Les 18 – Mosiah 12-17

“God Zelf zal zijn volk verlossen”

Lees de bestudeerde hoofdstukken hier.

1 – De eerste Nederlandse uitgave van het Boek van Mormon (1890)
2 – Kennis en taal onder het volk van Zeniff
3 – De zaak Abinadi
4 – Jesaja komt en gaat
5 – Strek uw hand uit en profeteer
6 – Weetjes bij bepaalde verzen
7 – Gestructureerd lezen

 

1 – De eerste Nederlandse uitgave van het Boek van Mormon (1890)

Nu online beschikbaar en in verschillende formaten downloadable.

Boek van Mormon_1890_2_MSinds een aantal jaar levert de kerk grote inspanningen om het vertaalproces, de manuscripten, de productie en de eerste Engelse uitgave van het Boek van Mormon meer bekendheid te geven. Zo kunnen we het werk van Joseph Smith en Oliver Cowdery  in de jaren 1829–1830 beter waarderen. Dat wordt onder meer duidelijk dankzij de projecten rond de Joseph Smith Papers. Nederlandstaligen kunnen er met mondjesmaat meer over lezen in de Liahona en op de website van de kerk.

Waarom dan ook niet interesse wekken voor de eerste Nederlandse uitgave van het Boek van Mormon? Vooral omdat iedereen die nu online kan verkennen. Voor andere formaten, waaronder pdf en Kindle: druk bij die online versie op de “i” voor informatie .

Waarom is dit waardevol?

Het is vooreerst een uiting van waardering voor Elder John W. F. Volker, de eerste vertaler. John Volker was een geboren Nederlander die in 1881 naar Utah emigreerde. In 1885, op 38-jarige leeftijd, keerde hij terug naar Nederland als presiderende zendeling. Van 30 juni 1886 tot 4 juni 1887, dus op minder dan een jaar, vertaalde hij het Boek van Mormon, een uitzonderlijke prestatie. Het duurde dan nog drie jaar voor het boek verscheen, in 1890, bij drukkerij Bremer in Amsterdam. Tweeduizend exemplaren, een mooie oplage voor de tijd. Elder Volker was het jaar daarvoor, in 1889, naar Utah teruggekeerd zodat Francis A. Brown, de nieuwe presiderende zendeling, de verantwoordelijkheid voor de uitgave nam. Elder Brown zond een verguld, ingebonden exemplaar aan koning Willem III en koningin Emma.

Waardevol is ook het verleden op zich. Het biedt emotie. Net zoals voor Engelstalige leden, die hun Schriften in “oude taal” lezen (en de kerkleiding blijft er sterk op staan dit zo te houden), straalt deze eerste “Nederlandsche uitgave” de charme van het verleden in de oude spelling uit. We kennen de permanente discussie over voorkeuren – een oude vertrouwde versie waarmee je bent opgegroeid versus een gemoderniseerde tekst die “leesbaarder” is. Beide hebben echter waarde zoals het volgende punt aantoont.

Inzicht in de Schriften verhoogt sterk wanneer je verschillende versies kunt vergelijken. Zeker, de Volkervertaling bevat fouten en onnauwkeurigheden, maar ook opmerkelijke juiste keuzes die latere edities, en vooral de her-vertaling omstreeks 1990, ten onrechte gewijzigd hebben. Zo vertaalt Volker interpreters, de zienerstenen, correct als vertalers en niet als uitleggers (Mosiah 8:13 – zie commentaar hier). Hij respecteert de juiste aanwijzende voornaamwoorden in Jakob 1:3–4, waar de 1990-vertaling dat niet doet en verwarrend is. Hij vertaalt alsnog met het correcte rechte en nauwe pad, en niet als enge en smalle pad (2 Nephi 31:18 – zie hier). Jarom 2 vertaalt hij correct met “is het nodig dat ik een weinig schrijf” en niet  “moet ik wel weinig schrijven”, wat de betekenis precies omdraait.  In 2 Nephi 26:16 vertaalt hij “familiar spirit” correct als “een bekende geest” en niet als “iemand die de doden bezweert” zoals in de jongste editie – zie hier. En hoeren worden geen lichtekooien – zie hier.

Wat de Volkervertaling voor nauwgezette Schriftstudie bijzonder waardevol maakt is dat ze dicht bij het oorspronkelijke Engels blijft. Zelfs als het Nederlands houterig en ouderwets klinkt, het doet de waarde van bepaalde woorden beter tot uiting komen en handhaaft beter de hebraïsche stijlfiguren zoals chiasmen. Woorden vervangen door synoniemen of de woordorde  veranderen levert een modernere taal op, maar het verduistert ook de oorspronkelijke rijkdom.

Wie bezit er nog een editie van 1890? Laat het mij weten!

 

2 – Kennis en taal onder het volk van Zeniff

Centraal in het boek Mosiah staat het verhaal van het volk van Zeniff, inclusief het optreden van Abinadi en het navolgende van Alma. Abinadi’s prediking en Alma’s voortbouwen op die prediking  zullen een significante stempel op de verdere Nephitische evangeliekennis drukken. De moeite om dus even stil te staan bij hun kennis en taalgebruik.

Omstreeks 190 v.C. verliet het volk van Zeniff het land Zarahemla om terug te keren naar het land Nephi. Met hoeveel ze waren weten we niet. Enkele tientallen? Honderden? Duizend of meer? In ieder geval moeten ze een hechte groep gevormd hebben met een ideaal dat hen naar het “erfland” en de plaats van de tempel terugbracht. Hun religieuze kennis moet goed geweest zijn. Een groot deel van de groep bestond uit de trouwe volgelingen “die naar de stem des Heren wilden luisteren” toen zij enkele jaren daarvoor uit Nephi gevlucht waren (Omni 12).

Terug in het land Nephi bleven zij de wet van Mozes volgen, wat beschikbaarheid van teksten veronderstelt. Zeniff had dus vermoedelijk afschriften van de koperen platen bij, op perkament of een andere makkelijke drager. Dat middel kenden ze, zoals blijkt uit de snelle uitwisseling van boodschappen en brieven die het Boek van Mormon vermeldt. Ook de mondelinge beheersing van Schriftteksten was deel van hun cultuur. Het is mogelijk dat Zeniff en zijn volk ook nog teksten verkregen van overblijvende Nephieten in het land Nephi. Lang niet allen waren weggetrokken met Mosiah – maar enkel zij “die naar de stem des Heren wilden luisteren”. De “vele profeten” die er al decennia gewerkt hadden zullen ook wel hun sporen hebben nagelaten. Er is geen vermelding dat overblijvende Nephieten waren uitgeroeid. Ook de (zelfzuchtige) gewilligheid van koning Laman om de teruggekeerden land te laten innemen wijst op tolerantie voor het gedachtegoed.

 

Moses, Aaron en de tafelen der wet_Onbekend_1692_Jewish Museum London_LAllicht typeert de Hebreeuwse achtergrond de Nephitische cultuur beter dan de pseudo-Inca en pseudo-Azteken die mormoonse kunstenaars er bij bedachten. Hier: “Mozes, Aaron en de tafelen der wet” van een onbekend meester (1692). Jewish Museum London

 

Een generatie later blijken de priesters van Noach, ondanks hun slechtheid, nog steeds vertrouwd met “de woorden die geschreven staan”, stellen vele (strik)vragen en citeren Jesaja. En weer een generatie later, zo’n zeventig jaar na de aankomst van Zeniff in Nephi, herinnerde Limhi aan de uittocht uit Egypte, de doortocht door de Rode Zee en het manna dat het volk voedde. De Schriften zijn hem dus vertrouwd en hij haalt ook passages uit profetieën aan die nergens anders vermeld staan (Mosiah 7:29–31).

Het volk van Zeniff had echter niet de beschikking over de kleine platen van Nephi. Die berustten bij de familiale hoeders ervan. De laatste in de rij, Amaleki, zou die platen pas aan koning Benjamin overdragen na het vertrek van Zeniff naar het land Nephi. Dat verklaart waarom verwijzingen naar teksten op de kleine platen ontbreken. Typische thema’s en uitdrukkingen van Nephi en Jakob zijn niet te vinden in de woorden van Zeniff, Abinadi of Limhi. Die gesloten kringen in taalgebruik stemmen overeen met de aparte verhaallijnen en illustreren de authenticiteit van het Boek van Mormon.

