Les 1 – Het Boek van Mormon ontdekken

Dat de 275.000 woorden van het Boek op enkele maanden tijd
uit 
het brein van een haast ongeletterde jongeman konden ontspruiten,
dat
wonder blijft onverklaarbaar.
Marc Chadourne,  Frans letterkundige, 1950

 

1 – Op 65 dagen gedicteerd
2 – Het boek in een notendop
3 – Wat denken buitenstaanders van het Boek van Mormon?
4 – Welke aandacht kreeg het Boek van Mormon in de kerk zelf?
5 – Hoe lezen kerkleden het Boek van Mormon?

Voor verdere studie:

 

1 – Op 65 dagen gedicteerd

Historica Jan Shipps, allicht de bekendste niet-mormoonse experte van het Mormonisme, schreef het volgende:

Het verhaal van een eenvoudige boerenjongen die een aantal gegraveerde metalen platen vond en een ‘magische bril’ gebruikte om daaruit duizend jaar precolumbiaanse Amerikaanse geschiedenis te vertalen, lijkt zo ongelooflijk voor veel niet-mormonen dat ze de visioenen van de profeet eenvoudig afwijzen als hallucinaties, zijn ‘gouden bijbel’ als een waardeloos document en zich afvragen hoe een intelligent persoon dit ooit als waar zou kunnen aanvaarden.[1]

Het is een terechte opmerking, maar tegelijkertijd stelt professor Shipps vast dat sinds 1830 miljoenen intelligente personen die boerenjongen en zijn ‘gouden bijbel’, namelijk Joseph Smith en het Boek van Mormon, hebben omarmd.

Geboren in 1805, groeide Joseph Smith op in een landelijk deel van de staat New York. Het gezin Smith was onbemiddeld. Er moest hard gewerkt worden om te overleven. In 1829 was Joseph Smith een jonge twintiger die amper school had gelopen en slechts moeizaam kon schrijven. Nadat hij de platen had verkregen, dicteerde hij daarom de vertaling van de tekst, in naar schatting 65 werkdagen, tussen april en juni 1829, aan een ritme van meer dan vierduizend woorden per dag.[2] De manier waarop dit gebeurde is vrij gedetailleerd beschreven.[3] Het resultaat werd in 1830 uitgegeven als The Book of Mormon.[4] Sindsdien zijn er zo’n tweehonderd miljoen exemplaren van gedrukt in een honderdtal talen.

 

2 – Het boek in een notendop

Het Boek van Mormon beschrijft het wedervaren van enkele bevolkingsgroepen in de Amerikaanse oudheid, voornamelijk van 600 v.C. tot 400 n.C., geschreven als kronieken uit die periode. De mormoonse kerk beschouwt het boek als evenwaardig met de Bijbel, dus als Schriftuur. Het boek ademt ook die Bijbelse sfeer, met onderscheiden interne boeken, geschreven door opeenvolgende profeten. Periodes van vrede en van oorlog wisselen elkaar af, beheerst door twee groepen, de Nephieten en de Lamanieten. Centraal in het Boek staat het bezoek van de Heiland, na zijn opstanding, aan de Nephieten. Het Boek heeft als belangrijkste boodschappen de vergadering van het huis Israëls en het verlossingswerk van Christus. Het verbindt de perspectieven van zowel het Oude als van het Nieuwe Testament.

Het Boek van Mormon is een vrij uitgebreid boek, al naar gelang de uitgave tussen de 520 en 675 bladzijden. Het dankt zijn naam aan een van de laatste Nephitische profeten, Mormon genaamd. Volgens het verhaal stelde die in de vierde eeuw n.C. zijn tekst samen als de verkorte weergave van meer uitgebreide kronieken. Hij maakte daarbij geen evenwichtige samenvatting, maar koos delen om hun geestelijke of historische waarde en situeerde ze door korte bindteksten in het geheel. Die werkwijze verklaart de structuur van het Boek van Mormon, waar nu eens Mormon als auteur van bindteksten en eigenlijke samenvattingen aan het woord is, en hij dan weer lange passages van de hand van anderen globaal inlast. Het boek is redelijk complex, met vijftien interne “boeken”, meerlagig door de invalshoeken van verschillende actoren en door de ineenstrengeling van samenvattingen, terugblikken en meer gedetailleerde delen.

 

3 – Wat denken buitenstaanders van het Boek van Mormon?

