Petrus, Johannes en Jakobus

Bij de herstelling van het Melchizedeks priesterschap

Zij waren zoveel kleiner
dan een schilder had doen geloven
wat bezielt het penseel soms toch

Maar dat zij konden komen
vloeiend in gewaden
en blote voeten zwevend over gras

En dat hun huid nog steeds kon leven
gaaf en gul
en zonder vlekken van de tijd

En dat hun handen konden geven
op hoofden van het heden
de warmte van weleer.

 

Volgend gedicht