Abinadi, die de hoofdmoot van de religieuze inhoud in Mosiah voor zijn rekening neemt, spreekt dus niet over Huis Israëls, vergaderen, erfland of nageslacht. Zijn focus ligt op Christus, maar tegelijkertijd gebruikt hij nergens omschrijvingen van Christus zoals Nephi die hanteerde – Koning des hemels, Verlosser van Israël, Raadgever, God van Abraham, Isaak en Jakob, God van Israël, God van wonderen, Lam Gods, Eniggeboren des Vaders, en meer.[1] Nee, Abinadi spreekt vanuit zijn eigen persoonlijkheid en inzichten. Hij gebruikt uitdrukkingen over Christus die nergens anders voorkomen – “de wil des Zoons [die] geheel opgaat in de wil van de Vader”, “Hij staat tussen hen en de gerechtigheid”, “Hij heeft de banden des doods verbroken”, “Hij is met innerlijke barmhartigheid bezield” (Mosiah 15:7–9). Tegelijkertijd beheerst hij Jesaja in die mate dat hij hem verzenlang kan citeren.

De inbreng van Abinadi illustreert hoe de Heer evangeliekennis “stap voor stap” geeft, “regel op regel, voorschrift op voorschrift, hier een weinig en daar een weinig” (2 Nephi 28:30), in overeenstemming met het negende geloofsartikel: “Wij geloven alles wat God heeft geopenbaard, alles wat Hij nu openbaart, en wij geloven dat Hij nog vele grote en belangrijke dingen aangaande het koninkrijk Gods zal openbaren.” Abinadi is in die ontwikkeling een volgende schakel want zijn prediking brengt nieuwe elementen binnen een gekend kader aan. Tegelijkertijd kleuren ook de persoonlijkheid en de achtergrond van een profeet zijn taalgebruik en zijn voorstellingen. Openbaring kan als een vaste tekst van God komen, maar ook als inspiratie die de profeet zelf moet leren verwoorden. Dat maakt Abinadi’s inbreng uniek in de kennisopbouw te midden van het volk van Zeniff.

Taalgebruik weerspiegelt niet alleen kennis, maar vormt ook “taalsporen” die vaak kleven aan één persoon en aan zijn naaste medewerkers. De uitdrukking “banden des doods”, die Abinadi voor het eerst in het Boek van Mormon gebruikt, en verschillende keren als zijn “woordafdruk” herhaalt, wordt nadien ook door Alma de oudere gebezigd. Alma was immers getuige van Abinadi’s optreden en bouwt verder op diens inbreng wanneer hij binnen zijn groep predikt. De uitdrukking “banden des doods” wordt dan weer overgenomen door zijn zoon Alma en diens metgezellen Amulek en Aaron. Nadien komt de uitdrukking echter niet meer voor in het Boek van Mormon. Opmerkelijke taalcoherentie binnen één gebruikerskring. [2]

Hoe kennis verder onder Alma de oudere en Alma de jongere ontwikkelde bestuderen we in volgende lessen.

 

3 – De zaak Abinadi

Beschuldiging. Ondervraging. Verdediging. Beraadslaging. Verdict. Straf. De fasen volgen juridische stappen, of hebben er toch minstens de schijn van. De uitkomst is dramatisch: een onschuldig man ondergaat de vuurdood. Wie was verantwoordelijk voor dit onrecht? Koning Noach?

De algemene verhaallijn kennen alle mormonen, maar misschien valt er nog wat meer te ontdekken, zoals de interactie tussen mensen, alsmede hun motieven. Dat menselijk aspect verdwijnt soms door de kerkelijke focus op doctrinale en morele lessen in specifieke verzen (en dat laat ik aan het lesmateriaal van de kerk over). Wie echter de menselijke kant boeiend vindt zal het volgende hopelijk interesseren.

In de schaduw van prediking en marteldood van Abinadi bewegen zich een aantal deelgenoten in het drama: koning Noach, zijn zoon Limhi, zijn priesters, waaronder Alma, zijn lijfwachten, de aanklagers en het volk in het algemeen. Het gaat om een ernstige zaak waar uiteindelijk een man levend werd verbrand.

[Tenzij anders aangeduid verwijzen hoofdstukken en verzen in dit onderdeel naar Mosiah. ]

Wie was Abinadi?
Wie de pen vasthoudt beheert het verslag.
Wie zou dus hoofdstukken 11 tot 17 geschreven hebben?
Aanwijzingen voor speurders: een spel van doorgeschoven verantwoordelijkheid
Nabeschouwing

 

Wie was Abinadi?

Wie Abinadi was, hoe hij opgeleid was, hoe hij tot profeet geroepen werd, vermeldt het Boek van Mormon niet. Volgens etymologen heeft zijn naam een evidente Hebreeuwse origine vanuit een Akkadische basis, met een klassieke stam “b” die naar “vader” verwijst (abi, abba). De naam zou “(de) Vader is mijn rots” of “(de) Vader is verheven” kunnen betekenen.[3] Het lijkt in elk geval op een religieus geïnspireerde naam. Daaruit kan blijken dat Abinadi’s ouders hun zoon in het perspectief van een goddelijke roeping hebben opgevoed, wat dan weer Abinadi’s beheersing van de Schriften verklaart.

Pablo Gargallo-de profeet_M“De profeet” van de Spaanse beeldhouwer Pablo Gargallo (1881-1934. Middelheim openluchtmuseum Antwerpen.

 

John Tvedtnes suggereert dat Abinadi mogelijk een van de priesters van Zeniff, Noach’s vader, was. Noach had die priesters afgezet. Dat zou Abinadi’s priesterschapsautoriteit en zijn kennis van de Schriften verklaren.[4] Dat lijkt mij minder waarschijnlijk omdat zoiets wel vermeld zou zijn om Abinadi’s gezag te bevestigen. Omstaanders en ook de huidige priesters van Noach zouden hem in die functie herkend hebben. Ook Noach zegt, mogelijk wel ironisch, Abinadi niet te kennen (11:27). Indien men manuele overdracht van priesterschapsautoriteit via die groep priesters noodzakelijk acht, lijkt het mij dan beter te suggereren dat Abinadi de zoon of de neef van een afgezette priester was en voor het overige onbekend onder het volk. Anderzijds: Abinadi trad op als een volwaardig profeet, dus met het hogere priesterschap, zonder verplichte priesterschapsconnectie met familie of priesterklasse. (Dit aspect van de overdracht van priesterschap in het Boek van Mormon bespreek ik in de volgende les, naar aanleiding van het optreden van Alma.)

Abinadi’s plotse optreden lijkt op dat van andere profeten in het Oude Testament: “En het geschiedde dat er zich een man onder hen bevond wiens naam Abinadi was; en hij ging onder hen uit en begon te profeteren, zeggende: Zie, aldus zegt de Heer …” (11:20). Niemand start zomaar dit soort carrière. Naast de goddelijke opdracht heb je er de persoonlijkheid, de durf en de retoriek voor nodig. Voor dat laatste was Abinadi grondig met de stijl van Schriftuurlijke doemprofeten vertrouwd. Zelfs tot zijn laatste adem, “toen de vlammen hem begonnen te verzengen”, zindert Abinadi’s stem van vervloekingen en wraak.[5]

 

Wie de pen vasthoudt beheert het verslag.

In het Boek van Mormon gaan profeten en zendelingen vaak de confrontatie met anderen aan. Achteraf stellen zij het verslag erover op. Zo beschreef Nephi de talrijke twisten met zijn broers. Jakob versloeg zijn aanvaring met Sherem. In de boeken Alma en Helaman volgen andere predikers datzelfde patroon. Met andere woorden: ze komen er altijd goed uit. Het is niet anders in de Bijbel. Hun prediking konden ze achteraf ook nog literair verfijnen. Heel wat teksten getuigen van de zorg daaraan besteed. Ook in de Bijbel.

Abinadi kreeg geen kans zijn verhaal en zijn prediking zelf neer te pennen: na zijn optreden zou hij de marteldood sterven. Maar wie versloeg dan Abinadi’s verhaal, zijn prediking, proces en dood in hoofdstukken 11 tot en met 17? Eén schrijver? Verschillende? Is de oorspronkelijke tekst nadien bewerkt?