 

De enen in hun diverse kritische benaderingen

Zoals Jan Shipps duidelijk maakt, van bij het verschijnen van het Boek hadden buitenstaanders er een negatief oordeel over. Het verhaal van de oorsprong gaf daarbij de doorslag: wat voor boek kon een arme landbouwerszoon, zonder opleiding, op zo’n jonge leeftijd produceren? Dat resultaat moest wel waardeloos zijn. Bovendien ging er een ongeloofwaardig verhaal van een engel en gouden platen mee samen.

John Welch vertelt hoe hij tijdens zijn zending in Duitsland in 1967 een hoogleraar bezocht die in Oudtestamentisch taalgebruik gespecialiseerd was. Hij toonde hem een bladzijde uit het Boek van Mormon, zonder de kaft te laten zien, en wees hem op een rijkelijk uitgewerkt chiasme — een Hebreeuwse stijlfiguur waarbij een reeks termen of gedachten in omgekeerde volgorde hernomen wordt. Geboeid bestudeerde de professor de passage en bevestigde de oudtestamentische structuur. Toen pas keek hij naar de titelbladzijde. Zo gauw hij zag dat het om het Boek van Mormon ging, gaf hij het boek smalend terug aan John Welch. Plots was het boek voor hem ongeloofwaardig.[5] Dat is de handicap van het vooroordeel: een boek dat door een engel is bekendgemaakt en van gouden platen is vertaald, diskwalificeert het voor verder onderzoek.

In de loop der jaren hebben critici dus vooral geargumenteerd waarom het boek niet het authentiek verslag van oude volkeren kon zijn. Daartoe wijzen zij selectief op passages die een bepaalde thesis moeten bevestigen.

  • Sommigen zien in het boek een naïef samenraapsel van gekopieerde of vervormde Bijbelse passages die een boerenjongen zonder opleiding bijeen gefantaseerd heeft. Daartoe moeten deze critici echter de ogen sluiten voor de complexiteit van het boek, de coherentie van de chronologische verwijzingen en de retorische hoogtepunten, zaken die het kunnen van Joseph Smith op zijn leeftijd ver te boven gingen.
  • Anderen daarentegen zien in het boek wél de substantiële inhoud, maar identificeren die als de weerspiegeling van politieke, economische en religieuze strijdpunten van het begin van de negentiende eeuw, geschreven door iemand met een goed zicht op die controverses en een stevige taalbeheersing. Maar die invalshoek spoort evenmin met het kunnen van een onopgeleide landbouwersjongen. Vroeger verwezen critici dan naar bronnen waaruit Joseph Smith gekopieerd zou hebben: een manuscript van een zekere Salomon Spalding of het boek View of the Hebrews. Maar die pistes hielden geen stand bij nader onderzoek. Er zit teveel unieks en afwijkends in het Boek van Mormon. Dan is de enige andere optie dat iemand anders dan Joseph Smith het Boek van Mormon in de jaren 1820 geschreven heeft. Maar daartoe is er geen enkele aanwijzing.
  • Enkele critici zien in het Boek van Mormon een soort autobiografie van Joseph Smith: hij zou zijn eigen ervaringen, zijn familieleven en zijn culturele omgeving in een Bijbelse mal hebben gegoten. Voor een paar elementen kan dit overtuigend overkomen, maar het overgrote deel van het Boek past niet in dat stramien. Opnieuw spoort zo’n uitleg niet met het beperkte kunnen van een 24-jarige onopgeleide boerenjongen.
  • Ten slotte wijzen critici op een aantal schijnbare anachronismen, zoals de vermelding van staal, zijde, gerst, paarden en wagens in het Oude Amerika, of vermoede post-exilische ontleningen aan de King James Bijbel. Dat zijn inderdaad gegevens die vragen oproepen en waarvoor apologeten dan een plausibele uitleg moeten kunnen verschaffen. Dat gebeurt thans vooral door experten verbonden aan het Maxwell Institute op de Brigham Young University. Stap voor stap komen er zo niet alleen antwoorden op terechte vragen, maar ook veel bijkomende gegevens die de tekst toelichten. Het is een doorgaand proces van verdieping van het Boek van Mormon.

