereiken.[2]

Toegepast op huidige kerkleden, suggereert het beeld een strikte godsdienstbeleving door nooit af te wijken van het pad. Het onderhouden van de geboden is voor deze leden dan ook een centrale bekommernis of een vanzelfsprekende tweede natuur. “De mist van duisternis” is de bedreigende buitenwereld met zijn verleidingen. Daarin kan je niet verdwalen zolang je op het levenspad de reling vasthoudt. “IJzeren-roedes” zien mormoonse beleving dan ook meestal als een alles-of-niets keuze. Sommigen vatten die beleving constructief op en zetten zich in om de wereld te verbeteren, anderen zijn eerder fatalistisch ingesteld en zien vooral de (veronderstelde) aftakeling van de wereld rondom hen – het eindtijdscenario dat de wederkomst van Jezus Christus voorafgaat.

Voor “ijzeren-roedes” vormen de Schriften – Bijbel, Boek van Mormon, Leer en Verbonden en Parel van grote waarde – hun basislectuur, samen met de woorden van de algemene autoriteiten in de lesboeken en het maandblad. Zij waarderen de toespraken op de algemene conferenties, waarvan zij elk woord als geïnspireerd beschouwen. Zij benadrukken de rol van “de profeet” (de kerkpresident) als woordvoerder van God. Sommige ijzeren-roedes beperken zich tot een eenvoudige, omlijnde kennis van het “herstelde evangelie”. Anderen, die ook Engels lezen, kunnen zich in meer teksten verdiepen, vooral die op de kerksites staan of die door Deseret Book, de kerkelijke uitgeverij, worden uitgegeven. Zo is de kans klein dat ze obstakels op hun pad tegenkomen. Voor wie nog meer info wenst, maar steeds orthodox, is de onafhankelijke (en commerciële) website Meridian Magazine een bron van nieuws en strikte conservatieve visies.

Toespraken van ijzeren-roedes handelen vaak over plichten en geboden, maar ook over de pracht van het herstelde evangelie en de voldoening van hun lidmaatschap. Ze spreken makkelijk voor de vuist. Ze verwijzen vaak naar “de Geest” die hen begeleidt en helpt beslissingen te nemen, ook in het dagelijks leven. Om die inspiratie te krijgen bidden ze ’s morgens en ’s avonds, maar spreken ook inwendig vaak een gebed uit bij elke kleine uitdaging, al was het om een verloren sleutel terug te vinden. In lessen geven ze op vragen het verwachte correcte antwoord. Hun getuigenis tijdens de maandelijkse getuigenisvergadering hanteert vaak de zinnen: “Ik weet dat God leeft”, “Ik weet dat de kerk waar is” en “Ik weet dat president [naam van de huidige profeet] een profeet van God is”. Emotie breekt dan soms door in hun stem.

Het kunnen uitdrukken van die zekerheid omspant hun geloof. Daardoor willen ijzeren-roedes ook liever niets weten van storende elementen in de geschiedenis en de leer van de kerk. Eenvoudige verklaringen voor die problematische kanten stellen hen snel gerust. Het andere verdringen ze, uit vrees voor geloofsafbraak. Ze zijn ook geneigd altijd positief en opbouwend te reageren bij uitdagingen of bij kritische opmerkingen. Zelfs dit onderwerp van “types mormonen” kan sommigen onder hen storen, omdat er volgens hen maar één volwaardig type kan zijn. Wie daarvan afwijkt is geen echte mormoon meer. Maar zo’n houding hoort eerder bij een sekte.

In het uitvoeren van taken en leidersfuncties zijn ijzeren-roedes rechtlijnig, soms wat rigide, want handboek en instructies primeren. Ze gaan regelmatig naar de tempel. Ze houden van uniformiteit, vandaar ook meestal klassieke kleding op zondag – mannen in wit hemd, pak en das; meisjes en vrouwen met dichtgeknoopte blouse en klassieke rok of kleedje tot aan of onder de knie.

In een kerk die op vrijwilligers steunt zijn ijzeren-roedes kostbaar door hun onvoorwaardelijke inzet. Nooit zullen ze een kerktaak weigeren. Ze offeren veel voor “het koninkrijk Gods” en beschouwen tegenslagen, hoe zwaar ook, als beproevingen. De meesten stralen vreugde en charisma uit. Onderlinge vriendschappen met gelijkgestemden zijn sterk, ook al verschillen hun sociale, intellectuele en economische niveaus. IJzeren-roedes vind je immers in alle hoeken van de maatschappij, van meer eenvoudige zielen tot wetenschappers, juristen en succesvolle zakenlui. Het kunnen arbeiders of intellectuelen zijn, ondergeschikten of leidinggevenden, waarbij die elkaar, op dat gezamenlijk pad, als gelijken ontmoeten en waarderen. De kerk is hun leven.

