Geloof, zei ze

Geloof, zei ze,
verlies je soms ineens
en soms in brokjes langs de weg.

Soms weet je heel precies
op welke hoek het is gebeurd
de bots van rechts de flits het duister
of bij het baden in de klare beek
als plots het plonsen
een wolk van modder heeft gekleurd.

Soms weet je niet het waar en hoe
van dit verlies
was het
ergens waar de nevel velden raakt
of waar het vuur verkrimpt tot smeulen
en loom
aan lucht
verzaakt?

Er zijn er die niet willen weten
— of het beseffen maar verbijten —
dat ze het al lang verloren zijn
zij stappen voet na voet
achter een ander
op het besneeuwde pad
langs de bevroren stroom.

Maar zie –
voorbij de volgende meander
voorbij de laatste heuvelrug
staat misschien toch de Boom
te zomeren met vrucht en gloed.

Wie weet is dat het waar geloof,
zei ze.

 

Vorig gedicht         Volgend gedicht