 

Anderen in een geïntrigeerde  bevraging

Anderzijds zijn er ook buitenstaanders die het Boek van Mormon zonder vooroordeel kunnen lezen. Welke ook de oorsprong van de tekst, de tekst als zodanig is er. Iemand heeft hem geschreven. Vooral letterkundigen weten een tekst te benaderen voor wat hij is: de uiting van een menselijke stem. Voor hen heeft het geen principieel belang of Nephi’s krachtige prediking, Jakobs gevoelige toespraak over sociale rechtvaardigheid en huwelijkstrouw, Abinadi’s getuigenis vanop de brandstapel of Mormons brieven aan zijn zoon Moroni, door iemand van tweeduizend of van tweehonderd jaar geleden zijn geschreven. Er is vooreerst de Tekst.

Een van de eerste letterkundigen die aldus het uitzonderlijke van het Boek van Mormon erkende was de Franse schrijver Marc Chadourne. Deze wereldreiziger was op de terugreis van Azië naar Europa toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Zo raakte hij vast in de Verenigde Staten. De University of Utah in Salt Lake City vroeg hem om Franse literatuur te komen doceren. Drie jaar verbleef hij in het hart van het mormonisme. Hij schreef er een boeiend boek over waarin hij hulde brengt aan de wilskracht en de toewijding van de heiligen der laatste dagen.[6] Als letterkundige was hij gefascineerd door het Boek van Mormon. Voortgaand op de rijke inhouden van het Boek beschrijft hij de diepe, rode draad:

Hier waart de geest van openbaring, vloeiend tussen oude en nieuwe teksten, om het stof van de oudste mensheid te doen opdwarrelen, het ontstaan van goden en van leringen, om van daaruit, in een wassende gloed, een concept van Christendom te doen verschijnen, de Verlossende Logos, het Woord dat alles omvat en verlicht.

Chadourne begreep ten volle hoe heel het Boek van Mormon naar het culminerend punt leidt — de verschijning en prediking van de Heiland.

Uiteraard stelt Chadourne zich ook de vraag hoe dit boek is kunnen ontstaan:

Het mysterie van zijn genese baadt in het duister. Was het een spontane schepping vanuit een vruchtbare verbeelding ten prooi aan de religieuze onrust van zijn tijd? Was het fabricatie of inspiratie? Dezelfde geheimenis waart over de wieg van alle religies, over het embryo van alle mythes. Maar dat de 275.000 woorden van het Boek op enkele maanden tijd uit het brein van een haast ongeletterde jongeman konden ontspruiten, dat wonder blijft onverklaarbaar.

Ook andere buitenstaanders kunnen zich losmaken van vooroordelen en het boek “op zich” naar waarde schatten, ook al geloven ze daarom niet in zijn goddelijke oorsprong. Professor Gordon Wood stelt vast hoe te midden van al het geruzie tussen de kerken begin negentiende eeuw, het Boek van Mormon een unieke stem doet weerklinken:

Het Boek van Mormon sneed dwars door die controverses heen en actualiseerde de Bijbel. In een volwaardige Bijbelse stijl, geschreven voor gewone mensen, beantwoordde het Boek verwarrende theologische vragen, verduidelijkte obscure Schriftpassages en hevelde de Bijbel over naar de Nieuwe Wereld. En het deed dit alles met de zekerheid van goddelijk gezag. Het Boek van Mormon openbaarde onderliggende stromingen van het Amerikaanse volksdenken die niet te vinden zijn in de geleerde pamfletten of openbare redes uit die periode. Het Boek van Mormon is een buitengewoon werk van populaire verbeelding en een van de grootste documenten in de Amerikaanse culturele geschiedenis.[7]

Daniel Walker Howe, in What Hath God Wrought, een boek dat de Pulitzer-prijs won, besluit dat “het Boek van Mormon moet gerekend worden als een van de grote verwezenlijkingen van de Amerikaanse literatuur, maar het werd nooit de status toegekend die het verdient.”[8]

Die stemmen vormen een uitnodiging om het Boek van Mormon onbevooroordeeld te lezen. Soms moet iemand daartoe even loskomen van Joseph Smith en de gouden platen. Het volgende perspectief zou daartoe kunnen helpen. Stel dat een geleerde in de vroege zestiende eeuw met ontdekkingsreizigers naar de Nieuwe Wereld is gevaren en daar uit de mond van wijze dorpsoudsten de overleveringen van hun voorouders heeft opgetekend. Die publiceerde hij vervolgens als het Boek van Mormon. In zo’n perspectief kan de lezer de tekst benaderen als andere oude geschriften die door overlevering tot ons zijn gekomen.