***

Toch weerklinken ook al eens kritische opmerkingen. Een andere term voor deze groep, of eerder voor het meest strakke deel van de groep, is “TBMs” – “True Believing Mormons” (soms ook “True Blue Mormons”). De vrouw krijgt dan de bijnaam “Molly Mormon”, de man “Peter Priesthood”.[3] Die termen zijn eerder denigrerend bedoeld om te wijzen op enkele problematische kanten. Sommige TBMs kunnen inderdaad dogmatisch, beoordelend of betuttelend overkomen. De nadruk op gehoorzaamheid kan ertoe leiden dat zij geboden en verboden als de kern van het mormonisme beschouwen, wat tot onevenwichtig gedrag kan aanzetten. Hun perfectie kan irriteren zonder dat ze het zelf beseffen. Sommigen hebben de neiging om zich in gesprekken, toespraken of lessen nadrukkelijk als “goed lid” te profileren: hoe ze dagelijks in de Schriften lezen, hoe ze de geboden (extra) nauwgezet volgen, hoe het evangelie hun gezinsleven succesvol doordringt, hoe actief hun kinderen en kleinkinderen wel in de kerk zijn. Voor enkelen is Facebook of een eigen website het middel om, goedbedoeld, die mooie facetten ten toon te spreiden. Die houding kan echter tot zelfverheffing verzieken. Het fenomeen is bekend: de arrogantie van de gelovige onder het kleed van rechtschapenheid. Larry Osborne spreekt van “accidentele farizeeërs” bij deze overijverigen. Of hoe de zekerheid tot “de enige ware kerk” te behoren aanmatigend kan worden.[4] Het ophouden van een ideaal beeld van zichzelf kan daarenboven depressies in de hand werken, wanneer perfectionisme een doel op zich wordt en men niet aan dat verwachtingspatroon kan beantwoorden.[5]

Bij TBMs vind je soms ook mensen met ambities voor leiderschapsfuncties, hoewel ze dit uiteraard verborgen trachten te houden of het misschien zelfs niet beseffen in dat wazig weefsel van dienstbaarheid en dominantie. Maar in een lekenkerk met afgelijnde hiërarchische niveaus zou het naïef zijn te denken dat titels als president en hogepriester geen voldoening uitlokken. En dus ook afgunst en aspiraties.

In de Verenigde Staten, zeker in het “mormoonse westen”, zijn TBM’s overwegend rechts-Republikeins, met vaak een populistisch gedachtegoed — voor vrij wapenbezit, voor de doodstraf, tegen “Obamacare” en zelfs tegen milieu-bekommernis (“klimaatverandering is een leugen”). Zij stemden overwegend op Donald Trump, die dan ook Utah als staat binnenhaalde. Dat verdient een aparte bespreking in het onderdeel over Utah-mormonen als type.

Deze enkele kritische bedenkingen gelden voor een aantal ijzeren-roedes, maar, ik moet het benadrukken, nagenoeg allen zijn in de eerste plaats trouwe leden met een sterk getuigenis, harde werkers die streven naar volmaaktheid en gulle financiële bijdragers. Zonder hen zou er geen sterk mormonisme zijn.

 

2.2 Liahona-mormonen

Liahona-mormonen zijn, over het algemeen, eveneens trouwe kerkleden. Ook zij hebben, zij het soms met nuances, een getuigenis van de waarheid van de kerk, aanvaarden Joseph Smith als profeet en de goddelijke oorsprong van het Boek van Mormon. Ook zij zetten zich belangeloos in voor de kerk en de meesten van hen bezoeken de tempel. Ook zij komen uit uiteenlopende sociale, intellectuele en professionele hoeken. Maar hun leidraad is geen vaste reling langs een pad. De “Liahona” – ook een beeld uit het Boek van Mormon – is een soort kompas, “een ronde bal van vernuftige makelij”, met labiele wijzers en waarin wisselende boodschappen volgens de situatie verschijnen.[6] Door God gegeven om doorheen een woestijn en over een oceaan te reizen, werken de wijzers in het kompas “volgens het geloof en de ijver en de aandacht die wij eraan schonken”. Geloof impliceert onzekerheid. Een woestijn en een oceaan bieden ook een heel ander perspectief dan een smal pad in de mist, waar je alleen de reling moet vasthouden. Liahona-mormonen zien die weidsheid en erkennen de vele nog niet beantwoorde vragen.

Arabisch astrolab uit de 16de eeuw, Museum van Damascus 

 

Zij vallen God niet lastig om een verloren sleutel. Zij beschouwen hun religie te midden van andere religies en kunnen oecumenisch denken. Zij maken gebruik van bredere informatiebronnen. Uit de mormoonse kerkgeschiedenis weten zij dat kerk en leer evolueren, soms traag, soms bruusk – precies door levende openbaring en doorgaande herstelling, maar ook door stemmen en druk vanuit de basis. Zij beseffen dat voor beslissingen ook de hoogste kerkleiders achter inspiratie moeten zoeken, dat deze leiders gevoelig voor opinies zijn, en bovendien feilbaar. Zoals God via de Liahona, passen die leiders hun boodschappen naar omstandigheden aan, ook al blijft de kern stabiel.

Liahona-mormonen herken je in hun doordachte, goed voorbereide toespraken, in de genuanceerde antwoorden die zij in lessen geven, en ook in de kritische vragen die ze durven stellen. In leidersfuncties, die ze niet zelf zoeken, zijn ze meestal wijs en inschikkelijk. Voor hen is het mormonisme er niet om het mensen moeilijker dan nodig te maken.

Hoe gaan “ijzeren-roedes” en “liahonas” met elkaar om? In de gewone omgang en samenwerking tussen leden lopen ze meestal naadloos door elkaar. Je merkt de verschillen wel in lessen of in leidersvergaderingen wanneer zich gesprekken ontspinnen. Stel dat lesvragen luiden: “In welke mate brengt het evangelie ons vreugde?”, “Hoe organiseren we de huisbezoeken?” of “Tot hoever reikt Gods genade?” IJzeren-roedes antwoorden meteen categorisch, verwijzend naar zekerheden die ze met klem bevestigen. Liahonas reageren met “dat hangt er van af” of “gelet op de omstandigheden” of “in vroegere jaren, maar nu …”. Ze diversifiëren de invalshoeken en houden rekening met andersdenkenden of zwakkere leden. Soms zullen ze hun bedenkingen niet hardop formuleren, omdat ze niet ondermijnend willen overkomen of omdat ijzeren-roedes toch het laatste woord met gezagsargumenten halen zoals “In de Schriften staat …” of “President Monson heeft gezegd …”.

