Sonnet voor haar

Waarom moest ik je zo beminnen
dat ik soms nu mijn liefde haat –
voor al de pijn die ik moet innen
op ‘t pad waar mijn gedenken gaat.

Het wringt, het vreet in al mijn zinnen,
in elk gewricht, in elke naad.
In deze strijd valt niets te winnen
dan wat dit leed nog meer belaadt.

Maar hoe ik smart ook moet ervaren,
wat ik net schreef is maar een beeld.
Jij komt steeds weer mijn storm bedaren.

Je leeft in mij, je danst, je streelt.
Ik lach en strijk over je haren.
Je blijft de bruid die wonden heelt.

 

Vorig gedicht