Maar uiteindelijk, om tot de grond van het Boek van Mormon te komen, geldt de uitdaging zoals verwoord door Moroni op de laatste bladzijde:

En wanneer u deze dingen ontvangt, spoor ik u aan God, de eeuwige Vader, in de naam van Christus te vragen of deze dingen niet waar zijn; en indien u vraagt met een oprecht hart, met een eerlijke bedoeling en met geloof in Christus, zal Hij de waarheid ervan aan u openbaren door de macht van de Heilige Geest.

 

4 – Welke aandacht kreeg het Boek van Mormon in de kerk zelf?

Verrassend: tot in de jaren 1960 kreeg het Boek van Mormon weinig aandacht in de kerkelijke prediking en in de zondagslessen.

Van 1830 tot einde negentiende eeuw

In zijn toespraken na 1830 vermeldde zelfs Joseph Smith het Boek van Mormon maar occasioneel. Hij gebruikte het niet om er uit te prediken. Paradoxaal bevestigt dit het plotse, onverklaarbare ontstaan van het Boek van Mormon. Moest Joseph Smith jarenlang in het geheim aan het boek gewerkt hebben, dan zou hij het door en door kennen en zich van die kennis bedienen in zijn prediking. Maar nee: Joseph Smith citeert geen teksten van Nephi, Abinadi, Alma of Mormon. Hij haalt geen gebeurtenissen uit de Nephitische geschiedenis aan.[9] In 1829 had hij dus wel het boek gedicteerd, als het ware in één trek, maar dan is die opdracht voorbij, als een korte fase in zijn leven. Na de verschijning van het Boek van Mormon gaat Joseph Smiths aandacht naar de vestiging en uitbouw van de kerk, naar zendingswerk, naar een herziening van de Bijbel, naar de Boeken van Abraham en van Mozes en naar de ontwikkeling van nieuwe leerstellingen. Wel leest hij het Boek van Mormon zorgvuldig na voor de heruitgaven van 1837 en 1840, maar zelfs tijdens dat nazicht of erna gebruikt hij het boek niet om eruit te prediken. Geen enkele van Joseph Smiths openbaringen, verzameld in de Leer en Verbonden, moedigt de leden aan het Boek van Mormon te bestuderen. Het Boek als zodanig wordt in die periode wel gebruikt als materieel bewijs van Joseph Smiths roeping. Het boek geeft ook zijn naam aan de volgelingen, eerst Mormonites, dan Mormons.

Ook andere kerkleiders uit die tijd citeren veel meer uit de Bijbel dan uit het Boek van Mormon. Uit het Boek van Mormon halen ze wel enkele specifieke verzen over de vergadering van Israël en het eind der tijden aan, maar niet meer.[10] Het zendingswerk gebruikt uiteraard het Boek van Mormon als bewijs van de herstelling van de volheid van het evangelie, maar er gaat geen eigenlijke studie van het boek mee samen. Voor veel leden in de eerste decennia van de kerkgeschiedenis was het Boek van Mormon vooral het teken dat Joseph Smith een profeet was, dat de Tweede Komst nabij was en dat het Boek voor de massale bekering van de Lamanieten (de Indianen) ging zorgen.[11] Al wat Indiaans was, zagen zij toen als overblijfselen van volkeren vermeld in het Boek van Mormon.

Tot de jaren 1960

Ook in de eerste helft van de twintigste eeuw kreeg de tekst zelf van het Boek van Mormon weinig aandacht. Wat de kerkleden wel bleef boeien waren de archeologische ontdekkingen in Amerika, wat zij als het bewijs van het Boek van Mormon zagen. Men was ervan overtuigd dat zowel Noord- als Zuid-Amerika tot de wereld van Nephieten en Lamanieten hoorde en dat alle Indianen van de Lamanieten afstamden (het zogenaamde hemisferisch model). De kerk sponsorde zelfs grootschalig archeologisch onderzoek via de “New World Archaeological Foundation”, gevestigd op BYU.