Enerzijds is er de prediking van Abinadi zelf (voornamelijk hoofdstukken 12 tot 16). Die tekst werd later, conform de traditie, in een rijkere stijl uitgeschreven: een aaneenrijging van kleine en grote chiasmen, zinderend van oudtestamentische pathos. Hier heeft wellicht een kroniekschrijver met ervaring voor de definitieve tekst gezorgd. Zie de schema’s bij gestructureerd lezen.

Anderzijds zijn er de verhaalelementen – wat voor een koning Noach was, hoe en waar Abinadi optrad, hoe betrokkenen reageerden, wie Abinadi beschuldigde en arresteerde, wie hem veroordeelde en wie hem op de brandstapel zette. Het is in de verhaalelementen dat verslaggevers, soms zonder het zelf te beseffen, schuld en verantwoordelijkheid leggen. Dat geldt des te meer wanneer de verslaggevers zelf in min of meerdere mate betrokken partij zijn.

 

Wie zou dus hoofdstukken 11 tot 17 geschreven hebben?

In de tekst heeft niemand zich als auteur geïdentificeerd. Er zijn verschillende kandidaten met verschillende motieven om verhaalelementen te benadrukken of te verzwijgen.

ALMA

Als een van Noach’s priesters was Alma getuige van Abinadi’s woorden tot de priesters. Hij pleitte echter in het voordeel van Abinadi, zodat hij moest vluchten. “En terwijl hij zich vele dagen verborgen hield, schreef hij alle woorden op die Abinadi had gesproken” (17:4). Dat gaat dus om de prediking waarnaar hij geluisterd had, niet om het verhaal. Naast Alma moeten er echter nog andere getuigen geweest zijn, aangezien ook woorden van Abinadi, uitgesproken na de vlucht van Alma, in het verslag staan. Sommigen van deze getuigen hebben zich mogelijk later bij de groep van Alma aan de wateren van Mormon gevoegd.

Zijn de verhaalelementen ook van Alma’s hand? De vraag geldt vooral voor hoofdstuk 11 dat Noach’s persoon en prestaties afkraakt. Hoe voelde Alma over Noach? Hij had motieven om Noach zowel te sparen als te verguizen.

Aan de ene kant had hij zijn aanstelling als priester aan Noach te danken. Hij had ook onder Noach gediend tijdens diens grote verwezenlijkingen. De koning afkraken betekende ook een beetje een eigen veroordeling voor collaboratie. Dat verleden zou Alma trouwens blijven achtervolgen. Toen zijn groep hem later in het land Helam koning wilde maken, weigerde hij, denkend aan zijn tijd onder Noach: “Ik was zelf in een valstrik gevangen en deed vele dingen die gruwelijk waren in de ogen des Heren” (23:9). Met het woord “valstrik” tracht hij zijn verantwoordelijkheid wat te verzachten, maar zijn deelname aan Noach’s omgeving blijft een heikel punt.

Aan de andere kant was Alma terdege bewust van Noach’s akelige kanten. Hij was uit de gratie gevallen en werd opgejaagd wild. Later ervaarde hij, in het land Helam, ook nog de moeilijkheden met Amulon, gevluchte priester van Noach. Genoeg om heel wat bittere herinneringen aan Noach over te houden en die aan een kroniek toe te vertrouwen.

Maar wat het hele verslag in hoofdstukken 11 tot 17 betreft, zat Alma niet op de plaats waar de kroniek van Zeniff werd bijgehouden. Die kroniek was, na de dood van Noach, in handen van Limhi in het land Nephi. Als Alma toch de auteur van de hoofdstukken is, dan zijn ze pas later, na de terugkeer naar Zarahemla, in die kroniek ingewerkt. En daar zou Limhi, verantwoordelijk voor de kroniek van Zeniff , mee akkoord moeten geweest zijn, wat twijfelachtig is voor hoofdstuk 11. Sommige zaken lagen gevoelig. Dat brengt ons bij Limhi.

LIMHI

Hij is de zoon en opvolger van de verguisde koning Noach. Maar voor Limhi was Noach nog steeds zijn vader. Een enkel vers toont zijn verscheurd gemoed, op het moment dat de Lamanieten de uitlevering van de gevluchte koning Noach eisen: “En Limhi nu verlangde dat zijn vader niet zou worden vernietigd; evenwel was Limhi niet onbekend met de ongerechtigheden van zijn vader, daar hijzelf een rechtvaardig man was” (19:17). Jaren later, in zijn kort overzicht van de geschiedenis van het volk van Zeniff, uitgesproken bij de komst van Ammon, behandelt Limhi de regeerperiode van zijn vader zonder hem te vernoemen. De verantwoordelijkheid voor de dood van Abinadi legt hij bij het volk in het algemeen (7:25–28). Dat is veelzeggend.

In hoofdstukken 11 tot 17 ontbreekt Limhi’s naam als betrokkene in de zaak Abinadi. Nochtans was Limhi op dat moment, voor zover we kunnen inschatten, al volwassen. Hij zou ook spoedig, na Noach’s gewelddadige dood, de troon bestijgen. Net zoals Alma moet Limhi dus enigermate betrokken geweest zijn bij wat Noach presteerde. Als koninklijk opvolger was hij de eerste verantwoordelijke voor het verder aanvullen van de kroniek van Zeniff. Schreef hij het beruchte hoofdstuk 11 dat Noach afkraakt, inclusief de passage over vrouwen en bijvrouwen, dus waaronder zijn eigen moeder? Vermoedelijk niet, want Limhi verkoos, dat zagen we zonet, zedig over zijn vader te zwijgen. We weten ook niets over zijn moeder, maar aangezien hij de opvolger werd, was hij vermoedelijk een zoon van de eerste echtgenote, de koningin. Er schuilen dus familiale verwikkelingen op de achtergrond waar Limhi ons buitenhoudt. Aangezien Limhi als een rechtvaardig man opgroeide, vertrouwd met de Schriften zoals later blijkt, heeft hij dat mogelijk aan zijn moeder te danken, anders zouden zijn herinneringen nog pijnlijker zijn. Hoofdstuk 11 beschuldigt Noach van “uitspattingen samen met zijn vrouwen en bijvrouwen”. Zou Limhi dat geschreven hebben, hoe zijn moeder ook was?

 

King and Queen 1952-3, cast 1957 Henry Moore OM, CH 1898-1986 Presented by the Friends of the Tate Gallery with funds provided by Associated Rediffusion Ltd 1959 http://www.tate.org.uk/art/work/T00228

“Koning en koningin” van Henry Moore (1898-1986). Tate London, ook in Middelheim Antwerpen.

Limhi beschikte ook niet over het verslag van Alma met de woorden van Abinadi, aangezien Limhi en Alma elkaar pas zullen ontmoeten na hun respectievelijke terugkeer naar Zarahemla. Allicht was Limhi ook wel in staat geweest, met de hulp van toehoorders van Abinadi’s woorden, diens boodschap in grote lijnen te reconstrueren, maar niets wijst daarop. Alma was de geestelijke erfgenaam van Abinadi.

Zowel zijn gevoelens voor zijn vader als het ontbreken van Alma’s teksten wijzen er dus op dat Limhi niet de auteur van hoofdstukken 11 tot 17 is, ondanks zijn verantwoordelijkheid voor de kroniek.

MOSIAH II

Na de aankomst van Limhi en vervolgens die van Alma in Zarahemla, laat koning Mosiah II hun verslagen voorlezen. Welke de juiste inhoud op dat moment was weten we niet. We mogen er wel van uitgaan dat al wat Zeniff, Noach, Limhi en Alma geschreven hebben uiteindelijk bij Mosiah terechtkwam (25:5–6). Zorgde Mosiah of een van zijn kroniekschrijvers vervolgens voor de samenvoeging van verslagen van Limhi en Alma en voor de huidige stand van de kroniek van Zeniff? Mosiah hechtte veel belang aan kronieken en zou later alles zorgvuldig aan Alma de jongere overhandigen (28:20).