Richard Poll noteert dat beide groepen, ook al kunnen ze prima samenwerken, weinig empathie voor elkaar voelen: voor een ijzeren-roede-mormoon hebben liahonas te weinig geloof en stellen ze dingen in vraag; voor een liahona-mormoon zijn ijzeren-roedes soms bekrompen of fanatiek.[7] Binnen elke groep afzonderlijk bloeien wel hechte vriendschappen door de mentale ondersteuning die de gelijkgestemden elkaar geven.

Planisferisch astrolab, 16de eeuw, Marokko

 

Een liahona-mormoon zal niet zo snel in een ijzeren-roede-mormoon veranderen, maar omgekeerd is het fenomeen frequent. Groeiende levenservaring, ontgoochelingen met leiders en andere leden, betere kennis van de kerkgeschiedenis en de leer milderen de zekerheden die iemand als ijzeren-roede had. Dan hoor je zinnen als “Ik heb geleerd dat je soms wat afstand moet nemen” of “Vroeger nam ik elk woord van een kerkleider als openbaring aan, maar ik heb geleerd dat ook zij menselijk zijn en fouten maken.” Soms zien ijzeren-roede-ouders hun eigen kinderen losweken met vragen en opstandigheid en verkiezen ze dan zelf een soepeler houding die de gezinsharmonie ten goede komt. De evolutie van ijzeren-roede naar liahona is ook typisch voor bekeerlingen die in de ijver van hun bekering als ijzeren-roede starten, zich vurig vastklampend aan de reling langs het nauwe pad, maar in de loop der jaren leren relativeren en ook de waarde van het kompas voor weidse en boeiende tochten ontdekken.

Toch kan de overgang van een ijzeren-roede-mentaliteit naar een liahona-instelling ook plots en ingrijpend zijn, en soms gepaard gaan met een diepe geloofscrisis. De reling is losgelaten, maar men weet nog niet hoe het kompas werkt. Zo’n crisis kan dan de voorbode zijn van een snelle neergang die op afhaken en inactiviteit uitmondt. Het verklaart ook de angst die sommige ijzeren-roedes verwoorden: “Je mag op niets, maar dan ook op niets toegeven, of je zit op de wijde weg naar afvalligheid”. Die houding leidt makkelijk tot conflicten met anderen, maar soms ook met zichzelf. Ervaren liahonas daarentegen botsen zelden met zichzelf, met elkaar of met anderen omdat ze kunnen relativeren.

Hoewel liahonas in alle landen te vinden zijn, zijn ze vooral zichtbaar op Engelstalige sociale netwerken. Wie weinig of geen Engels leest valt grotendeels buiten het rijke informatiecircuit dat liahonas voedt. Niet-Engelstaligen krijgen hun mormoonse informatie nagenoeg alleen uit de officiële bronnen die de kerk via vertaling aanbiedt. Die informatie is sterk ijzeren-roede-getint, zonder nuances of een bredere kijk (ook al heet het kerkelijk tijdschrift, ietwat contradictorisch, Liahona). Het lijkt er daarom op dat er in de niet-Engelstalige gebieden onder de actieve leden relatief meer ijzeren-roedes dan liahonas zijn. Dat zou tot gevolg hebben dat in niet-Engelstalige wijken, gemiddeld genomen, een strakker, en soms zelfs fanatieker mormonisme de atmosfeer bepaalt. Sociologisch onderzoek zou dat kunnen vaststellen.

In een reactie op het artikel van Richard Poll, dat ijzeren-roede- en liahona-mormonen onderscheidt, schrijft Douglass Taber hoe hij op een dag aan zijn kinderen het verschil tussen beide groepen probeerde uit te leggen en hoe beide types elkaar moeten leren waarderen. De zesjarige Lisa reageerde met: “Wij zijn beide.” Taber zag er de juistheid van in: “De oefening bestaat er niet in mezelf als ijzeren-roede of als liahona te identificeren, maar te erkennen dat ik elk van beide houdingen in mijn evangeliebeleving nodig heb. Als ik niet beiden ben, is er iets verkeerd”.[8] Lehi zag in een droom de ijzeren roede, maar voor zijn aardse reis ontving hij ook de Liahona. Het nauwgezet volgen van religie belet immers niet om alles in een breder perspectief te leren ervaren. Die combinatie is heilzaam.

 

2.3 Vrijdenkende mormonen

Bij gebrek aan een beter woord zijn vrijdenkende mormonen leden die buiten het hiërarchisch kader op kritische en creatieve verkenning gaan. In feite kun je stellen dat Joseph Smith de eerste vrijdenkende mormoon was. Hij brak los uit tradities, ging antwoorden direct aan God vragen, evolueerde in zijn theologisch denken, liet zich niet binden door geloofsbelijdenissen en betrad gedurfde paden. Tot aan zijn dood bleef hij het mormonisme  met vergaande inzichten uitbreiden. Ook na hem bleven kerkleiders en leden nog vrij creatief met leringen en organisatie omgaan, wat meer dan eens voor misverstanden en spanningen zorgde, hetzij met andere vrijdenkers, hetzij met behoudsgezinde leden. In de loop der jaren probeerden kerkleiders het mormonisme nauwer en vaster te omlijnen, wat echter andere kerkleiders er niet van weerhield vrijgevochten meningen te blijven verkondigen. Het is pas vanaf de jaren 1960 dat de kerktop de andere algemene autoriteiten beperkingen oplegde als deel van een strategie om een strakker, “gecorreleerd” mormonisme te beheersen.