Maar de archeologische vondsten werden vaak verkeerd geïnterpreteerd: de grote bouwwerken van Inca’s, Maya’s en Azteken horen immers tot latere periodes dan die beschreven in het Boek van Mormon. Ondanks grondig veldwerk (dat op zich wel veel kostbare archeologische kennis opleverde), werd geen bewijs van een Hebreeuwse of vroegchristelijke subcultuur gevonden. Toch bleven boeken van mormoonse auteurs naar Inca’s, Maya’s en Azteken verwijzen. Nog jarenlang zouden er in herdrukken van het Boek van Mormon foto’s van Oud-Amerikaanse bouwwerken verschijnen. “De inkt die we verspild hebben aan Boek van Mormon archeologie heeft vermoedelijk meer kwaad dan goed aangericht”, besluit archeoloog Dee F. Green.[12]

Die periode liet ook een sterke visuele erfenis na door de schilderijen van Arnold Friberg. Deze mormoonse schilder maakte van Nephieten en Lamanieten Inca-achtige personages. Van steden vermeld in het Boek van Mormon maakte hij Azteekse bouwwerken en van de profeten en legerleiders gespierde helden. Friberg hevelde op die manier de majestueuze visuele voorbereiding, die hij in 1953 voor de spektakelfilm The Ten Commandments in opdracht van Cecil B. DeMille maakte, over naar de wereld van het Boek van Mormon. Zijn schilderijen beïnvloedden dan weer andere illustratoren en de mormoonse toneelspektakels (pageants) bij Hill Cumorah en Manti. Zo werd “Captain Moroni” uiteindelijk ook nog een actiefiguurtje voor kinderen. Heel die visualisering vervormt het beeld van wat de kleine Nephitische natie was: een Hebreeuwse enclave die de Wet van Mozes in zijn pre-exilische vorm onderhield.

Dus tot het midden van de twintigste eeuw werd het Boek van Mormon als tekst amper bestudeerd, zoals een analyse aantoont van de vermeldingen van het Boek van Mormon in bijna tweeduizend kerkelijke bronnen tussen 1830 en 1940, waaronder de toespraken in algemene conferenties.[13] Kerkleiders vermelden wel het Boek van Mormon, maar gaan er nooit diep op in. Zij wijzen ook nooit op het belang van de werkelijke studie van het Boek van Mormon. Die benadering is verwonderlijk als we er nu op terugblikken, maar grondige tekststudie hoorde niet tot de mormoonse cultuur van de tijd. Mogelijk speelde ook de achterdocht jegens moderne Bijbelse exegese een rol en vreesden sommige kerkleiders dat kritische lectuur de geloofwaardigheid van het Boek zou ondergraven.

Het begin van een kentering: de ontdekking van de tekst als tekst

Rond 1960 begon de academische benadering van het Boek van Mormon te kantelen. BYU professor Hugh Nibley wijzigde de focus van Oud-Amerika naar het antieke Nabije Oosten — het land van oorsprong van Lehi, zijn zoon Nephi en de overigen in de groep. Nu kwamen wel boeiende parallellen te voorschijn met het Boek van Mormon: namen van personen en plaatsen, Hebreeuwse en Egyptische connecties, religieuze gebruiken en symbolen. In 1969 publiceerde John Welch zijn studie van het gebruik van Hebreeuwse chiasmen in het Boek van Mormon, een van de belangrijkste doorbraken om de tekst met andere ogen te bekijken.[14] Verdere taalkundige analyses toonden aan dat schrijvers zoals Nephi, de beide Alma’s, Mormon of Moroni hun eigen woordkeuze en stijl hadden. De studie van het Boek van Mormon werd een verplicht vak aan de Brigham Young Universiteit. In die sfeer ontstond FARMS — Foundation for Ancient Research and Mormon Studies, die zich tot taak nam het Boek van Mormon van binnenuit te ontleden met “literaire, linguïstische, historische, religieuze, politieke, militaire, juridische, sociale, economische en elke andere tekstuele bekommernis voor ogen” om zo uit te zoeken of “aspecten van het boek oude cultuur, taal, wetgeving en geschiedenis weerspiegelen”.[15] FARMS is nu deel van het Maxwell Institute van BYU. De University of Illinois Press geeft hun academisch tijdschrift uit, de Journal of Book of Mormon Studies.

