Hij die komt en gaat

Hij grijpt weer naar het boek
— na hoeveel jaar zou het nu zijn —
pagina’s ritselen onder zijn duim
namen wapperen voorbij
Nephi Alma Nephi Moroni.

Hij denkt: ik ben weer op bezoek
na mijn zoveelste kale reis
langs kerken en kastelen
waar de wind slechts ruïnes vat.

En weer begint hij bij Ik Nephi
en Het geschiedde dat.

En bij mijn vader profeteerde
denkt hij aan zijn vader
en al wat niet had mogen zijn.

Hoe ver zal hij ditmaal raken?
De Geest valt niet te peilen.
Lang is de weg tot Moroni
tot het blad
met de Eeuwige Rechter
van levenden en doden.

Maar zelfs als hij nu weer
het meertouw lost,
de ruis van Nephi’s woorden
fluistert in de zeilen.

 

Vorig gedicht         Volgend gedicht