“De vrijdenker” door Jimmy Ovadia

 

Al vanaf de stichting van de kerk is de invloed van vrijdenkende mormonen op veranderingen in leer en organisatie niet te onderschatten. Het kan ook moeilijk anders in een kerk die geen gesloten canon kent en die op de actieve inzet van al haar leden rekent. Jaknikkers voeren alles onderdanig uit. Vrijdenkers benaderen doctrines, organisatie of programma’s met analyses en constructieve voorstellen, beoordelen wat wél en wat niet werkt, suggereren wat mogelijk anders en beter kan, en zorgen ervoor dat de hoogste kerkleiders hun stem horen. Die leiders geven, via gerichte informatiewinning, aan die stemmen meer aandacht dan velen denken. Veel huidige kerkprogramma’s, zoals huisonderwijs, jeugdwerk, zondagsschool, welzijnszorg en genealogisch onderzoek waren oorspronkelijk individuele initiatieven van vrijdenkende leden, die de kerk later overnam en institutionaliseerde. Ook de beweging van de voorbije jaren, waarbij de kerk is overgestapt naar een grotere openheid over het verleden en naar de publicatie van de duizenden bladzijden van de Joseph Smith Papers, is een gevolg van een langdurige stuwing vanuit de basis.

Vanaf de jaren 1990 opende het internet de deur voor vrijdenkers om hun alternatieve bijdragen bij een ruimer publiek te brengen. Thans is het een bonte verzameling van tienduizenden kerkleden die elkaar op veelal Engelstalige websites vinden, maar ook in organisaties, symposia en studiedagen.[9] Het zijn overwegend actieve leden in de kerk, maar ze breken uit het institutioneel kader en het hiërarchisch denken. Ze zoeken hun mormonisme kritisch of innovatief te definiëren en te beleven. Er horen veel liahona-mormonen bij die op die manier, maar dan buiten hun mormoonse wijk en soms onder een internet-schuilnaam, vrije uiting aan hun gedachten en gevoelens geven. De fora zijn talrijk en blijven bewegen. Zo is “Feminist Mormon Housewives” het bekende verzamelpunt voor vrouwen die een publieke stem laten horen, hun specifieke uitdagingen aankaarten, misstanden aanklagen en meer vrouwelijke impact in de kerkelijke hiërarchie wensen. “New Order Mormons” (NOMs) is een verzamelnaam voor allerhande modernisten, een verwijzing naar de “New Order Amish”, gelovigen die openstaan voor moderniteit als tegenhanger van de “Old Order Amish” – de rigoristische protestantse geloofsgemeenschap.

Veel vrijdenkende mormonen pleiten voor eigentijdse aanpassingen in het mormonisme, bijvoorbeeld meer aandacht voor ecologie, voor sociale gelijkheid of voor homorechten. Nagenoeg steeds vanuit een diepe liefde voor hun kerk willen zij helpende antwoorden bieden voor wie met prangende vragen zit over kerkgeschiedenis, leer en maatschappelijke inzet. Zij praten ook openlijk over evidente problemen waar de kerk mee kampt, zoals de vervlakking van het onderwijs in de zondaglessen, het afhaken van jeugd en jongvolwassenen, het moeizame zendingswerk of het patriarchaal denken. De fora vormen vaak een uitlaatklep voor frustraties, een noodkreet voor hulp en een bron van steun voor gelijkgestemden. Naast al dat analytische is er ook een spiritueel gerichte tendens: nogal wat leden, vooral vrouwen, voelen dat de verregaande standaardisering van de kerkelijke correlatie een domper zet op geestelijke ervaringen. Zij zoeken in “New Spirituality” de heropleving van een ouder en ferventer mormonisme.[10] Onder meer congressen en studiedagen van Sunstone brengen die uiteenlopende groepen en tendensen samen.

Opvallend bij een aantal kritische vrijdenkers is hun aangeven van redenen waarom ze mormoon willen blijven, ondanks de centrifugale krachten die hen wegtrekken van de kerk. Zij melden dit onder de benaming “Why I stay” (waarom ik blijf) en trachten zo hun visie aannemelijk te maken binnen de mormoonse gemeenschap.[11] Hun algemene boodschap is het positief bepleiten van diversiteit, van een “big-tent Mormonism” waarin iedereen zich welkom voelt. Uiteraard heerst er vaak een latente spanning tussen de eerder behoudsgezinde en steeds voorzichtige hoogste kerkleiding en de heterogene massa van vrijdenkers. Hoe geloofwaardig een vrijdenker overkomt en welke invloed hij kan uitoefenen hangen grotendeels af van zijn trouw lidmaatschap en zijn inzet voor de kerk.

Sommige vrijdenkende mormonen flirten echter met de grens van het aanvaardbare, door een agressieve of opruiende aanpak. Zij kunnen erdoor in moeilijkheden raken, zoals dat evengoed in een andere organisatie zou gelden. Dan riskeren ze enkele van de privileges van hun lidmaatschap te verliezen. Veel hangt echter af van wat hun bisschop of ringpresident van hun meningen en activiteiten denkt, zodat reacties uiteenlopend kunnen zijn.[12] Sommige lokale kerkleiders kunnen immers niet goed om met vrijdenkers (tenzij ze zelf ook eerder vrijdenkers zijn). Als deze kerkleiders totalitair denken — de kerk heeft altijd gelijk en “zoals het is hoort het” — dan zien ze vrijdenkers als stoorzenders of als bedreigend voor hun gezag. Ze zullen hen bewust negeren of, waar mogelijk, tot de orde roepen. Wijze leiders weten echter te luisteren en zullen ook, zij het discreet, hun waardering voor kritische en constructieve inbreng uiten.