We mogen gerust stellen dat deze academici het Boek van Mormon tot een nieuw leven brachten en zijn verborgen rijkdom begonnen te ontsluiten. De kerkleiding volgde. Begin jaren 1970 werd het zondagsschoolcurriculum herzien en kreeg het Boek van Mormon zijn plaats in de cycli van Schriftstudie, naast het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Leer en Verbonden. In 1986 deed kerkpresident Ezra Taft Benson een plechtige oproep tot de kerkleden om de studie van het Boek van Mormon centraal te stellen.[16] De focus van de kerk richtte zich uiteraard op de religieuze en morele inhoud en niet of minder op de andere aspecten die academici ook analyseren. Maar voor geïnteresseerde leden vormen die andere aspecten een boeiend aanvullend geheel.

Voorbeelden van tekststudie  van het Boek van Mormon

A – De Hebraïsche stijlfiguren in het Boek van Mormon.

Een van de bekendste stijlfiguren is het chiasme. Daar komen we in volgende lessen regelmatig op terug als we het Boek van Mormon verkennen.

B – De stijlverschillen tussen de verschillende boeken die het Boek van Mormon uitmaken.

Een auteur kan thans door zijn eigen “woordafdruk” worden herkend , precies zoals een vingerafdruk iemand identificeert. Elke schrijver gebruikt immers bepaalde woorden en zinstructuren meer dan andere. Dit “stylometrisch” onderzoek van het Boek van Mormon illustreert dat de verschillende onderdelen van het Boek van Mormon moeilijk door één persoon, zoals Joseph Smith of een ander tijdgenoot, konden worden geschreven. Het gaat om verschillende auteurs met erg uiteenlopende stijlen. Zelfs aan de oppervlakte is dit merkbaar als men bijvoorbeeld de eerder primaire vertelstijl van 1 Nephi vergelijkt met de rijke schrijfstijl in de geschriften van Alma.

C – Namen in het Boek van Mormon

  • Van de 337 eigennamen in het Boek van Mormon zijn er 188 uniek aan het Boek van Mormon. Hoewel we niet met zekerheid weten hoe die unieke namen werden uitgesproken, vertonen ze coherente fonologische wetmatigheden. Zo is er geen een die met /b/, /d/ of /u/ begint, en geen een die een /v/ of een /w/ inhoudt.[17]
  • Veel van die namen blijken na onderzoek verwant te zijn met oud-Egyptische namen, zoals Helaman, Himni, Korihor, Paanchi, Pahoran, Pacumeni, en meer. Volgens het Boek van Mormon was “de taal van de Egyptenaren” deel van de Nephitische cultuur.
  • De naam Mosiah komt nergens voor in de Bijbel, maar toch is moshia’ een oud Hebreeuws woord dat “kampioen van rechtvaardigheid en bevrijding” betekent, wat overeenstemt met de persoonlijkheid van koning Mosiah.[18]
  • Vroeger spotten critici al eens met de naam Alma, omdat het een vrouwelijke Latijnse naam is. Maar in 1961 ontdekte professor Yadin in een berggrot in de Sinaï een oude Hebreeuwse tekstrol met de naam Alma ben Yehuda, een zeldzame maar bestaande mannelijke semitische persoonsnaam in het Nabije Oosten.[19]

“Nabije Oosten” is de term die vooral archeologen, geografen en historici gebruiken voor het gebied dat Egypte, Turkije, Palestina, Israël, Syrië, Jordanië, Libanon en Irak omvat. In de huidige politieke en economische context spreekt men eerder van het “Midden-Oosten”.

D – Gebruiken, gebeurtenissen en rituelen uit oude culturen van het Nabije Oosten, die Joseph Smith niet kende, komen in het Boek van Mormon voor. Enkele voorbeelden:

  • In Alma 11 legt Alma het geld- en wisselsysteem van de Nephieten uit, waarbij hij zegt dat het niet overeenstemt met het monetair systeem van de joden in Jeruzalem; dat klopt, en onderzoek toont aan dat het systeem de mathematische principes volgt van andere oude culturen in het Nabije Oosten.[20]
  • Na de terechtstelling van Zemnarihah (3 Ne. 4:28), wordt de boom waaraan hij werd opgehangen ritueel geveld, precies zoals een oude joodse wet vereiste.[21]
  • De eed van trouw die Nephitische soldaten zweren (Alma 46:21–22) is nagenoeg identiek met de militaire eden in oude israëlitische en Hittitische culturen.[22]
  • In Alma 30:49 wordt Korihor met stomheid geslagen. Dit type voorval vindt men ook in oude bronnen.[23]

Zo zijn er vele vondsten die de inhoudelijke en tekstuele rijkdom van het Boek van Mormon in een ander daglicht stellen. Ze komen ten volle aan bod in het materiaal dat onze site aanbiedt.