Tegen het einde van zijn leven had Mosiah een sterk motief om de regeerperiode van Noach zo negatief mogelijk voor te stellen: hij moest zijn volk overtuigen om een einde te stellen aan meer dan vier eeuwen van regering der koningen. Daartoe haalde hij breedvoerig het afschuwelijk voorbeeld van koning Noach aan en “alle nadelen” van koningschap (29:17–24, 35–36). De negatieve beschrijving van Noach’s gedrag, zoals die nu in hoofdstuk 11 staat, kwam dus wel gelegen. Mosiah had lang en nauw met Alma de oudere samengewerkt, dus mogelijk zijn hoofdstukken 11 tot 17 het resultaat van hun bewerking. De samenvoeging en bewerking van verslagen zou Alma ook de tijd hebben gegeven om de prediking van Abinadi in de definitieve, verzorgde literaire vorm te herschikken  (zie bij Gestructureerd lezen). De tekst die wij thans onder ogen hebben is dus mogelijk toen uit diverse verslagen en herinneringen bijeengebracht en bewerkt. Dat verklaart de diverse origines: uitspraken van Abinadi in het openbaar, aanklachten van omstaanders bij koning Noach, beslissingen van koning Noach, discussies met de priesters, de predikingen van Abinadi, de uitwisselingen bij het verdict en bij de executie.

MORMON

Tenslotte is er Mormon zelf, vijfhonderd jaar later. Distilleerde hij uit de verschillende bronnen de verhaalelementen in hoofdstukken 11 tot 17? Vermoedelijk niet want het verhaal bevat teveel details en passages in de directe rede. Die wijzen erop dat Mormon de betrokken pagina’s ongewijzigd heeft overgenomen of hoogstens wat ingekort.

 

Aanwijzingen voor speurders: een spel van doorgeschoven verantwoordelijkheid

  • Het eerste openbaar optreden van Abinadi

Zijn eerste openbaar optreden is een krachtige uithaal (11:20–25), gegoten in een zorgvuldige chiastische structuur, die ik in de vorige les besprak. In die passage uit Abinadi maar één algemene beschuldiging tegen het volk – “hun gruwelen en hun goddeloosheid en hun hoererijen”. Vervolgens proclameert hij alleen maar bedreigingen. Koning Noach valt hij niet aan. Met zijn optreden verstoort Abinadi wel de omstaanders. Hoeveel mensen hij zo bereikt en hoe lang hij die prediking volhoudt is niet aangegeven, maar wel de reactie: “Nu geschiedde het, toen Abinadi deze woorden tot hen had gesproken, dat zij verbolgen op hem waren en hem naar het leven stonden; maar de Heer bevrijdde hem uit hun handen” (11:26). Op dit punt is nog geen sprake van koning Noach. Gewone omstaanders, maar toch met voldoende macht, staan Abinadi “naar het leven”. Hij moet hen wel danig geïrriteerd hebben om die woede uit te lokken.

De reactie van de koning, wanneer hij erover hoort, is niet persoonlijk of religieus, maar politiek: “… hij heeft deze dingen gezegd om mijn volk tot toorn tegen elkaar op te hitsen en twisten onder mijn volk uit te lokken (11:28). Voor de gevestigde macht is een doemprediker beslist een oproerkraaier. De vrees voor onrust onder de bevolking verklaart nog steeds waarom in sommige landen politieke leiders godsdienstvrijheid beperken of geen andere religies buiten de staatsgodsdienst toelaten. Verschillende godsdiensten of uiteenlopende interpretaties binnen één godsdienst zijn doorheen de geschiedenis bron van twisten, opstanden en burgeroorlogen geweest. Dat wist koning Noach toen ook al uit de geschiedenis van voorgaande eeuwen.

  • De context voor Noach

Koning Noach, ondanks zijn zwakheid voor vrouwen en drank (11:14-15), is geen onruststoker, integendeel: als handige politieker gebruikt hij “ijdele en vleiende woorden” om het volk voor zich te winnen, heft een (voor ons) redelijke belasting van twintig procent, zorgt voor ruime werkgelegenheid en nationale trots door de bouw van “vele sierlijke en ruime gebouwen” waar ambachtslui hun artistieke bekwaamheden kunnen uitleven. En ook een eigen paleis, zoals alle vergelijkbare vorsten. En de kostelijke verfraaiing van de tempel, waar iedereen kan van genieten. Mogelijke oppositie heeft hij eenvoudig weggewerkt: “Want hij zette alle priesters af die door zijn vader waren gewijd en wijdde nieuwe in hun plaats” (11:5). Aangezien priesters eerder als raadgevers en rechters dienen, is het eigenlijk een regeringswissel, en mogelijk met een jonge ploeg aangezien Alma, een van hen, een “jonge man” was (17:2). Zijn naaste machthebbers, de hogepriesters, krijgen ook de nodige luxe, wat politiek gezien een handige zet is en dus evenmin verwonderlijk, ook niet in onze tijd (11:11). De beveiliging van zijn land, en ook van het naburige Shilom, blijkt uit de bouw van uitkijktorens (11:12–13). De voorspoed zelf lokt uiteindelijk de afgunst van Lamanieten uit die “in kleine groepen” in de grensgebieden strooptochten ondernemen. Dat vraagt om een militaire response die succesvol verloopt en waarop dus ook een begrijpelijke overwinningsroes volgt (11:18–19). Precies in die periode begint Abinadi zijn prediking. Hij dreigt met de toorn Gods en voorspelt dat vijanden het land zullen knechten. Dat soort negativisme is niet welkom in de feestvreugde. We weten niet hoeveel aandacht Noach aan dat eerste voorval met Abinadi hechtte. Tussen al zijn andere plannen en zorgen, en tussen drank en vrouwen, was het wellicht een mineur incident, maar dat hij wel kordaat wilde oplossen: “Ik gebied u Abinadi hierheen te brengen, zodat ik hem kan doden” (11:28).

  • Abinadi’s strategie

Abinadi lijkt dat risico van een snelle dood goed te beseffen. Een onmiddellijke aanhouding en terechtstelling zou zijn optreden in de kiem smoren. Hij blijkt zijn tijd en zijn strategie te berekenen. Aangezien mensen hem “vanaf die tijd trachtten te grijpen” verkiest hij de clandestiniteit, maar in het besef dat de aandacht om hem te vinden mogelijk ook zijn boodschap verspreidt. Na twee jaar verschijnt hij opnieuw, maar nu vermomd, allicht om niet meteen gegrepen te worden en tot zwijgen gebracht. Koos hij vervolgens een tijd en plaats voor een mogelijk spectaculair optreden? Of werkte hij eerst heimelijk onder vertrouwden? Volgens de tekst maakte hij zijn identiteit bekend toen hij “begon te profeteren, zeggende: Aldus heeft de Heer mij geboden, zeggende: Abinadi…” (12:1). In die uithaal gaat hij meteen ook een grote stap verder. Hij valt de koning persoonlijk aan, inclusief dreigende taal voor zijn leven: “En het zal geschieden dat het leven van koning Noach evenveel waard zal zijn als een kleed in een hete oven.” Dat is bewust uitdagend en wijst dus eerder op een openbaar provocatief optreden, conform de hevige taal in heel de passage. Die passage in 12:2–8 is slechts een deel van Abinadi’s uithaal: “En Abinadi profeteerde vele dingen tegen dit volk”. Dat blijkt ook uit de aanklacht die zal volgen.

  • De aanklacht van de omstaanders

Het gevolg van Abinadi’s dreigementen is voorspelbaar. De mensen “waren vertoornd op hem”: die doemprofeet, vreugdeverpester, beoordelaar en godsdienstfanaat paste niet in het straatbeeld. Daarenboven zou die verwarde bedreiger wel eens de koning naar het leven kunnen staan. Zo iemand aanklagen kan je alleen maar de gunst van de koning opleveren. Gewone mensen, omstaanders, besluiten dus om Abinadi te grijpen, vast te binden en voor de koning te brengen. Merkwaardig is dan de passage, acht verzen lang (12:9–16), waar deze omstaanders aan het woord zijn om de koning te overtuigen van het wangedrag van Abinadi. De kroniekschrijver nam de moeite hun uitlatingen neer te schrijven, waardoor de aanklacht in de mond van het gewone volk komt te liggen. Die aanklacht is een simpele redenering: Abinadi profeteert bedreigingen tegen het volk en tegen de koning wegens “ongerechtigheden” en “grote zonden”. Maar blijkbaar heeft Abinadi dat wangedrag niet gespecifieerd, want de aanklagers zijn verbaasd welke die zonden dan wel kunnen zijn. Volgens hen zijn het volk en de koning onschuldig, dus heeft Abinadi “ijdel geprofeteerd” (12:14). Dat is een ernstige overtreding volgens de wet van Mozes: “Maar  de profeet die overmoedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven” (Deuteronomium 18:20).[6]

De omstaanders besluiten met een veelzeggende overdracht: “Zie, hier is de man, wij geven hem over in uw handen; gij moogt met hem handelen naar het u goeddunkt”. Hoewel de omstaanders, bij het eerste optreden van Abinadi, hem al “naar het leven stonden”, en er dus eigenlijk geen graten in zagen om zelf het recht in eigen handen te nemen, dragen ze nu de verantwoordelijkheid aan de koning over. Zij wassen hun handen in onschuld. Misschien hadden de bedreigingen van Abinadi toch al enig effect?