Dezelfde opmerking over het onderscheid tussen Engelstaligen en niet-Engelstaligen bij liahona-mormonen geldt ook hier. De enorme massa informatie die vrijdenkers tot hun beschikking hebben is in het Engels opgesteld. Wie daar geen toegang toe heeft, en toch kritisch wil denken, vaart allicht een eenzame koers, tenzij er ook in zijn moedertaal een netwerk van mormoonse vrijdenkers groeit waarvan sommigen dan weer Engelstalige bronnen kennen.

 

2.4 Culturele mormonen

Culturele mormonen vormen een vierde groep. Het label cultureel vind je ook bij joden, katholieken en moslims, voor hen die nog in min of meerdere mate deelnemen aan het religieus leven, maar niet diepgaand geloven.[13] In sommige religies noemt men ze ook “ritualisten” als aanduiding van hun deelname aan het ritueel, maar meer niet.[14]

Culturele mormonen zijn meestal voldoende betrokken om het label “actief lid” te behouden. Hun inzet kan zelfs even groot zijn als die van de meest actieven, in het bijzonder  voor de meer sociale programma’s. Sommigen balanceren tussen geloof en ongeloof, als “gelovige sceptici” of “sceptische gelovigen”. Anderen geloven helemaal niet (meer) in de letterlijkheid van de bovennatuurlijke claims van het mormonisme en interpreteren die als figuurlijk of psychologisch. Allen waarderen ze echter het sociaal, moreel en geestelijk nut van hun godsdienst, vaak omwille van hun gezin of omwille van het gemeenschapsgevoel. Vele culturele mormonen zijn generatie-mormonen die actief blijven uit traditie en respect voor het familiaal patrimonium en om een voorbeeld voor hun kinderen te zijn. Zelfs leiders van een wijk of een ring kunnen in hun gemoed eigenlijk culturele mormonen zijn. Meer mannen dan vrouwen behoren tot deze groep. Het is trouwens vaak de echtgenote die ervoor zorgt dat haar man gehoorzaam blijft komen. Als priesterschapsdrager moet elke man zich immers voldoende inzetten om zijn kinderen te kunnen dopen, zijn zonen te ordenen tot priesterschapsambten en bij ziekte of andere nood een zegen te kunnen geven. Dat verhoogt de sociale druk om te blijven deelnemen.

“Ongelovigen kunnen bergen verzetten” door Tom Erik Andersen

In regio’s waar de meerderheid van de bevolking mormoon is, spelen ook andere maatschappelijke redenen mee om als actief mormoon bekend te staan, voornamelijk in de zakenwereld, in vrije beroepen of in de politiek. “Hij is een actief mormoon” geeft vertrouwen. Zo iemand blijft uit sociale en economische noodzaak deel van het mormoons netwerk.

Een ander type culturele mormoon blijft betrokken omdat hij of zij jarenlang, soms decennialang, als ijzeren-roede-mormoon veel voor de kerk geofferd heeft, daarna de geloofsovertuiging deels of helemaal verloren heeft, maar zichzelf niet de pijn wil aandoen af te haken. Afhaken leidt immers vaak tot wroeging of tot bitterheid over al de vroegere inzet. Zo’n kerklid vermijdt dus ook liever het schrijnend label “inactief” te zijn. Hij of zij blijft komen, zij het wat onregelmatiger.

Culturele mormonen houden hun relativerende denkbeelden meestal discreet om hun status niet te ondermijnen of uit respect voor de diepgelovige leden. Ze verbergen hun twijfels of ongeloof “in de kast” – ze zijn een “closet doubter”.[15] Soms geven ze door een berekende passiviteit het signaal aan hun bisschop dat ze niet geschikt zijn voor leiderschap of veeleisende kerktaken. Maar ze worden wel gekwetst wanneer ijzeren-roede-mormonen in toespraken of lessen afgeven of wie niet voldoende inzet betoont. Uiteindelijk blijven culturele mormonen toch nog naar de kerk komen en ook dat verdient waardering.

Wat gevoelig ligt is het al dan niet bezitten van een tempelaanbeveling – een voor mormonen belangrijk criterium van trouw en verbondenheid. Een tempelaanbeveling is nuttig: het bevestigt een “goede status”, het kan een huwelijk in stand helpen houden, het versterkt de gemeenschapsband, het houdt mensen bij de kerk en het is nodig om het tempelhuwelijk van een familielid of een vriend bij te wonen. Komen culturele mormonen nog wel in aanmerking voor dat kleine kaartje dat toegang tot gelijk welke tempel in de wereld verschaft en telkens twee jaar geldig blijft? Zolang ze in het tempelaanbevelingsgesprek met hun lokale kerkleider kunnen bevestigen dat ze in God geloven, in de verzoening van Christus en in de herstelling van het evangelie (hoe metaforisch ook ze het voor zichzelf bepalen) zijn ze op dat vlak in orde. Verder moeten ze de algemene autoriteiten ondersteunen en geboden onderhouden zoals zedelijke reinheid, het woord van wijsheid en het betalen van tiende. De kerkleider die het gesprek voert controleert niet of de gegadigde naar waarheid antwoordt: dat moet de persoon zelf in geweten bepalen. Andere culturele mormonen, ook al wonen ze de gewone kerkdiensten en -activiteiten bij, verkiezen zich niet te forceren en vragen niet om een tempelaanbeveling. Dat hoeft verder niemand te weten. Alleen voor hogere leiderstaken of voor tewerkstelling voor de kerk zal men van hogerhand navragen of de gegadigde een geldige tempelaanbeveling heeft.