Nochtans ook een waarschuwing

Al die tekstuele weetjes kunnen het vertrouwen in de tekst versterken, maar zij zijn niet het doel van de eigenlijke, Schriftuurlijke lectuur. Het Boek van Mormon wil in de eerste plaats een getuigenis over Christus en over het Godsvolk zijn. Het meest authentieke aan het Boek van Mormon zijn de herhaalde, indringende oproepen van profeten om zich te bekeren en de Heiland te volgen.

 

5 – Hoe lezen kerkleden het Boek van Mormon?

Grant Hardy wijst erop dat veel kerkleden het Boek van Mormon eigenlijk niet lezen voor het Boek op zich, maar eerder om er in te deppen voor andere doelen.[24]

  • Zo wordt er in lessen en toespraken naar bepaalde verzen verwezen om een leerstelling of een boodschap te ondersteunen, maar welke schrijver die woorden waar, wanneer en waarom zegt, komt zelden aan bod.
  • Zo gaan vragen bij een vers of een hoofdstuk meestal niet over het verhaal op zich, maar om bedenkingen en om toepassingen op het eigen leven.
  • Zo onderbreken de talrijke voetnoten de lectuur en doen de lezer afwijken naar concepten en naar andere teksten daarover in de Schriften.

Op die manier missen lezers mogelijk de eigenlijke adem van het boek, de rode draad die van bladzijde tot bladzijde loopt. Nog spijtiger is het wanneer kerkleden hun lectuur van het Boek van Mormon beperken tot de bespreking in zondaglessen of in Seminarie of Instituut: dan lezen zij slechts de verzen die in de les aan bod komen.

Bladzijde uit de eerste editie van The Book of Mormon in 1830

Ook de verdeling in korte hoofdstukken en verzen, die in 1879 gemaakt werd, fragmenteert de lectuur in genummerde brokjes, hoe nuttig die ook zijn voor verwijzingen. In de eerste edities was er geen verdeling in verzen. De tekst liep gewoon door en de hoofdstukken waren even lang als in een gewoon boek. Dat geeft een ander gevoel bij het lezen.

Dit betekent niet dat het versnipperd, gebroken lezen verkeerd is. Het is zeker leerrijk voor bepaalde doelen. Maar als er daarnaast geen doorlopende en bedachtzame lectuur gebeurt, een lectuur voor de tekst op zich, missen mensen mogelijk een essentieel aspect van het Boek van Mormon. Werkelijk lezen betekent dat je in de huid kruipt van de schrijver, Nephi, Mormon, Alma, Moroni … In 1859 gaf Brigham Young deze raad om de Schriften beter te begrijpen:

Lezen jullie de Schriften, mijn broeders en zusters, alsof jullie ze zelf aan het schrijven zijn, duizend, tweeduizend of vijfduizend jaar geleden? Lees je ze alsof je zelf op de plaats staat van de mannen die ze schreven?

Dat betekent je inbeelden dat je de persoon bent waarvan je de woorden leest. Dat betekent je volledig aan de tekst toevertrouwen, de gedachtegang ononderbroken volgen, elke gebeurtenis meebeleven, bladzijden lang, en aanvoelen waarom de schrijver op dat moment zo schreef – gedreven, ontroerd of medelijdend, maar soms ook wat trots, fanatiek of zelfheiligend. Kruip in de huid van mensen die ook met al hun menselijke kanten schreven.

Wat zou er in een les al eens mogen gebeuren? Dat iemand, alsof hij de verteller-schrijver zelf is, een of meerdere hoofdstukken expressief voorleest, als gebracht voor een auditorium, terwijl de mensen gewoon naar de voorlezer luisteren, alsof hij Nephi of Moroni is, zonder in hun boek te kijken. Geef de tekst zelf opnieuw zijn unieke stem.

De meeste commentaar die ik bij de lessen uitwerkte hebben tot doel dit soort lectuur voor te bereiden of achteraf uit te diepen, met name nadruk op de verhaallijn, op de mensen, hun onderlinge relaties, hun levensomstandigheden en de schrijfstijl. De toepassing op het leven laat ik aan de kerklessen over.

