De oude patriarch

Voor Louis, 2017

Achter zijn ogen zijn de vonken
aan het dwalen
als wervelende meeuwen
aan een verlaten kust.

Zijn handen liggen stram
op hoeveel hoofden hebben zij gerust
getrild van zorgend zoeken naar de woorden
de zegens en de troost.

Hij wist tak en wortel terug te voeren
naar was het een verloren stam
van west naar oost
van Efraïm tot Abraham
in God-doordrenkte oorden.

Nu kent hij zelfs mijn naam niet meer.

Alles wist hij over mij en jou
ook over wat er nog gebeuren zou
nu schemeren in zijn eigen huis
de prenten van ‘t verleden.

Zijn wereld woont al aan de overzij
het lijf hangt nog in het heden
het hart klopt nog voor zijn vrouw.

Hij hield van orgels en Azteken
die staan nu stil op wacht.

 

Vorig gedicht         Volgend gedicht