Welk aandeel culturele mormonen vormen in het ledenaantal hangt af van de regio en de sociale druk: er zijn er wellicht proportioneel meer in Utah en omliggende staten dan elders.

 

2.5 Inactieven

De zogenaamde “inactieven” vormen onze laatste groep in het continuüm van overtuiging en deelname. De kerk gaat in haar statistieken steeds uit van het totaal aantal ingeschreven leden: in 2017 zestien miljoen leden wereldwijd, waarvan 9 100 in Nederland en 6 700 in België (Franstaligen incluis). Daarin zijn ook de “inactieven” meegerekend, die trouwens de meerderheid van de leden vormen. Zolang iemand niet uitgeschreven is, blijft hij meetellen. Hoewel niet zo bedoeld, kleeft aan de term “inactief” een zeker stigma door het verwachtingspatroon dat een goed mormoon alle kerkdiensten bijwoont en ook nog een taak vervult. In sociologisch en psychologisch onderzoek krijgen inactieve mormonen, en dan vooral het proces van het afhaken, relatief veel aandacht.[16]

Het afhaken uit institutionele religie is trouwens een wereldwijd probleem voor gevestigde kerken en dus ook voer voor talrijke academische studies.[17] In Nederland en Vlaanderen staat het bekend als “ontkerkelijking”.[18] Op zich doet de mormoonse kerk het nog niet zo slecht met een ratio van tussen 25 en 30 procent praktiserende leden wereldwijd. In Nederland en Vlaanderen ligt dit wellicht lager, zoals trouwens in heel West-Europa waar de kerk gemiddeld al meer dan een eeuw bestaat, maar de kerkleiding geeft die cijfers niet vrij.

Ter vergelijking: in de katholieke kerk in Vlaanderen lag het ratio praktiserenden in 2017 rond de 6 procent.[19] In Nederland zijn de cijfers voor katholieken en protestanten iets gunstiger met 16 procent kerkgangers in 2012.[20] Wel kennen katholicisme en protestantisme een grotere “randkerkelijkheid”, waarbij doop, huwelijk en begrafenis mensen nog eens in de kerk brengen. Niet naar de kerk gaan zegt trouwens niets over godsdienstigheid: het geloof in God blijft nog altijd erg hoog, maar de afkeer van institutionele religie is sterk gegroeid. Anderzijds bloeien in heel West-Europa de christelijke gemeenschappen van inwijkelingen uit Afrika en Oost-Europa.

“Het ruisen van de regen” door Leonid Afremov

 

Voor de mormoonse kerk is inactiviteit scherper afgelijnd en ook vaak pijnlijk omdat actieve deelname zo centraal staat in de beleving.  De lokale gemeente of wijk, met al de vereiste programma’s, draait nu eenmaal volledig op vrijwilligers die op alle diensten en activiteiten verwacht worden. De kerk is dus bezorgd om deze “inactieven” die zij eufemistisch liever “minder actieven” noemt en die zij via vriendschappelijke visite – “huisonderwijs” door mannen en “huisbezoek” door vrouwen – tracht te heractiveren.

Inactieve leden vormen een heterogene groep, afhankelijk van het moment van afhaken tijdens het lidmaatschap, de redenen ervoor, de tijdspanne en de intensiteit van het afhakingsproces, en de resulterende houding tegenover de kerk.

  • Een groot verschil maakt het moment van afhaken: de bekeerling die al na een paar weken niet meer komt versus het lid dat na jaren intense deelname ermee ophoudt. In het laatste geval kan de ervaring erg ingrijpend, zelfs traumatisch zijn, vooral in gezinsverband.
  • Redenen van afhaken zijn divers: omstandigheden zoals huwelijk, scheiding, gezondheid of beroepsleven; gebrek aan overtuiging om aan het eisenpatroon te blijven voldoen, wat vooral oudere tieners en jongvolwassenen treft; bij snelle bekering, onvoldoende besef van de verwachtingen; geloofscrisis bij het ontdekken van storende gegevens in de leer of de geschiedenis van de kerk; onvrede met beslissingen; groeiende aversie van te rigide of te losse leden; gebrek aan voldoening door saaie bijeenkomsten, nare ervaringen of uitholling van het gemeenschapsgevoel; uitputting na jaren intens dienstbetoon en gebrek aan waardering; en meer. Onderzoek wijst uit dat verschillende redenen vaak samen meespelen.[21] Slechts zeer zelden haken mormonen af om naar een andere kerk over te stappen.[22]
  • De tijdsspanne en de intensiteit van het afhakingsproces kunnen ook sterk verschillen: het kan traag of snel verlopen, soepel of dramatisch, en soms ook in fasen gespreid over maanden of jaren.
  • Ten slotte is de resulterende houding tegenover de kerk uiteenlopend, van scherp naar mild: ofwel een bittere, blijvende afwijzing van het mormonisme, ofwel een passieve distantiëring, ofwel een blijvende goede verstandhouding met kerkleden. In dit laatste geval is sprake van “Jack Mormons”: deze leden komen wel niet meer naar de kerk, maar sociaal en cultureel blijft het mormonisme hun “thuis”, meestal omdat ze erin opgegroeid zijn of het ooit intens beleefd hebben.[23] Elke godsdienst telt een groot aantal van zulke leden, niet praktiserend maar zich toch nog ergens deel voelend van het religieus erfgoed. Het is bekend dat Jack Mormons soms na jaren terug actief worden.