  • Van Noach naar de priesters

Noach ziet af van zijn oorspronkelijke intentie, een paar jaar eerder, om de man meteen te doden (11:28). Nu speelt ook hij de bal door. Wordt hij ervan bewust dat er mogelijk meer aan de hand is? Hij laat Abinadi in de gevangenis werpen, maar “gebood de priesters tezamen te komen, zodat hij met hen kon beraadslagen wat hij met hem moest doen” (12:17). Ook het volgende vers is veelzeggend over locaties en verhoudingen tussen bevoegdheden: “En het geschiedde dat zij [de priesters] tot de koning zeiden: Breng hem hierheen, zodat wij hem kunnen ondervragen; en de koning gebood dat hij voor hen moest worden gebracht” (12:18). Noach verblijft in zijn eigen paleis. De priesters dienen in de tempel, waar de hogepriesters van hun comfort genieten (11: 9–11). Het doet vermoeden dat Noach niet bij de ondervraging van Abinadi aanwezig was en er telkens pas nadien over hoorde. De tekst laat die interpretatie toe.

  • Voor de priesters

Lynn Chadwick_Paar zittende figuren-L“Zittende figuren” van Lynn Chadwick (1914-2003). Ik koos voor deze illustratie als uiting van de koude onwil waarmee de priesters van Noach naar Abinadi luisterden.

Vijf hoofdstukken lang volgen we dan de ondervraging door de priesters en de verklaringen van Abinadi (12:19 tot 16:15). Het leeuwendeel van die tekst bestaat uit Abinadi’s prediking. Wat de interactie met de priesters betreft kunnen we twee fasen onderscheiden.

Een eerste fase behelst een ondervraging, waarin Abinadi “al hun vragen weerstond” en die op Abinadi’s aanklacht tegen de priesters eindigt – rijkdommen, hoererijen, ongerechtigheden, het niet onderhouden van de geboden in het algemeen en het verwaarlozen van het onderwijs aan het volk. Er wordt niet gemeld dat Noach er bij aanwezig was. Abinadi richt zich enkel tot de priesters. Achteraf verneemt Noach wel wat Abinadi gezegd heeft. Hij reageert met: “Weg met deze kerel en doodt hem” (13:1). Het verschil met zijn vroegere intentie, enkele jaren ervoor, om Abinadi te doden is veelzeggend. Toen klonk het “zodat ik hem kan doden” (11:28). Nu wil hij het door de priesters laten doen.

In een tweede fase brengt Abinadi dan zijn lange, ononderbroken boodschap over de tien geboden, het doel van de wet van Mozes, de verzoening en de opstanding. Ook hier is er geen aanduiding dat koning Noach er bij was. Wel geeft Noach achteraf opnieuw het bevel “dat de priesters hem moesten grijpen en ter dood laten brengen” (17:1).

Dat lukt niet door de uitstraling van Abinadi die zijn prediking kan verderzetten tot het einde. Dan pas laat Noach ingrijpen: “En het geschiedde dat de koning Abinadi door zijn lijfwachten liet omsingelen en grijpen; en zij bonden hem en wierpen hem in de gevangenis” (17:5). Daarmee komt Abinadi opnieuw onder Noach’s toezicht.

  • Het verdict en de ultieme verantwoordelijkheid

“En na drie dagen, toen hij met zijn priesters had beraadslaagd, liet hij hem wederom voor zich brengen” (17:6). De tekst zegt niet dat ze drie dagen lang beraadslaagden, maar het valt op dat er niet tot een bondige veroordeling en executie werd overgegaan. Koning en priesters dekken zich in door beraadslaging. Allicht hebben ze grondig nagedacht en gedebatteerd om dit lastig geval zonder kleerscheuren  af te ronden. Dat blijkt uit het verdict. Ditmaal richt de koning zich rechtstreeks tot Abinadi en neemt daarbij een rechterlijke rol aan: “Abinadi, wij hebben een beschuldiging tegen u gevonden, en gij verdient de dood. Want gij hebt gezegd dat God zelf onder de mensenkinderen zal neerdalen; en nu, hierom zult gij ter dood worden gebracht, tenzij gij alle woorden herroept die gij ten kwade over mij en mijn volk hebt gesproken” (17:7–8).

Het verdict is om meer dan een reden opmerkelijk. Vooreerst neemt de koning niet meer de volle verantwoordelijkheid. Na beraadslaging met zijn priesters, spreekt hij het vonnis als een gezamenlijke en bovendien als een voorwaardelijke beslissing uit. Dat is al een heel andere benadering dan de voorgaande snelle bevelen om Abinadi maar meteen terecht te stellen. Vervolgens is er geen logische relatie tussen de reden van de doodstraf en de manier om er aan te ontsnappen. De reden voor de veroordeling is louter religieus, namelijk de doctrinale stelling “dat God zelf onder de mensenkinderen zal neerdalen”, niet de bedreigingen en veroordelingen die Abinadi geuit heeft . De manier waarop Abinadi alles meteen kan goedmaken is echter louter sociaal: herroep die bedreigingen en veroordelingen. Abinadi krijgt dus een makkelijke oplossing aangeboden: hij hoeft zijn religieuze opvatting over Christus niet af te zweren, als hij maar stopt met onrust te stoken. Allicht verwachtten Noach en de priesters dat Abinadi nooit zijn geloof zou verloochenen, en dat hoeft hij dus niet, maar dat hij wel tot sociale toegeeflijkheid bereid zou zijn. Met andere woorden: zij hopen hem vrij te kunnen spreken. Wat zou hen beïnvloed hebben? Abinadi’s krachtig optreden en de glans op zijn gelaat? De vrees dat Abinadi toch wel een echte profeet kon zijn? Alma’s pleitrede bij de koning?

Abinadi weigert: “ik wil mijn woorden niet herroepen, en zij zullen als een getuigenis tegen u staan” (17:9–10). Desondanks is Noach toch nog bereid zijn eigen verdict te omzeilen: “En nu stond koning Noach op het punt hem te laten gaan, want hij vreesde zijn woord; want hij vreesde dat de oordelen Gods hem zouden treffen” (17:11). Noach was dus gaandeweg toch vermurwd, meer door vrees dan door geloof, maar vrees ligt soms ook dicht bij geloof. De priesters hitsen Noach echter op met het argument van majesteitsschennis: “Hij heeft de koning beschimpt.” Het is een sterk argument: als Noach de beschimping over zich laat gaan, ondergraaft hij zijn eigen gezag, met mogelijk andere gevolgen. Hij moet dus doorzetten. Maar ook in zijn laatste beslissing lijkt Noach de verantwoordelijkheid nog af te schuiven naar de priesters: “en hij gaf hem over opdat hij zou worden gedood” (17:12). Het zijn vervolgens de priesters die het vonnis uitvoeren.

 

Nabeschouwing

Noach komt er iets beter uit dan een oppervlakkige lectuur en het schilderij van Arnold Friberg doen geloven. Koning Limhi, Noach’s zoon, blijft buiten beeld en behoudt een onbesproken status. Gewoon volk, omstaanders brachten de bal aan het rollen, maar de priesters komen uiteindelijk bovendrijven als de hoofdverantwoordelijken, of toch als de laatste aanstichters van de executie.