 

Voor verdere studie

 

Voetnoten

[1] Jan Shipps, “The Mormons: Looking Forward and Outward,” in Where the Spirit Leads: American Denominations Today, ed. Martin E. Marty (Richmond, Va.: John Knox, 1980), 29–30. “the tale of an unsophisticated farm boy who found some engraved metal plates and used ‘magic spectacles’ to translate therefrom a thousand years of pre-Columbian American history appears so incredible to many non-Mormons that they simply dismiss the prophet’s visions as hallucinations, regard his ‘golden bible’ as a worthless document, and wonder how any intelligent person could ever accept it as true.”

[2] John W. Welch, “How long did it take Joseph Smith to translate the Book of Mormon?” Ensign 18 (1988): 46.

[3] Zie http://mormoneninfo.be/bmles10/#vertaalproces

[4] Voor een vollediger verslag door Joseph Smithk zie “Geschiedenis van Joseph Smith” in De Parel van Grote Waarde.

[5] Persoonlijk door John Welch aan Wilfried Decoo verteld.

[6] Marc Chadourne, Quand Dieu se fit Américain (Paris: Arthème Fayard, 1950).

[7] Gordon S. Wood, “Evangelical America and Early Mormonism.” New York History 61, no. 4 (1980): 358–386 (381).

[8] Daniel Walker Howe, What Hath God Wrought: The Transformation of America, 1815-1848 (New York: Oxford University Press, 2007), 314.

[9] Terryl Givens, By the Hand of Mormon: The American Scripture that Launched a New World Religion (Oxford: Oxford University Press, 2002), 85.

[10] Grant Underwood, “Book of Mormon Usage in Early LDS Theology,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 17 (Autumn 1984): 35–74; Ronald W. Walker, “’Seeking the ‘Remnant’: The Native American During the Joseph Smith Period,” Journal of Mormon History 19.1 (1993): 1–33.

[11] Grant Hardy, “The Book of Mormon”, in Oxford Handbook of Mormonism, edited by Terryl Givens and Philip Barlow (Oxford: Oxford University Press, 2015), 141.

[12] Dee F. Green, “Book of Mormon Archaeology: The Myths and the Alternatives,” Dialogue: A Journal of Mormon Thought 4 (1969): 71–80 (76).

[13] Amos N. Merrill & Alton D. Merrill, “Changing Thought on the Book of Mormon,” Improvement Era 45, no. 9 (September 1942), 568.

[14] John W. Welch, “Chiasmus in the Book of Mormon,” Brigham Young University Studies 10, no. 1 (1969): 69–84.

[15] Geciteerd in Givens, By the Hand of Mormon, 126.

[16] Ezra Taft Benson, ““A Sacred Responsibility,” General Conference, April 1986.

[17] Paul Y. Hoskisson, “An Introduction to the Relevance of and a Methodology for a Study of the Proper Names of the Book of Mormon,” In By Study and Also by Faith, ed. J. Lundquist and S. Ricks, Vol. 2, pp. 126-35 (Salt Lake City: Deseret Book and Farms, 1990).

[18] John Sawyer, “What Was a Môsiac?” in Vetus Testamentum 15 (1965): 475–86.

[19] Paul Y. Hoskisson, “What’s in a Name? Alma as a Hebrew Name,” Journal of Book of Mormon Studies (spring 1998), 72–73. Hugh W. Nibley, “Review of Bar-Kochba, by Yigael Yadin,” BYU Studies 14, n° 1 (1973): 121.

[20] John W. Welch, “Weighing and Measuring in the Worlds of the Book of Mormon.” Journal of the Book of Mormon and Other Restoration Scripture 8, no. 2 (1999): 36–45.

[21] John W. Welch, ed., Reexploring the Book of Mormon (Salt Lake City: Deseret Book and FARMS, 1992), 250–52.

[22] Terrence L. Szink, “An Oath of Allegiance in the Book of Mormon,” in Warfare in the Book of Mormon (Salt Lake City: Deseret Book and FARMS), 35–45.

[23] John W. Welch, “Cursing a Litigant with Speechlessness.” Insights 18/10 {1998): 2.

[24] Grant Hardy, “The Book of Mormon”, in Oxford Handbook of Mormonism, edited by Terryl Givens and Philip Barlow (Oxford: Oxford University Press, 2015), 143–144.