Om volledig te zijn vermeld ik dat een aantal inactieve of uitgeschreven leden, die zich door een conflict van de kerk afgekeerd hebben, soms een eigen on-mormoonse identiteit claimen in oppositieretoriek. Ze noemen zich ook “ex-Mormons” (exmo’s) en onderhouden op het web een virtuele gemeenschap met overwegend bittere boodschappen. Omdat exmo’s vaak als “anti-mormonen” ageren, gebruiken andere uitstappers liever de meer neutrale term “post-Mormons”. Ook hen vind je op het internet als een virtuele gemeenschap van vrienden die elkaar eerder steun willen verlenen dan natrappen. Een intense religie, zoals het mormonisme, verlaat men inderdaad niet makkelijk zonder wonden. Als de kerk zelf die wonden niet kan helen, kunnen vrienden met gelijkaardige ervaringen helpen, vandaar die internet-groeperingen.

 

 

2.6 Terugblik

Diversiteit is verrijkend als mensen “de anderen” kunnen aanvaarden en respecteren. In een intense religie als het mormonisme is dat niet zo eenvoudig omdat lessen en toespraken vaak de indruk geven dat er maar één type mormoon kan zijn. Die druk spruit voort uit eerlijke bezorgdheid voor het uiteindelijk doel: de mens is op weg naar volmaaktheid en zo naar het eeuwige leven.

Maar bij elk van de hiervoor besproken types gaat het nooit om moreel of immoreel gedrag. Binnen elk type, van de ijzeren-roede mormoon tot de inactieve, kan iemand immers goed of slecht zijn. Iemand die zich als ijzeren-roede voordoet kan evengoed een oplichter of een seksueel delinquent zijn. Wie niet meer actief in de kerk is vindt allicht meer tijd voor zijn gezin of voor sociale en liefdadige inzet.

De hier besproken diversiteit vindt men ook in andere religies en kerken die een sterke inzet en beleving vereisen, bijvoorbeeld in de islam of bij Jehovah’s Getuigen. De leiding en de meest actieve kern verwachten van iedereen volledige deelname en conformiteit. Daar wordt soms obsessioneel op gehamerd. Wie daar niet aan beantwoordt riskeert gemarginaliseerd te worden of zich althans zo te voelen. De fundamentalisering wint.

Hoe kerkleden, welke ook de mate en de aard van hun overtuiging of inzet, zich altijd welkom te laten voelen, blijft een moeilijke opdracht. Maar ook die opdracht hoort bij het evangelie.

 

Komende delen

3 Types naar mate en aard van kennis en inzicht
4 Types naar familiale achtergrond: in de kerk geboren of bekeerling?
5 Types naar hun heimat: van Utah of van elders?

 

Voetnoten

[1] Richard D. Poll, “What the Church Means to People Like Me,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 34, no. 1–2 (2001): 11–21. Eerst verschenen in Dialogue 2, no. 4 (1967): 107–117. Zie ook zijn vervolgartikel: Richard D. Poll, “Liahona and Iron Rod Revisited,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 16, no. 2 (1983): 67–78. Een verdiepende psychologische studie is die van Michael E. Nielsen, “Operationalizing Religious Orientation: Iron Rods and Compasses,” The Journal of Psychology 129, no. 5 (1995): 485–494.

[2] 1 Nephi 8; 11:25.

[3] Lori G. Beaman, “Molly Mormons, Mormon Feminists and Moderates: Religious Diversity and the Latter-day Saints Church,” Sociology of Religion 62, no. 1 (2001): 65–86. Zie ook http://en.wikipedia.org/wiki/Molly_Mormon

[4] Larry Osborne, Accidental Pharisees: Avoiding Pride, Exclusivity, and the Other Dangers of Overzealous Faith (Zondervan, 2012). Zie ook Eric-Jon K. Marlowe, “The Only True Church: Boldness without Overbearance,” Religious Educator 7, no. 3 (2006): 22-37.

[5] GE Kawika Allen, Kenneth T. Wang, and Hannah Stokes, “Examining Legalism, Scrupulosity, Family Perfectionism, and Psychological Adjustment Among LDS Individuals,” Mental Health, Religion & Culture 18, no. 4 (2015): 246–258; Robert H. Burgoyne and Rodney W. Burgoyne, “Belief Systems and Unhappiness: The Mormon Woman Example,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 11, no. 3 (1978): 48–53; Maria C. Norton, Ingmar Skoog, Lynn M. Franklin, Christopher Corcoran, JoAnn T. Tschanz, Peter P. Zandi, John Breitner, Kathleen A. Welsh-Bohmer, and David C. Steffens, “Gender Differences in the Association Between Religious Involvement and Depression: The Cache County (Utah) Study,” The Journals of Gerontology: Series B 61, no. 3 (2006): 129–136; David C. Spendlove, Dee W. West, and William M. Stanish, “Risk Factors and the Prevalence of Depression in Mormon Women,” Social Science & Medicine 18, no. 6 (1984): 491–495.

[6] 1 Nephi 16:10, 26–30; Alma 37:38–40.

[7] Poll, “What the Church Means,” 13.

[8] Douglass F. Taber, “Being Both,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 17, no. 1 (1984), 15.

[9] Zie bv. http://www.ldsblogs.org/ als aggregator van de meeste onafhankelijke mormoonse websites. Zie voor analyses, Carter Charles, “Francophone Mormons and the Internet: The Discovery of a Space Fit for Religious Freedom and Constructive Dialogue,”Alternative Spirituality and Religion Review 3, no. 1 (2012), 15-41; Hugo Olaiz, “One Lord, One Faith Many Chat Rooms: Mormons, the Internet, and the Complexities of Open Spaces,” Sunstone (125), 2002, 36-46.

[10] Doe Daughtrey, “Mormonism and the New Spirituality: LDS Women’s Hybrid Spiritualities,” Ph. Diss. (Arizona State University, 2012).