Maar wat met de verantwoordelijkheid van Abinadi zelf? Er zijn slachtoffers die voor hun eigen offer zorgen. Van bij de aanvang moet Abinadi geweten hebben waartoe zijn prediking kon leiden. Zijn strategie om zijn prediking te spreiden kon het momentum alleen maar  erger maken. Hij laat zich aanhouden wanneer hij er de omstandigheden geschikt voor acht. Hij geeft het zelf toe op het moment dat Noach hem amnestie aanbiedt en Abinadi die weigert: “… ik heb toegestaan dat ik u in handen ben gevallen. Ja, en ik zal zelfs ten dode toe lijden, en ik wil mijn woorden niet herroepen, en zij zullen als een getuigenis tegen u staan. En indien gij mij doodt, vergiet gij onschuldig bloed, en ook dat zal ten laatsten dage als een getuigenis tegen u staan.” (17:9–10). In zekere zin zorgt Abinadi er zelf voor dat de gevolgen voor Noach nog erger zullen zijn.  De psychologie heeft daar een naam voor.

 

4 – Jesaja komt en gaat

Jesaja komt en gaat in het Boek van Mormon. Hij was de voorkeurprofeet van Nephi vanuit een geestelijke maar ook strategische keuze (zie hier in les 8 en hier in les 9). Hoewel Jakob ook Jesaja moet citeren, verkiest hij Zenos (zie hier in les 12).

Geen van hun opvolgers verwijst nog naar Jesaja. Geen verwijzing naar Jesaja onder Mosiah I, Benjamin en Mosiah II. Alleen op dit zijspoor bij het volk van Zeniff, onder koning Noach, komt Jesaja aan bod. Na Abinadi zou het meer dan honderdtwintig jaar duren voor een profeet opnieuw naar Jesaja zou verwijzen. Dat was Nephi, zoon van Helaman, omstreeks 22 v.C. In de tussentijd, ondanks de uitgebreide predikingen van beide Alma’s en de zonen van koning Mosiah, blijft Jesaja onvermeld.

 

Jesaja_Chagall“Jesaja” van de joodse schilder Marc Chagall (1887–1985), deel van een reeks lithografieën bij de Bijbel.

 

Christus zelf verwijst echter uitgebreid naar Jesaja in zijn prediking op het westelijk halfrond. Daarna is het weer bijna vier eeuwen stil. Moroni, in zijn afscheidswoord omstreeks 400 n.C. , geeft nog kort deze boodschap mee: “Onderzoekt de profetieën van Jesaja” (Mormon 8:23). Hoewel Jesaja dus op bepaalde momenten krachtig aanwezig is, is het zeker niet zo dat hij het Boek van Mormon beheerst. Dat zou abnormaal zijn over duizend jaar geschiedenis. Analiste Ann Madsen gaat dus iets te ver in haar bewering dat Jesaja’s geschriften een steeds terugkerend thema zijn, “van de ene profeet naar de andere in het Boek van Mormon”.[7]

Het is precies de variatie in benadering, van de ene profeet naar de andere, die de authenticiteit van de stemmen in het Boek van Mormon ondersteunt. Moest Jesaja in alle periodes en in alle boeken aan bod komen, dan zou analyse moeten besluiten dat het Boek van Mormon aan één brein ontsproten is.

 

5 – Strek uw hand uit en profeteer

Abinadi strekt twee keer zijn hand uit. “En de Heer zeide tot mij: Strek uw hand uit en profeteer, zeggende …” (Mosiah 12:2). “En nu geschiedde het, nadat Abinadi deze woorden had gesproken, dat hij zijn hand uitstrekte en zeide …” (Mosiah 16:1)

Vaak vermelden de Schriften hand- en armgebaren bij bepaalde handelingen. Een ervan is die van het uitstrekken van de hand of handen bij belangrijke communicatie. De geste heeft minstens twee betekenissen:[8]

  • Het intensifieert de communicatie alsof de uitgestrekte hand de woorden als het ware aan de toehoorder fysisch aanbiedt.
  • In het geval van profetie beduidt het dat de rol van de spreker verandert. Hij spreekt niet meer in eigen naam, maar in naam van de Heer.  De uitdrukking “strek uw hand uit” wordt dan nagenoeg steeds gevolgd door de opdracht te profeteren of met kracht te spreken in naam van God.

Voorbeelden vinden we op meerdere plaatsen:

  • “Maar Amulek strekte zijn hand uit en riep des te krachtiger tot hen, zeggende: O gij goddeloos en verkeerd geslacht…” (Alma 10:25).
  • “En nu geschiedde het, toen Alma deze woorden tot hen had gesproken, dat hij zijn hand naar hen uitstrekte en met een krachtige stem riep, zeggende: Dit is de tijd om u te bekeren …” (Alma 13:21).
  • “Maar hij [Alma] strekte zijn hand uit en riep hen aan die hij aanschouwde, die waarlijk boetvaardig waren, en zeide tot hen:  Ik zie dat gij nederig van hart zijt” ((Alma 32:7).
  • “Daarom klom hij [Samuël] boven op de muur en strekte zijn hand uit en riep met luide stem en profeteerde het volk alles wat de Heer in zijn hart legde” (Helaman 13:4).

Het is uiteraard ook eigen aan het optreden van Christus: “En het geschiedde dat Hij zijn hand uitstrekte en tot het volk sprak, zeggende: Zie, Ik ben Jezus Christus, die volgens het getuigenis der profeten in de wereld zou komen” (3 Nephi 11:9–10). Het bekende standbeeld van Christus, waarbij hij zijn armen in de breedte uitstrekt, riskeert daarbij ons begrip van het “uitstrekken van de hand” te vervalsen. Het gaat in de Schriftuurlijke beeldvorming om een schenkende of waarschuwende beweging naar de toehoorders toe.

We zullen nog andere gevallen tegenkomen waar het uitstrekken van de hand of handen een rituele functie vervult.

Papyrus of Ani - Plate 4. The Osiris Scribe Ani, Osiris, Isis & NephthysIn de iconografie van verwante oude culturen geven arm- en handbewegingen communicatie aan. Papyrus van Ani, plaat 4.

 

Hand of handen?

De huidige studie van de eerste manuscripten van het Boek van Mormon kwam tot de ontdekking dat de drukkerskopij voor Mosiah 16:1 het meervoud vermeldt (copy zero bestaat niet meer voor dit deel): “After Abinadi had spoken these words he stretched forth his hands and said …” De drukker maakte er “hand” van, mogelijk uit onachtzaamheid of omdat het meestal in het enkelvoud staat, zoals in het voorgaande geval in Mosiah 12:2. Bij het verbeteren van de drukproeven las iedereen erover en het is sindsdien altijd zo in volgende edities overgenomen. De nieuwe studies rond de Joseph Smith Papers brengen nu dergelijke punten aan de oppervlakte. Het meervoud lijkt logischer omdat de passage in Mosiah 16:1 een hoogtepunt in de prediking van Abinadi kenmerkt. Hij had net al veel gesproken, maar nu leidt hij zijn toehoorders naar een volgende fase in de boodschap. Je kunt je voorstellen dat hij bij het eerste deel een hand uitstrekte, en nu, bij het tweede deel, beide handen, in een symboliek van bijkomende beklemtoning.

 

6 – Weetjes bij bepaalde verzen

Mosiah 12:3 – “een kleed in een hete oven”

“En het zal geschieden dat het leven van koning Noach evenveel waard zal zijn als een kleed in een hete oven”. De omstaanders die de woorden aan koning Noach rapporteren, verwoorden het iets anders: “En hij profeteert ook kwaad aangaande uw leven en zegt dat uw leven zal zijn als een kleed in een brandende oven” (12:10)

Critici beweren soms dat het Boek van Mormon een samenraapsel is van Bijbelse beelden en uitdrukkingen. Dit beeld van een kleed in een hete oven is onbekend in de Bijbel, maar wel sprekend. Het vernietigen of onbruikbaar worden van kleren zit deels in de gelijkenis van de mot die kleren aantast (Lukas 12:33) – “Uw rijkdom is vergaan en uw kleren zijn door de motten aangevreten” (Jakobus 5:2). De vernietiging door vuur als in een oven is ons vertrouwd uit de profetie van Maleachi: “Want zie, die dag komt, brandend als een oven”. Ook een uitspraak van Jezus verwijst zowel naar kleren als naar oven, maar in ander soort vergelijking: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?” (Mattheüs 6:30).