[11] Zie bv. Robert A. Rees (ed.), Why I stay: The Challenges of Discipleship for Contemporary Mormons (Salt Lake City: Signature Books, 2011).

[12] Philip Lindholm (ed.), Latter-day Dissent: At the Crossroads of Intellectual Inquiry and Ecclesiastical Authority (Salt Lake City: Greg Kofford Books, 2011).

[13] Nicholas Jay Demerath, “The Rise of ‘Cultural Religion’ in European Christianity: Learning from Poland, Northern Ireland, and Sweden,” Social Compass 47, no. 1 (2000): 127-139; Hopkins, Liza, and Cameron McAuliffe, “Split Allegiances: Cultural Muslims and the Tension between Religious and National Identity in Multicultural Societies,” Studies in Ethnicity and Nationalism 10, no. 1 (2010): 38-58; Egon Mayer, Barry Kosmin, and Ariela Keysar, American Jewish Identity Survey (New York: Center for Cultural Judaism, 2001).

[14] Merlin B. Brinkerhoff and Kathryn L. Burke, “Disaffiliation: Some Notes on ‘Falling from the Faith’,” Sociology of Religion 41, no.1 (1980): 41–54; Merlin B. Brinkerhoff and Marlene M. Mackie, “Casting off the Bonds of Organized Religion: A Religious-Careers Approach to the Study of Apostasy,” Review of Religious Research 34, no. 3 (1993): 235–258; Linda A. Mercadante, Belief without Borders: Inside the Minds of the Spiritual but not Religious (Oxford: Oxford University Press, 2014).

[15] D. Jeff. Burton, “The Phenomenon of the Closet Doubter,” Sunstone (September-October 1982): 34–38.

[16] Stan L. Albrecht and Howard M. Bahr, “Patterns of Religious Disaffiliation: A Study of Lifelong Mormons, Mormon Converts, and Former Mormons,” Journal for the Scientific Study of Religion 22, no. 4 (1983): 366–379; M. Howard Bahr and Stan L. Albrecht, “Strangers Once More: Patterns of Disaffiliation from Mormonism,” Journal for the Scientific Study of Religion 28, no. 2 (1989): 180–200; Traci K. Burnett, “This Was the Place: Apostasy from the LDS Church,” Master’s thesis (Logan: Utah State University, 2012); Wilfried Decoo, “Feeding the Fleeing Flock: Reflections on the Struggle to Retain Church Members in Europe,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 29, no. 1 (1996): 97–118; Henri Gooren, Religious Conversion and Disaffiliation: Tracing Patterns of Change in Faith Practices (New York: Palgrave Macmillan, 2010); Jiro Numano, “Perseverance amid Paradox: The Struggle of the LDS Church in Japan Today,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 39, no. 4 (2006): 138–55; James W. Ure, Leaving the Fold: Candid Conversations with Inactive Mormons (Salt Lake City: Signature Books, 1999).

[17] Zie bv. Pablo Brañas-Garza, Teresa García-Muñoz, and Shoshana Neuman, “Determinants of Disaffiliation: An International Study,” Religions 4, no. 1 (2013): 166–185; Leslie Woodcock Tentler (ed.), The Church Confronts Modernity: Catholicism Since 1950 in the United States, Ireland, and Quebec (CUA Press, 2007); Callum G. Brown, The Death of Christian Britain: Understanding Secularisation, 1800–2000 (Routledge 2001); Louise Fuller, Irish Catholicism since 1950: The Undoing of a Culture (Dublin: Gill, 2004); T. Asad, Formations of the Secular: Christianity, Islam, Modernity (New York: Cambridge University Press, 2003); Samantha Zulkowski, “Losing Religion: Adolescence and the Nonreligious Identity,” PhD diss. (University of Delaware, 2012).

[18] J. Becker en J. de Hart. Godsdienstige veranderingen in Nederland. Verschuivingen in de binding met de kerken en de christelijke traditie (Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2006); Karel Dobbelaere, Liliane Voyé en Jaak Billiet, “Religie en kerkelijke betrokkenheid: Naar een sociaal gemarginaliseerde kerk?” in Nieuwe Tijden Nieuwe Mensen. Belgen over arbeid, gezin, religie en politiek (Tielt: Lannoo Campus, 2011), 143–172; Monique van Dijk-Groeneboer (red.), Handboek jongeren en religie. Katholieke, protestantse en islamitische jongeren in Nederland (Almere: Parthenon 2010).

[19] https://www.rd.nl/kerk-religie/onderzoek-aantal-kerkgangers-vlaanderen-op-historisch-dieptepunt-1.1377582 Zie verder Nele Havermans en Marc Hooghe, Kerkpraktijk in België: Resultaten van de zondagstelling in oktober 2009 (KU Leuven, Centrum voor Politicologie, 2011); Marc Hooghe, Ellen Quintelier en Tim Reeskens, “Kerkpraktijk in Vlaanderen. Trends en extrapolaties 1967-2004,” Ethische Perspectieven 16, no. 2 (2006), 113–123; Pieter Lesaffer, “Kerken lopen zeer geleidelijk helemaal leeg,” De Standaard, 25 november 2010.

[20] “Kerkbezoek neemt af”, Webmagazine, 20 december 2013, Centraal Bureau voor de Statistiek. http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2013/2013-3929-wm.htm

[21] Bahr and Albrecht, “Strangers Once More.”

[22] Burnett, “This Was the Place.”

[23] James Coates, In Mormon Circles: Gentiles, Jack Mormons, and Latter-day Saints (New York Addison Wesley, 1992); Michael R. Cope, “You Don’t Know Jack: The Dynamics of Mormon Religious/Ethnic Identity,” Master’s thesis (Brigham Young University, Department of Sociology, 2009).