“Een kleed in een hete oven” is evenwel erg specifiek. Voor de Nephieten moet het een begrijpelijk en gewoon beeld geweest zijn. Het kan verwijzen naar een gebruik om de kleren van een zieke te verbranden, zoals Leviticus voorschrijft in het geval van pest (13:52, 57). Het kan een ritueel gebruik geweest zijn om oude of bezoedelde kleding, of kleding van de vijand, of van elke overledene, te verbranden.

Nog een mogelijke interpretatie, maar speculatief, is dat het beeld al profetisch verwijst naar het lot van koning Noach die zelf de vuurdood zal sterven (Mosiah 19:20).

 

Mosiah 12:6 – de oostenwind

“… en zij zullen ook door de oostenwind worden geslagen”

De verwijzing naar de oostenwind als vernietigende kracht is van oud-Palestijnse oorsprong. De “verzengende oostenwind” (Jona 4:8; Ezechiël 17:10) bracht verstikkende zandstormen van de Arabische en Syrische woestijngebieden.

De geciteerde profetie zelf, die niet in de Bijbel voorkomt,  kan uit de teksten van Zenos of Zenock komen, profeten waarvan de teksten wel op de koperen platen voorkwamen.

 

Mosiah 13:1 – “Weg met deze kerel”

“Weg met deze kerel” is de huidige vertaling van het Engelse ”Away with this fellow”. Vroegere vertalingen gaven hier “Weg met deze man”. Kerel kun je als een betere vertaling zien dan man, omdat het iets minder respect uitdrukt, net zoals heerschap, mannetje of vent.

Eigenlijk mag de vertaling nog negatiever zijn, zoals boosdoener, snoodaard of booswicht. Engelse woorden hadden in 1830 soms ook andere connotaties dan nu en fellow is daar een voorbeeld van. Het Webster-woordenboek van 1828 geeft als een van de definities voor fellow: “a man without good breeding or worth; an ignoble man.” BYU professor Don Norton vestigde daar de aandacht op.[9] Die connotatie drukt allicht preciezer uit wat Noach over Abinadi dacht.

Opmerkenswaard: de eerste Nederlandstalige editie van het Boek van Mormon (1890) vertaalde met: “Weg met dezen booswicht”. Weer een goed punt voor John Volker.

 

Mosiah 17:2 – Alma, een jonge man

De chronologie voorgesteld in les 17 wordt bevestigd. We weten dat Alma (hier de oudere) sterft op 82-jarige leeftijd, kort voor Mosiah II, die in 91 v.C. sterft – “zodat er in het geheel vijfhonderdnegen jaar was verstreken vanaf het tijdstip waarop Lehi Jeruzalem had verlaten” (Mosiah 29:45–46). Stel dat Alma een jaar vroeger dan Mosiah is gestorven, in 92 v.C., dan is hij in 174 v.C. geboren, onder koning Zeniff in het land Nephi. Het proces van Abinadi vindt plaats tussen 150 en 145 v.C. Alma is dan tussen 24 en 29 jaar, ongetwijfeld jong tussen de andere priesters.[10]

 

Mosiah 17:13 – “… en zijn huid met takkenbossen geselden, ja, ten dode toe”

Klopt dit wel? Iemand die de vuurdood moet ondergaan eerst nog met “takkenbossen geselen, ten dode toe” en hem dan nog eens in brand steken op de brandstapel? De vertaler treft hier geen schuld want zo luidt alsnog de Engelse tekst in de huidige editie – “and scourged his skin with faggots, yea, even unto death”.

Hoogstwaarschijnlijk moet de Engelse tekst luiden: “and scorched his skin with faggots”, wat in het Nederlands wordt: “en verzengden (of verschroeiden) zijn huid met bundels brandhout”. Dat is een tekst die past in het verhaal. To scorch is verzengen, verschroeien. Faggots zijn “bundles of sticks for burning”, dus bundels brandhout. Het volgende vers sluit er dan ook logisch op aan: “En nu, toen de vlammen hem begonnen te verzengen, riep hij hen toe …” (Engels: “And now when the flames began to scorch him, he cried unto them …”)

Thomas Rhedon, Franse Carmeliet_MVan de late middeleeuwen tot de 18de eeuw stierven tal van “foute” gelovigen op de brandstapel. Hier de marteldood van Thomas Rhedon, Franse karmeliet. Noteer de “bundels brandhout”, samengebundeld om een geconcentreerd vuur te bekomen.

 

Scourged zou dus scorched moeten zijn in Mosiah 17:13. Het is een bekend voorbeeld van voorgestelde correctie vanuit het “Critical Text Project”, onder leiding van BYU professor Royal Skousen, dat de originele manuscripten bestudeert, enerzijds wat overgebleven is van de “copy zero” (wat Oliver Cowdery noteerde terwijl Joseph Smith dicteerde), en anderzijds de “printer’s copy” (het transcript van copy zero dat Oliver Cowdery voor de drukker klaarmaakte). Het deel met Mosiah 17 op copy zero bestaat niet meer. Mogelijk stond daar correct scorched en schreef Oliver Cowdery per vergissing scourged, of had hij reeds op copy zero per vergissing scourged geschreven. Ook in andere contexten maakte Oliver Cowdery die vergissing. De schrijffout kan door beïnvloeding vanuit het Nieuwe Testament zijn gebeurd, bij de geseling van Christus: “They took him and bound him and scourged his skin” – zij geselden hem (Johannes 19:1).[11]

Je kunt dit geval goed vergelijken met straight en strait, waar eveneens een homofoon het oor parten speelt en tot een afwijking in de geschreven tekst leidde.  Dat geval werd hier besproken.

De suggesties voor verbetering worden “conjectural emendation” genoemd, namelijk “veronderstelde correctie”, omdat er geen honderd procent zekerheid is dat de verbetering overeenstemt met de originele tekst. Soms lijken verbeteringen zich vanuit onze taal- en cultuur op te dringen, maar dat betekent nog niet dat het voor de Nephitische cultuur geldt. Zo zouden we schijnbaar afwijkende zaken, maar die toch authentiek zijn, nodeloos veranderen. Het geval van “scourged – scorched” wordt wel als een van de meest gerechtvaardigde “conjectural emendations” aanzien.

 

7 – Gestructureerd lezen

Zie ook hierboven, onder “De zaak Abinadi”, het gedeelte “Aanwijzingen voor speurders: een spel van doorgeschoven verantwoordelijkheid”.

Bij klasgebruik voor kaders met tekstpatronen: klik op de kader voor een vergrote weergave die je voor een kleine groep vanaf het scherm kunt tonen of voor een grote groep kunt projecteren. Lees deze tekstpatronen met een korte pauze na elke lijn om zo het oude ritme van liturgisch voorlezen op te wekken.

Lang niet alle mogelijke patronen met hebraïsmen zijn hierna opgenomen, enkel een aantal evidente of markante voorbeelden.

Mosiah 12       Nieuw optreden van Abinadi, reactie en tegenreactie

1-8                     Krachtige taal van Abinadi, in de vorm van een profetie.

Deze verzen lopen in de stijl van de Oudtestamentische doemprofeten. Men kan daarin de klassieke delen onderscheiden: de opdracht tot de profeet, de voordracht zelf die vooral bedreigingen uit, de voorwaarde van bekering om er aan te ontsnappen, een slot.

Parallelstructuren en parafrasen dragen de pathos. Vijf maal “En het zal geschieden” geeft het ritme aan. De bedreigingen zijn sterk visueel en fysisch. Het kernwoord “slaan” (sla, geslagen) komt vijf maal voor. Dat “slaan” uit zich in de plagen die mensen zullen treffen door
–   het lichaam: lasten, hongersnood, pestilentie
–   dieren: gieren, honden, wilde gedierte, insecten
–   het weer: hagel, oostenwind

L18_Mosiah12

9-16                   De negatieve reactie van het volk, die Abinadi voor koning Noach brengt. Noteer de redenering van de aanklagers:

  • ze leggen het accent op het kwaad dat Abinadi over de koning heeft gezegd
  • ze bevestigen hun onschuld en die van de koning
  • ze vleien de koning

17-37                 Abinadi voor de priesters van Noach: “hij wederstond hen in al hun gevraag en ving hen in al hun woorden”.

20-27                 De priesters van Noach halen Jesaja’s “Hoe liefelijk op de bergen zijn de voeten van hem die goede tijdingen brengt…”

Verschillende analisten zijn het erover eens dat de priesters hier Abinadi terechtwijzen voor zijn negativisme en dreigementen: een dienstknecht van de Heer dient goede tijdingen te brengen. Abinadi reageert handig: weten jullie het dan zelf niet? Wat leert gij het volk dan wel?

L18_Mosiah12-25

28-37                 Discussie over de wet van Mozes. Abinadi verwijt de priesters dat zij zelf de wet niet volgen.

Mosiah 13       Vervolg van het optreden van Abinadi

1-2                     “Doodt hem!”

3-10                   Aanvang van het machtig optreden van Abinadi

11-24                 De tien geboden in herinnering gebracht.

27-31                 Waartoe diende de wet van Mozes?

L18_Mosiah13-27

32-35                 Waar het écht om gaat:

  • verlossing door de Messias
  • de komst van Christus op aarde, zijn lijden en sterven
  • de opstanding der doden

Mosiah 14       Abinadi haalt Jesaja’s profetie over Christus aan

1-12                   Beroemde verzen, geschreven door Jesaja over de persoon en het leven van de Heiland, hier aangehaald door Abinadi.

Mosiah 15       De centrale boodschap van Abinadi (samen met hoofdstuk 16)

Dit en hoofdstuk 16 bestaan uit fundamentele uitspraken over Christus, de verzoening, het oordeel. Vele passages vormen kleine chiasmen: herhalingen en tegenstellingen.

1-9                     Getuigenis over Christus en zijn werk. Belangrijke uitspraken:

  • Christus is de Vader én de Zoon
  • het plan van zaligheid: de wet van de gerechtigheid eist dat elke mens lichamelijk en geestelijk zou sterven, maar Christus voldoet door zijn lijden aan de eisen der gerechtigheid en biedt ons alzo de verlossing aan.

10-15                 Wie zal Zijn nageslacht zijn?

16-19                 De vreugde van de verkondiging.

20-25                 De vreugde van hen die aan de eerste opstanding deel hebben.

Mosiah 15:20–23 is een fijn bewerkte passage, met korte frasen in spiegelstructuren die naar het centrum van het chiasme leiden: Christus (I-I). Het geheel wordt omkaderd door “de banden des doods” en het verbreken ervan (AB-BA). “Banden des doods” is een uitdrukking geïntroduceerd door Abinadi. Vermoedelijk werd deze tekst muzikaal voorgedragen, met opbouw naar het zenit en dan terug uitdeining naar het einde.

De asterisk * duidt op herschikking om te conformeren met het Engelse origineel. De Nederlandse vertaling doet de chiastische structuur soms verliezen, zeker wanneer het om korte frasen gaat.

L18_Mosiah15-20

26-27                 De smart van hen die niet aan de eerste opstanding deel hebben.

28-31                 Slotwoorden van hoop.

Mosiah 16       Vervolg en einde van Abinadi’s optreden

1-5                    Ernstige waarschuwingen voor de goddelozen.

6-9                     Getuigenis over het werk van Christus: verlossing en opstanding.

L18_Mosiah16-8

10-12                 Over het oordeel.

13-15                 Laatste opwekking tot bekering en geloof.

Mosiah 17       De tussenkomst van Alma – De marteldood van Abinadi

1                         De opdracht van koning Noach

2-4                     Het optreden van één van de priesters, “een jonge man”, Alma, die het opneemt voor Abinadi.   Alma moet vluchten: zijn verhaal wordt Mosiah 18, en 23-24.

5-8                     Abinadi gevangen genomen en veroordeeld.

9-10                   Het antwoord van Abinadi.

11-14                 De vuurdood toegepast op Abinadi.

15-20                 De laatste woorden van Abinadi.

 

Voetnoten

[1]    Koning des hemels (2 Nephi 10:14); Verlosser van Israel (1 Nephi 21:7); Raadgever (2 Nephi 19:6); God van Abraham, Isaak en Jakob (1 Nephi 19:10); God van Israël (1 Ne. 19:7); God van wonderen (2 Nephi 27:23); Lam Gods (1 Nephi 10:10); Eniggeborene des Vaders (2 Nephi 25:12)..

[2]    “banden des doods” in Mosiah 15:9, 10, 23; 16:7; Alma 4:14; 5:9, 10; 7:12; 11:41; 22:14.

[3]    https://onoma.lib.byu.edu/index.php/ABINADI

[4]    John Tvedtnes, The Most Correct Book: Insights from a Book of Mormon Scholar (Salt Lake City: Cornerstone, 1999), 323–324.

[5]    Het is interessant te zien hoe een ander analist, vanuit een vooringenomen positie, tot een andere evaluatie van Abinadi kan komen. Robert Rees zoekt naar voorbeelden van ironische situaties in het Boek van Mormon en neemt Abinadi als een van de voorbeelden. Volgens Rees was Abinadi een onwillig profeet (“reluctant”) die aan zijn roeping wilde ontsnappen, vandaar de ironie van zijn lot. Zie Robert A. Rees, “Irony in the Book of Mormon,” Journal of the Book of Mormon and Other Restoration Scripture 12, no. 2 (2003): 20–31.

[6]    Zie ook David W. Warby, “The Book of Mormon Sheds Valuable Light on the Ancient Israelite Law of False Prophecy,” Studia Antiqua 3, No. 2 (2003): 107–116.

[7]    Ann N. Madsen, “‘What Meaneth the Words That Are Written?’ Abinadi Interprets Isaiah,” Journal of the Book of Mormon and Other Restoration Scripture 10, no. 1 (2001): 4-15 (6).

[8]    David Calabro, “’Stretch Forth Thy Hand and Prophesy’: Hand Gestures in the Book of Mormon,” Journal of the Book of Mormon and Other Restoration Scripture 21, no. 1 (2013): 46–59.

[9]    Don Norton, “A Reader’s Library,” Journal of Book of Mormon Studies 13, nos. 1–2 (2004): 162.

[10]  Brant Gardner’s chronologie van de kroniek van Zeniff loopt spaak op de “jonge man”. Bij zijn bespreking (naar aanleiding van Mosiah 7) laat hij Mosiah de oudere pas in 148 v.C. van Nephi naar Zarahemla vertrekken en Zeniff in 143 v.C. terug naar Nephi. Dat is een halve eeuw later dan de chronologie die wij volgen en die in de inleidingen bij de hoofdstukken staat. Gardner laat Alma de oudere in 77 v.C. sterven, dus moet hij hem een geboortejaar van 159 v.C. geven. Abinadi’s optreden plaatst hij dan rond 123 v.C. Met als gevolg dat bij dat optreden Alma al 36 jaar oud is, niet meer een jonge man. Gardner maakt er zich van af door de schuld op Mormon te schuiven: “Misschien bekommerde Mormon er zich nooit om de datums uit te rekenen en waren zijn bronnen onvolledig”.[10] Zo’n evaluatie ondergraaft de geloofwaardigheid van het Boek van Mormon. Een bijzonder overtuigend aspect van de authenticiteit is precies de perfecte chronologie in het complex vlechtwerk van volken en generaties. Zie Brant A. Gardner, Second Witness: Analytical and Contextual Commentary on the Book of Mormon: Volume 3b -Mosiah 11-29 (Salt Lake City: Greg Kofford Books, 2011). Kindle Edition Location 1792-1793.

[11]  Royal Skousen, “The Systematic Text of the Book of Mormon,” Journal of the Book of Mormon and Other Restoration Scripture 11, no. 2 (2013): 45–66 (55–58); Royal Skousen, “’Scourged’ vs. ‘Scorched’ in Mosiah 17:13,” Insights 22, no. 3 (2002): 2–3.

Om terug te keren

1 – De eerste Nederlandse uitgave van het Boek van Mormon (1890)
2 – Kennis en taal onder het volk van Zeniff
3 – De zaak Abinadi
4 – Jesaja komt en gaat
5 – Strek uw hand uit en profeteer
6 – Weetjes bij bepaalde verzen
7 – Gestructureerd lezen